Koningspaar gaat weldra elke provincie bezoeken

Koning Filip en koningin Mathilde houden in september en oktober hun zogenoemde blijde intredes in de verschillende provinciehoofdplaatsen. Die intredes zijn een traditie, een gelegenheid voor de nieuwe vorst en zijn gemalin om hun landgenoten te leren kennen en vice versa.

Het startschot wordt op 6 september gegeven in Leuven (Vlaams-Brabant), gevolgd door Waver op 10 september (Waals-Brabant), Bergen (Henegouwen) op 17 september, Hasselt (Limburg) op 24 september, Antwerpen (Antwerpen) op 27 september, Namen (Namen) op 2 oktober, Luik (Luik) op 11 oktober, Gent (Oost-Vlaanderen) op 16 oktober, Aarlen (Luxemburg) op 18 oktober, Eupen (Duitstalige Gemeenschap) op 23 oktober en Brugge (West-Vlaanderen) op 25 oktober.

Het nieuwe koningspaar zal telkens de provinciale autoriteiten en de burgemeesters van alle gemeenten ontmoeten. Op het programma staat telkens ook een bezoek met een sociaal, cultureel of economisch accent, een werklunch en een feestelijke wandeling, waar het paar de kans heeft om de bevolking te ontmoeten.

De blijde intredes gaan terug op een middeleeuwse traditie die vooral in de Zuidelijke Nederlanden populair was. Daarbij deed een nieuwe landvoogd of een andere hoogwaardigheidsbekleder zijn intrede in een stad. Zo deed de Franse koning Filips de Schone in 1301 al blijde intredes in Brugge, Gent, Dowaai, Rijsel, Doornik, Aardenburg, Kortrijk en Ieper. Desondanks was Filips de Schone niet echt geliefd in het Graafschap Vlaanderen.