Koning Filips de Spontane - VDC

De toekomstige koning der Belgen kwam breed glimlachend en met uitgestoken hand op mij af. ‘Dag mijnheer Vansevenant, wat een genoegen u hier te ontmoeten!’ ‘Cut!’ riep mijn dobermann Brabançonne, niet alleen omdat de kroonprins mijn wat uitgezakte persoon had verward met de atletisch gebouwde Adonis van het radionieuws, maar ook omdat de koning in spe over zijn eigen benen was gestruikeld en pijnlijk op zijn kin was gevallen. Ik noteerde in mijn Atoma-schriftje dat het simultaan uitvoeren van twee handelingen – in dit geval zelfs drie, met name glimlachen, hand uitsteken en stappen – nog niet op punt stond, en dat is een understatement.

De oude koning, de tweede koningin alsmede de toekomstige koningin keken vanop een bankje bezorgd toe, maar hoedden zich ervoor de gevallen prins te troosten of het bloeden te stelpen. Dat was de afspraak. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, nietwaar. Toch zag ik de toekomstige koningin stiekem een welgeschapen duim opsteken naar haar gemaal, iets wat ik glimlachend door de vingers zag.
‘Spontane begroeting, take two!’ riep Brabançonne, en liet het clapboard klepperen.

Met de koninklijke koets

Maar om het voor u wat begrijpelijker te maken moeten we even terug in de tijd. Met name naar vorige donderdag, de Vlaamse feestdag, toen plotsklaps en onaangekondigd de koninklijke karos de schaduwrijke dreef naar mijn modeste villa op kwam gereden, de koetsier vanop de bok driftig de bel luidde en ik, geschrokken, nog ongeschoren en ongewassen en danig in de war, naar de poort ijlde om de koning toegang te verschaffen.
‘Sire!’ kreet ik, ‘had toch een seintje gegeven, dan…’
Waarop mijn stem stokte, want niet alleen de vorst stapte uit de koninklijke koets, ook de tweede koningin – die overigens groen zag van de wagenziekte –én haar schoondochter de toekomstige koningin, die mijn outfit – een gelig marcelleke en een drie maten te kleine kamerjas uit de 20ste eeuw – aandachtig en niet echt goedkeurend opnam, zetten voet op de Kempense bodem. De toekomstige koning volgde vijf minuten later, bezweet en te voet en algeheel bestoft. Hij was van de bagagedrager gevallen.

Ter vervolmaking

‘Meneer Van Dievel, ‘ sprak de koning onder een parasol in mijn weelderige tuin, ‘en natuurlijk ook u, waarde dobermann en doorluchtige edelvrouwe,‘ betrok hij ook mijn huisgenoten Brabançonne en de zomers gedecolleteerde Dinska Bronska galant in het gesprek, ‘onze Filip hier is zodanig lang en goed voorbereid op het koningschap dat de spontaneïteit er wat bij in is geschoten, als u begrijpt wat ik bedoel. Kunt u hem nog een spoedcursus geven?’
‘Uiteraard, sire!’ sprak ik, de rug rechtend en de buik intrekkend.
‘Met veel plezier, sire!' voegden mijn huisgenoten eraan toe, wijl zij hun borst vooruitstaken, wat vooral bij Dinska Bronska een imponerend zicht was.
‘En gratis, bovendien, alles voor het vaderland!’ voegde ik eraan toe.

Niet veel later later waren wij het eens over de inhoud van de spoedcursus spontaneïteit: het begroeten van onaangekondigde, onbekende en zelfs ongewenste personen, het gebruikmaken van de handen, het zetelen op de troon en het vertellen van een mop. Van Dievel Consulting, Fournisseur de la Cour depuis 2007, zou alles opnemen met de videocamera, ten behoeve van de nabespreking in intieme koninklijke kring, om zo te zeggen. Deel 1 had de kroonprins na een poging of 40, 50 wel min of meer in de vingers. Al bleef Philippe bij het horen van aankondigingen als ‘De heer De Wever komt nu op u toe en hij kijkt kwaad!’ nog altijd enige secondenlang als verlamd staan, met buitenmaatse paniek in de ogen. Wat hoe dan ook substantiële vooruitgang betekende vergeleken met zijn primaire reactie, namelijk het wegduiken achter de brede rug van zijn lijfwachten, het wegkruipen onder het Perzische tapijt of het stijf dichtknijpen van de beide ogen.

Het handenspel

‘Monseigneur,’ sprak ik met een diepe rimpel in het voorhoofd, ‘al te vaak weet u met uw handen geen blijf. Dat is een teken van grote onzekerheid. Ik heb soms de indruk dat uw handen ter hoogte van uw knieën hangen.
'Hoe komt u erbij, onderdaan,' antwoordde de aangesprokene met een vors in de keel, 'ik voel mij doorgaans geweldig op mijn gemak.'
Terwijl hij deze woorden uitsprak, zakten de handen van de king to be zo mogelijk nog lager, zo laag zelfs dat hij er bijna op trapte.
Ik nam de oude koning en de tweede koningin terzijde.
'Hier helpt slechts shocktherapie,' fluisterde ik hen in de oren.
'Laat komen wat moet, meneer Van Dievel.'
'Dinska Bronska,' verzocht ik mijn ravissante huishoudelijke manager op vriendelijke toon, 'ga eens met uw hele hebben en houden voor de toekomstige koning staan en trappel eens wat ter plaatse?'
'Zo patron?' informeerde de prinses van de Oostelijke steppen met een smile van hier tot in Nowosibirsk.
De handen van de kroonprins bevonden zich plotsklaps niet meer ter hoogte van zijn enkels, maar op borsthoogte.
'Het is een vrouwtje!' stotterde hij.
'Fwiet!' snerpte het door de bibliotheek van mijn modeste villa. De toekomstige koningin had met een nijdig gezicht op haar vingers gefloten. Even snel als ze zich hadden opgericht, vielen de handen van Philippe terneer.

De troonscène

De troonscène, waarbij de nieuwe koning minzaam neerkijkt op een knielende onderdaan, dienden wij na twee mislukte pogingen van het programma te schrappen. De eerste keer, toen Dinska Bronska voor Filips neerknielde, brak de kroonprins met blote handen de leuning van mijn antieke Chesterfield. De tweede keer, toen de toekomstige koningin zelf - als stand-in voor Dinska Bronska -gracieus voor haar gemaal neerknielde als was zij een doodgewone burgeres, en wij de kapotte Chesterfield hadden geruild voor een mosterdkleurige clubzetel, pakte Filips met beide handen en alle tien zijn vingers in de dubbele laag tutterfrut die de vaste gebruiker van de clubzetel - mijn vriend en trouwe dobermann Brabançonne - daar in de loop der jaren had aangebracht.

Een goede mop

'Ik ken geen moppen,' sprak de kroonprins wat bedremmeld toen wij deel IV van de cursus wilden aanvatten: het vertellen van een goede mop in gezelschap.
'Het mag een flauwe mop zijn, monsignore,' gaf ik een weinig toe, 'de mensen zullen altijd wel lachen omdat u het bent die ze vertelt.'
'Allez fiston,' moedigde de oude koning zijn zoon aan, ' ge kent toch die mop over mij die al twintig jaar meegaat? Ik vertel ze zelf aan iedereen die ze maar wil horen en aan de rest ook.'
Het huilen stond de kroonprins nader dan het lachen.
'Ik zal ze u voorvertellen, en gij vertelt ze na, 't akkoord meneer Van Dievel?'
Ik knikte bemoedigend.
'Enfin, mijne chou hier staat aan de kassa van de Delhaize in Laken met twaalf flessen whiskey. Votre altesse, zegt de caissière plutôt concernée, het zijn mijn zaken niet maar drinkt de koning werkelijk zoveel? En ze wijst op de twaalf flessen korten drank. Non non, répond ma femme la reine, maar hij smost nogal veel. HIJ SMOST NOGAL VEEL!!!!  Omdat ik zo bibber! Tu comprends fiston?'
De oude koning plooide dubbel van het lachen. Hij moest zelfs in de oude clubzetel van Brabançonne gaan zitten om te bekomen. Dinska Bronska, voor wie de grap nieuw was, lachte uitbundig mee. De tweede koningin, de toekomstige koningin, Brabançonne en ikzelf deden een poging tot glimlachen. De koning had ons de witz intussen al ongeveer duizend keer verteld.

Maar het gezicht van de toekomstige koning stond zoals steeds op de stand "doodernstig".
'Allez fiston, vindt ge dat geen bonne blague? Zal ik ze nog eens vertellen?' bood de oude koning aan.
'Excuseer, sire mijn vader,' wierp hij op, 'maar maman gaat toch nooit naar de Delhaize, ze gaat altijd naar de Colruyt.'

(De auteur is schrijver en VRT-journalist.)

lees ook