Dertig precolumbiaanse graven ontdekt in Mexico

Wetenschappers hebben in het oosten van Mexico dertig graven met talrijke keramische figuren uit de tijd voor de Spaanse veroveringen gevonden. In het zuiden van de staat Veracruz is ook een met kalksteen beklede piramide ontdekt, deelde het Nationaal Instituut voor Antropologie en Geschiedenis (INAH) van Mexico mee.

De archeologen ontdekten beenderen tachtig centimeter onder het aardoppervlak, net als talrijke overblijfselen van dieren en grafgiften. De graven zijn ontdekt bij de bouw van cokesovens in de gemeente Jáltipan, op ongeveer 600 kilometer ten zuidoosten van Mexico-Stad.

Volgens het INAH kan het gaan om een gemeenschappelijke begraafplaats of marktplaats van verschillende oude Amerikaanse volksgroepen. De keramische figuren worden aan onder andere de Teotihuacan-, Maya-, Nahua- en Popoluca-culturen toegeschreven.

Ook zijn geweien en honden- en coyotebeenderen aangetroffen, net als resten van vissen en vogels. Vermoedelijk gaat het om offergaven voor de overledenen. "Lange beenderen en grote tanden" kunnen dan weer van kamelen en dwergneushoorns afstammen, aldus INAH-projectleider Alfredo Delgado. De wetenschappelijke analyse, die minstens drie maanden zal duren, moet meer duidelijkheid brengen.

Op een naburige heuvel is ook nog een twaalf meter hoge met kalksteen beklede piramide ontdekt, die zestig meter lang en vijfentwintig meter breed is. INAH denkt dat een nabijgelegen werkplaats voor bakstenen van mogelijke invloed van de Maya-cultuur getuigt.