Een nieuwe soort pantserspitsmuis ontdekt

Amerikaanse geleerden hebben een nieuwe soort pantserspitsmuis ontdekt die ze Scutisorex thori, Thor's pantserspitsmuis genoemd hebben. De nieuwe soort is kleiner en minder harig dan de al bekende Scutisorex somereni, maar ze heeft wel ook een ijzersterke rug dankzij een speciale, zeer opvallende ruggengraat.

Iets meer dan een eeuw geleden werd de eerste Afrikaanse pantserspitsmuis of Oeganda schildspitsmuis (Scutisorex somereni) gevonden in Oeganda door de Britse dierkundige Oldfield Thomas. Thomas merkte op dat het dier een lange, dikke pels had en met 70 gram behoorlijk zwaar was voor een spitsmuis, maar het meest fascinerende aspect van zijn ontdekking ontging hem: een indrukwekkende ruggengraat die bij geen enkel ander zoogdier voorkomt.

Het bestaan van die ruggengraat bleef onbekend tot Joel Asaph Allen, de museumbeheerder van het American Museum of Natural History, een exemplaar vond in zijn collectie in 1917, en de verborgen superkracht ontdekte.

Mensen hebben tussen hun ribbenkast en hun bekken vijf gespecialiseerde wervels die lendenwervels genoemd worden en die het grootste wervellichaam hebben van alle wervels en ook grote doornuitsteeksels. Allen ontdekte dat de pantserspitmuizen tot wel elf lendenwervels hebben, en dat elke wervel versterkt is door een unieke in elkaar grijpende rangschikking die de hele ruggengraat supersterk maakt.

Mangbetu

De ontdekking van Allen was geen nieuws voor de lokale bevolking die in hetzelfde gebied leeft als de pantserspitsmuis, de Mangbetu van de Democratische Republiek Congo. Zij noemden het dier "heldenspitsmuis", lang voor het zijn wetenschappelijke naam gekregen had.

De Duitse natuurkenner Herbert Lang bracht rond 1900 enige tijd door bij de Mangbetu als leider van de Congo-expeditie van het American Museum of Natural History en hij beschrijft hun verhoudinig met de spitsmuis in de studie van Allen van 1917: "Deze mensen zijn ervan overtuigd dat het verbrande lichaam of zelfs het hart van de spitsmuis, als het geprepareerd is door hun medicijnman, hen werkelijk onoverwinnelijk maakt, als het gedragen wordt als talisman of ingenomen wordt als medicijn. Misschien heeft deze mystieke reputatie er vaak toe bijgedragen om van een dappere man een echte held te maken, en om die reden gaven de Mangbetu de spitsmuis een naam die "heldenspitsmuis" betekent. Hoewel de talisman slechts ergens op hun lichaam gedragen wordt, geloven zij dat noch speren noch pijlen, noch enige andere aanval hen ernstig kan verwonden of kan overwinnen."

En de pantserspitsmuis deed niet enkel dienst als afwerend tovermiddel, ze speelde ook de rol van ongewild amusement op feestjes, zoals Lang vervolgens beschrijft: "Telkens de Mangbetu de kans krijgen, hebben ze er groot plezier in om de gefascineerde menigte de buitengewone bestendigheid van de spitsmuis te tonen tegen gewicht en druk. Na het gebruikelijke gedruis van verschillenden aanroepingen, stapt een volwassen man van zo'n 160 pond (72 kilogram) blootsvoets op de spitsmuis. Terwijl hij probeert om zijn evenwicht te bewaren op een been, blijft hij nog verschillende minuten aanroepingen uitstoten.Het arme diertje lijkt waarlijk ten dode opgeschreven. Maar zodra zijn kwelgeest er af springt, probeert de spitsmuis te ontsnappen, zonder enig nadeel te ondervinden van de krankzinnige ervaring en kennelijk niet erg belust op het wilde applaus en de toejuichingen van de massa."

Maden

Allen en Lang mogen dan wel geweten hebben dat de sterke schouders en de stevige ruggengraat de vitale organen van de pantserspitsmuis beschermen tegen het gewicht van een volwassen man, een redelijke verklaring voor het bestaan van die ruggengraat hadden ze niet. Waarom is dit diertje het enige van alle zoogdieren met massieve, in elkaar passende lendenwervels?

Het antwoord komt van een nieuwe pantserspitsmuis, die in 2012 gevonden werd in de buurt van het dorp Baleko in de Evenaarsprovincie in Congo. "Het was niet onmiddellijk duidelijk dat dit een pantserspitsmuis was, of zelfs een nieuwe soort van pantserspitsmuis" zei de leider van het team, William Stanley van het Field Museum of Natural History in Chicago aan Scientific American. "Pas toen we het DNA analyseerden en de schedel en de wervelkolom bekeken, werd de betekenis van wat we gevonden hadden duidelijk."

Wat ze gevonden hadden was een tweede soort van pantserspitmuis, Scutisorex thori of Thor's pantserspitmuis. De nieuwe soort wordt beschreven in  Royal Society journal: Biology Letters en ze is kleiner dan Scutisorex somereni en minder wollig, en ze heeft een kleinere schedel. Ze heeft ook minder lendenwervels dan somereni, acht in de plaats van elf, en sterkere en plattere ribben. 

William Stanley zei aan de BBC dat bepaalde kenmerken van de ruggengraat van Thor's pantserspitmuis "laten veronderstellen dat het een overgangsvorm is tussen de gewone spitsmuizen en de eerder bekende pantserspitsmuis." Omdat er geen andere zoogdieren met een dergelijke sterke wervelkolom bekend zijn, denken veel biologen dat het hier om een voorbeeld gaat van "punctuated equilibrium", het verschijnsel dat er plotselinge sprongen optreden in de evolutionaire ontwikkeling van bepaalde soorten.

De beide soorten van pantserspitsmuis leven in de moerassige palmbossen van Afrika, en deze voorkeur geeft de beste aanwijzing naar het waarom van de hevig versterkte ruggengraat. De plaatselijke bevolking verzamelt in de palmbossen de voedzame larven die zich verschuilen tussen de stam van de palm en de verhardde basis van de afgestorven palmbladeren en het team van Stanley vermoedt dat de pantserspitsmuizen zich op dezelfde manier voeden.

"Een van de mede-auteurs van de studie, Lynn Robbins, werkte in de jaren 70 in Congo en vroeg de plaatselijke bewoners waar hij pansterspitsmuizen kon vinden", zei Stanley. "Ze vertelden hem dat de spitsmuis meestal te vinden was in de buurt van de palmbomen."

Robbins wist dat de lokale bevolking de basis van de palmbladeren van de stam plukte om aan de grote larven te kunnen, en hij stelde dat de pantserspitsmuizen hetzelfde deden, - dat hun lange versterkte wervelkolom hen de kracht gaf om de resten van de bladeren weg te duwen van de stam. Op die manier geven de superwervels de pantserspitsmuizen toegang tot een verborgen schat aan maden en andere insecten,  terwijl de andere dieren hun kostje moeten bijeengaren in de modder en het kreupelhout. Het team zal de twee soorten van pantserspitmuis blijven bestuderen en het hoopt ooit een spitsmuis te betrappen terwijl ze een basis van een palmblad van de stam wegduwt. 

BRIAN GADSBY/SCIENCE PHOTO LIBRARY

De ruggengraat van een gewone spitsmuis (a), de gewone pantserspitsmuis (b) en Thor's pantserspitsmuis (c). (Foto: William Stanley et al.)