Beste 100.000e dode - Jens Franssen

Misschien ben je één van die vele honderdduizenden die twee jaar geleden vreedzaam in opstand komt tegen je leiders en ziet hoe die hondsbrutaal reageren op die betogingen. Demonstranten verdwijnen en worden gefolterd. Maar jij geeft niet op. Na maanden verdedig je jezelf tegen de sluipschutters van het regeringsleger. Pas wanneer het niet anders meer kan neem je, met gezonde tegenzin, zelf de wapens op. Misschien deserteer je wel uit het leger of de politie, op gevaar van eigen leven. Maar ook hoop op wat vrijheid doet tenslotte leven.
labels
Analyse
© VRT - Nathalie Dolmans

Uit het Westen alleen maar woorden

Hoop je nog dat alles na een paar weken voorbij zal zijn? Wat ben je dan ook verbaasd wanneer je eigen landgenoten je dorp eerst aanvallen met tanks en later bombarderen met raketten en gevechtsvliegtuigen. Je hoort woorden van het Westen, maar ziet geen daden. Een vliegverbod, daar hoop je intussen al lang niet meer op, maar een gerichte bommencampagne van een paar uur, dat moet toch kunnen? Iets om die moordende vliegtuigen mee neer te halen, een voorschot, zodat jij de klus dan kan afmaken.

Maar de strijd blijkt erg taai en na maanden zie je steeds meer strijders uit het buitenland meevechten. Je hebt twijfels bij hun blinde geloof, maar het zijn tenslotte ervaren strijders. Soms ben je zelfs wat bang van hen, maar besluit toch maar te zwijgen. Al wil jij alleen maar Damascus bevrijden, niet ook nog eens Jeruzalem.

Je land, een wespennest

Na een zoveelste bombardement dat scholen en ziekenhuizen in puin legt verwijt je ons dat we Syrisch bloed aan de handen hebben. Waarom wel iets doen in Libië en Mali, maar niet in Syrië? Natuurlijk weet je dat je land intussen een wespennest is geworden, een geopolitiek schaakbord met te veel pionnen op. Daar heb jij in het begin voor gewaarschuwd. Je kan het amper geloven, de gore foto’s en filmpjes waarop je medestanders gemarteld worden. Je hoopt nu vooral niet zelf in handen te vallen van de milities van het regime, want dan wacht je een gewisse dood. Je vloekt uit machteloosheid omdat je geen degelijk wapens hebt. Sommige van je strijdmakkers verworden intussen tot de beulen waartegen je vreedzaam demonstreerde.

Bang en de oorlog zo moe

Wanneer het nog maar eens mortieren regent denk je aan vluchten. Naar familie? Maar die hebben ook geen werk of geld. En de gevechten zijn overal nu. De grens over naar één van de kampen? Het laatste wat je wil is een bedelaar van noodhulp worden. En hoe raak je daar? De reis is naar de grens levensgevaarlijk. Kan je nog weg? Mag je eigenlijk nog wel weg? Hoe is zover kunnen komen, vraag je je af. Je bent bang en de oorlog zo moe. Is het daarom dat je die kogel die van rechts komt niet voelt aankomen?

De woorden van de staatstelevisie

Misschien ben je wel een boer uit de heuvels bij de azuurblauwe Syrische kust. Je behoort tot die minderheid, de Allawieten. Fier toch wel wat dat de presidentiële familie uit je middens komt. Want die staat immers borg voor het vreedzaam samenleven van al die minderheden in je land, zo is je altijd verteld. En zo echt kwaad is het de voorbije jaren toch ook niet gegaan? Moskeeën en kerken kunnen hier nog naast elkaar worden gebouwd. En dan nemen die demonstranten zomaar de wapens op, zeggen ze op tv. Wie is niet voor wat meer vrijheid, denk je, daar is niets mis mee.

Volgens de staatstelevisie gaat het helemaal niet om Syriërs, maar om buitenlandse gewapende groepen, die het land ten gronde willen richten. Terroristen. Je hoort soms verhalen over gruwelijkheden, maar je kan die, je wil die niet geloven. Niet in jouw Syrië. De jongeren in het dorp willen en krijgen wapens. Om zich te verdedigen, je weet maar nooit. In de krant volg je dat die bandieten aan de andere kant steeds driester te werk gaan. Andere minderheden worden nu ook bedreigd, zo wordt gezegd.

Je wil je plicht doen

En dan word je opgeroepen door het leger. Twijfel je omdat de verhalen hoort dat er in sommige steden echt zou worden gevochten? Maar jij wil je plicht doen. Veel keuze heb je trouwens niet, zo goed ken je je leiders wel. Toch geloof je je president als hij het heeft over bruggen bouwen. Waarom ook niet? Er gaan nu verhalen de ronde dat duizenden buitenlandse strijders meevechten aan de andere kant. Ze willen van het land een streng Islamitisch kalifaat maken. Je begrijpt niet dat je landgenoten zich laten op sleeptouw nemen door zo’n extremisten. Dat wil niemand toch? Je denkt aan je akkers, hoog tegen de flanken aan. Wie gaat die nu bewerken?

Aan het front schrik je van de vernielingen. Je ziet je krijgsmakkers, je neven uit je dorp sneuvelen in hinderlagen. Gelukkig zijn er nog de vliegtuigen die jullie kunnen ontzetten. Wat bezielt het Westen toch dat het zelfs Jihadisten zou gaan steunen? Gelukkig houden Rusland en China het hoofd koel, denk je. Je hoopt nu vooral dat je nooit in handen van de rebellen valt, want dan wacht je een gewisse dood. Nu vechten ook milities uit Libanon mee aan je zijde en af en toe hoor je vreemde officieren onderling Farsi spreken.

Misschien ben je gewoon een kind

Je bent bang en wil terug naar je akkers, naar vroeger, toen het leven zoveel eenvoudiger was. Is vluchten of deserteren nog mogelijk, vraag je je af. Maar kan je nu nog weg? Mag je eigenlijk nog weg? Je weet het allemaal niet meer. Je bent zo moe en bang ook. Is het daarom dat je die kogel die van links komt niet voelt aankomen?

Misschien ben je wel gewoon een kind en stel je je al die vragen niet.

(De auteur is radiojournalist bij VRT Nieuws en brengt geregeld verslag uit vanuit Syrië.)