"Beter focussen op vervroegde uittredingsregelingen"

Minister van Pensioenen Alexander De Croo (Open VLD) vindt het goed dat er wordt nagedacht over de uitdagingen op het vlak van pensioenen, maar wil het debat niet verengen tot de wettelijke pensioenleeftijd. Ook de SP.A, Groen en de N-VA hebben hun bedenkingen.

CD&V-parlementsleden Peter Van Rompuy en Robrecht Bothuyne willen de pensioenleeftijd en de loopbaanduur aan de levensverwachting koppelen. Twee provinciale partijcongressen, in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, hebben zich al met ruime meerderheid achter het voorstel geschaard.

Minister van Pensioenen De Croo (foto boven) is tevreden dat er wordt nagedacht over de pensioenproblematiek, al mag het debat volgens hem niet verengd worden tot de wettelijke pensioenleeftijd.

"De voorbije decennia is de effectieve leeftijd waarop mensen stopten met werken gedaald van 64 jaar in de jaren '70 tot 59 jaar vandaag. Minder dan 10 procent van de mensen werkt vandaag tot de leeftijd van 65 jaar. Toch was de wettelijke pensioenleeftijd al die tijd 65 jaar. Het debat verengen tot de wettelijke pensioenleeftijd dreigt dus vooral een kleine groep te treffen die vandaag al de moeite doet om tot 65 te werken", waarschuwt De Croo.

"Er moet de volgende jaren evenzeer, en in de eerste plaats, worden gefocust op allerlei vervroegde uittredingsregelingen die toelaten te stoppen met werken voor men de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt."

De Open VLD-minister benadrukt ook dat het belangrijk is om mensen "ruim op voorhand duidelijk te maken waaraan ze zich mogen verwachten". "Zo kunnen ze zich een realistische verwachting vormen en op een geïnformeerde manier loopbaankeuzes maken."

De werkelijke pensioenleeftijd omhoog krijgen, is ook de eerste bezorgdheid van N-VA-ondervoorzitter Ben Weyts (1e kleine foto). "In de praktijk gaan veel mensen op 60 of 62 jaar met pensioen, en dat is het eerste probleem dat moet worden aangepakt."

"Duur loopbaan belangrijker dan leeftijd"

Ook SP.A-voorzitter Bruno Tobback (kleine foto) vindt het goed dat CD&V bezorgd is over de betaalbaarheid van de pensioenen, maar wil dat met meer dan enkel het leeftijdscriterium rekening wordt gehouden. "Het criterium 'duur van de loopbaan' is voor de SP.A belangrijker en eerlijker dan de leeftijd", zegt Tobback.

Enkel met de leeftijd rekening houden "is een redelijk onrechtvaardige manier om het probleem van de vergrijzing en de betaalbaarheid van de pensioenen aan te pakken", meent de voorzitter.

"Niet iedereen blijft even lang gezond, de gezonde levensverwachting varieert helaas sterk naargelang het soort werk en opleidingsniveau", legt Tobback uit. "Hooggeschoolden leven langer dan laaggeschoolden (die vaak ook fysiek zwaarder werk doen), blijkt uit verschillende onderzoeken." Bovendien leidt het leeftijdscriterium ertoe dat wie op zijn 18e begint te werken een loopbaan van meer dan 50 jaar zal nodig hebben voor een volledig pensioen, terwijl iemand die tot 25 studeert nog altijd maar 45 jaar zal moeten werken voor een pensioen dat nog altijd hoger zal liggen wegens waarschijnlijk beter betaald tijdens die loopbaan, aldus de voorzitter.

Tegelijk moet erover gewaakt worden dat er banen beschikbaar blijven voor 55-plussers. "Aangezien het in de huidige arbeidsmarkt al niet meer evident is om nog een job te vinden boven de 55 dreigt een pak langer werken voor heel veel werknemers gewoon een onhaalbare opdracht te worden."

"Ieder beleid dat geen rekening houdt met die realiteit", besluit Tobback, "is bijna per definitie gedoemd om te mislukken."

De Algemene Centrale van het ABVV vindt het voorstel onverantwoord. Universitair onderzoek heeft aangetoond dat de gezondheidsverwachting voor handarbeiders stukken lager ligt dan bij hoger opgeleiden. Maar de kans is vrijwel onbestaande dat ze al niet vroeger in de ziekteverzekering terechtkomen. Het voorstel is asociaal en weerzinwekkend, zegt de Centrale.

De Centrale beseft ook dat de vergrijzing het pensioenstelsel zwaarder zal belasten. Maar er kunnen best andere keuzes gemaakt worden. Nu betaalt de staat elk jaar zes miljard om de notionele aftrek in stand te houden. Tegen 2060 zou volgens Van Rompuy en Bothuyne 15 miljard nodig zijn. De rekening is dan snel gemaakt, besluit de Algemene Centrale.

"Focus op pensioenleeftijd achterhaald en onrechtvaardig"

Groen-Kamerlid Wouter De Vriendt vindt de focus van CD&V op de pensioenleeftijd "achterhaald" en "fundamenteel onrechtvaardig". "De pensioenlat voor iedere werknemer op dezelfde hoogte leggen als voor een universitair bediende zoals CD&V doet, is niet rechtvaardig", klinkt het.

Langer werken moet voor de groenen op een rechtvaardige en werkbare manier gebeuren. Ze vinden dat er -meer dan met de leeftijd- rekening moet worden gehouden met het aantal loopbaanjaren en dat de werknemers garanties moeten krijgen op rustperiodes en afwisseling.

"Dat kan onder meer door de invoering van één jaar ongemotiveerd tijdskrediet om af en toe de loopbaan te kunnen onderbreken, meer garanties in te bouwen op een switch tijdens de loopbaan en na te denken over een betere inzet van de expertise van oudere werknemers op de werkvloer."

"Rekenen in loopbaanjaren is transparanter, geeft de werknemer meer vrijheid om zijn of haar eigen carrière uit te stippelen en is rechtvaardiger ten opzichte van werknemers die al op zeer jonge leeftijd zijn beginnen te werken."

"Eerst en vooral zorgen dat iedereen tot 65 werkt"

Het Nationaal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) sluit zich aan bij de opmerkingen van minister De Croo (Open VLD) en N-VA-ondervoorzitter Ben Weyts. "We moeten er eerst en vooral voorz zorgen dat iedereen tot 65 jaar werkt", klinkt het in een persbericht.

Het NSZ wil dan ook dat "werken tot de leeftijd van 65 jaar de norm wordt voor iedereen". "Wat baat het immers om de wettelijke pensioenleeftijd op te trekken zolang er weinig tot niets gedaan wordt aan het optrekken van de effectieve pensioenleeftijd?"

De stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag (het voormalige brugpensioen) moeten voor de ondernemersorganisatie dan weer helemaal worden afgeschaft. Een bonus voor wie blijft werken na zijn 65e, vindt het NSZ dan weer wel opportuun. "Mensen die op die leeftijd toch blijven werken, verdienen ondersteuning", klinkt het.