10.544 dagen bij de nieuwsdienst - Jan Becaus

Op 31 juli ga ik met pensioen. Ik heb dan precies 10.544 dagen of net geen 29 jaar gewerkt voor de openbare omroep, altijd op de televisie-nieuwdienst, als verslaggever en presentator van het journaal. In die kleine drie decennia heb ik het journaal en de hele VRT grondig zien veranderen. Ten goede, mag ik gerust zeggen, want ondanks de concurrentie, die aanvankelijk fataal leek te worden, heeft de openbare omroep niet alleen flink standgehouden, maar met succes weerwerk geboden. In die mate, dat de VRT op dit ogenblik de onbetwiste marktleider is in het Vlaamse televisielandschap.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Een echte staatszender

Toen ik op 17 september 1984 begon, was de openbare omroep nog een echte staatszender. Alle personeelsleden waren statutaire overheidsambtenaren. Het hele kader was gevuld met politiek benoemden. Iedereen vanaf een zekere graad had een kleur. Op dat vlak was er nauwelijks een verschil met de andere ministeries. Er was een strak hiërarchisch kader, van bode tot secretaris-generaal. De BRT-succesreeks De Collega's was dan ook gewoon gekopieerd op toestanden binnenshuis.

De era van de staatszender kwam ten einde onder Bert de Graeve, die niet meer zoals zijn voorgangers administrateur-generaal genoemd werd, maar wel gedelegeerd bestuurder. Hij was de eerste topman die niet uit eigen huis kwam, maar uit het bedrijfsleven. Ook zijn opvolgers waren en zijn extranei. De Graeve kon zich niet indenken dat er met statutaire journalisten nieuws kon worden gemaakt. De hele hiërarchie ging op de schop. Alle nieuwkomers kregen een contract en alle leidinggevenden zouden voortaan gekeurd worden door een extern auditbureau. De openbare omroep was het tijdperk van het moderne management ingestapt.

Kaloten en vrijzinnigen

Nadat je als journalist geslaagd was in het toen nog beruchte BRT-examen, begon je na je stage aan een vlakke loopbaan, die je na verloop van tijd automatisch tot de rang van hoofdjournalist bracht, na de tussenstap van eerstaanwezend, een titel die ik nooit helemaal begrepen heb. De eerste serieuze bevordering was die tot redactiesecretaris. Dat kon je alleen worden als je een tijd zonder te veel ongelukken eindredacteur was geweest.

Alle daaropvolgende verhogingen, van hoofdredacteur tot bestuursdirecteur, waren politieke benoemingen. Nog veel meer dan op de juiste partijkaart annex vakbond, werd er gelet op de levensbeschouwelijke obediëntie. Toen ik begon was de hoofdredacteur van het journaal een vrijzinnige, de bestuursdirecteur noemde zichzelf “een kaloot, en daar ben ik trots op”. De volgende hoofdredacteur was dieprood, vrijzinnig en nogal libertijns, want in zijn bureau hing naast een affiche van de rode vakbond een poster van een blote vrouw die dartelend naar de toeschouwer kwam toelopen. Ze hing daar niet alleen voor ’s mans eigen vermaak, maar ook om de katholieke bestuursdirecteur te jennen, die dagelijks over de vloer kwam.

Van jetje bij Linda

Als journalist had je in wezen weinig te maken met het partijpolitieke en levensbeschouwelijke getouwtrek op de hogere verdiepingen. Een enkele keer in mijn hele loopbaan heb ik op last van de hoofdredacteur, die mij “een grove beroepsfout” verweet, moeten bellen met een partijvoorzitter, die mij uitspelde wat ik moest schrijven. Maar de man had pech, want de anker van de dag weigerde de tekst te lezen. Na wat geduw en getrek met de hoofdredacteur werd de tekst in die mate afgezwakt dat de versie van de partijleider nog amper overeind stond. Toch iedereen tevreden.

Voor zover ik weet houden partijvoorzitters zich tegenwoordig gedeisd, al durfde een blauwe voorzitter aan de telefoon lelijk tekeer gaan tegen collega’s van Terzake. De politici hebben nu een fijne uitlaatklep in het programma Villa Politica, waarin ze eens goed van jetje kunnen geven bij Linda.

Een overtuiging maar geen kleur

De jongste generatie journalisten heeft ongetwijfeld een politieke en filosofische overtuiging, maar geen bekende kleur. Ik durf zelfs zeggen dat ze een zekere afkeer heeft van politiek gekonkel. Wanneer iemand het zou aandurven zijn voorkeur te laten blijken, zou hij/zij snel repliek krijgen van de collega’s. De deontologische code is de laatste jaren aangescherpt en staat zelfs in een handig zakboekje, dat verondersteld gekend is. Deontologische vraagstukjes hangen netjes geplastificeerd in de toiletten en aan de koffieautomaten. Je wordt dus constant geconfronteerd met wat mag en niet mag, en dat is maar goed ook.

Leidinggevenden worden al geruime tijd aangesteld na een beoordeling. Ze moeten hun beleidsplannen verdedigen voor een commissie. Wie slaagt, krijgt een mandaat om de functie uit te oefenen. Elk jaar volgt een evaluatie en wie twee keer een onvoldoende haalt, vliegt er uit. Dat systeem biedt toch een zekere garantie op gekwalificeerde en gemotiveerde chefs, al zijn vergissingen nooit uitgesloten. En dan is er ook nog de verkozen redactieraad, die op geregelde tijdstippen de hoofdredacteurs mag aanspreken op problemen. De tijd dat de chef het eerste en het laatste woord had, is dus gelukkig voorbij.

"Een Siamese tweeling"

Toen ik in 1984 begon, was de elektronische nieuwsgaring net opgestart. Een beperkt aantal cameraploegen was uitgerust met een videocamera verbonden met een recorder. Dat loodzware ding hing aan de nek van de geluidstechnicus, en was met een kabel verbonden met de camera. Cameraman en klankman waren dus een Siamese tweeling. De beelden werden gedragen door een U-matic high band cassette van respectabele omvang. Panorama draaide toen nog bijna alles op 16mm film, een dure grap die nochtans fijne beelden opleverde.

Aangezien het hele archief van de nieuwsdienst op pellicule stond, moest je als journalist tijdig archiefmateriaal aanvragen. De ronde filmdoos moest eerst worden gevonden en uitgehaald. Film- en geluidsband werden vervolgens op de snijtafel gelegd om te bekijken en de beelden te selecteren. En dan ging het naar de telecinema om te worden overgeschreven. Een arbeidsintensief en tijdrovend werk. Vandaag is het hele filmarchief gedigitaliseerd en gaat het een stuk sneller.

Van U-matic naar P2

Ook de beeldopname zelf gebeurt tegenwoordig volledig digitaal. Na de U-matic cassettes kwamen de Betacam SP en daarna de Betacam SX. Die cassettes zaten in de videocamera, waardoor de Siamese tweeling cameraman-geluidsman van elkaar gescheiden werd. En op 25 juni 2007, tegelijk met het in gebruik nemen van de nieuwe redactielokalen, deed de P2 zijn intrede. De beelden stonden vanaf nu niet meer op tape, maar op een chip. De montage gebeurt online, op de plaats van het gebeuren of op het omroepcentrum. Ruwe beelden worden ingevoerd op de server en staan meteen ter beschikking van al wie ze nodig heeft.

Zo kan je op onze website deredactie.be al beelden bekijken nog voor ze verwerkt zijn in een verslag. Zoals elke technologische revolutie had dit gevolgen voor het personeel. Geluidstechnici zijn nu niet alleen verantwoordelijk voor het geluid, ze werden omgeschoold tot monteurs die op de plaats van het gebeuren in mobiele montagewagens aan de slag gaan. De tijdswinst is gigantisch, ook al omdat de meeste captatiewagens uitgerust zijn met een transmissiemiddel, waardoor van op eender welke plaats kan worden gestraald.

"Concurrent" internet

Sinds dit jaar is ook de nieuwsstudio volledig gedigitaliseerd. Camera’s werden al een tijdje van op afstand bediend, maar nu kunnen ze ook rijden. Dat geeft de regisseur de mogelijkheid tot een dynamischer beeldvoering. Het vergt van de mensen in de regiekamer, en niet het minst van de regisseur, grote vaardigheden en opperste concentratie, maar de mogelijkheden zijn quasi onbeperkt.

De manier waarop nieuws gegaard en verwerkt wordt, is de voorbije dertig jaar dus dramatisch veranderd. De tijd dat journalisten hun teksten dicteerden aan een info-secretaresse is lang voorbij. Toen de computer zijn intrede deed, werden de info’s omgeschoold en moesten de journalisten leren tikken. Sindsdien is het medium almaar sneller veranderd en nog is het einde niet in zicht. Camera’s zullen nog kleiner, lichter en krachtiger worden. De digitale datatransmissie zal nog veel sneller verlopen dan nu het geval is.
Van bijna elk nieuwsfeit waar ook ter wereld zijn enkele uren later beelden beschikbaar via Eurovisie.

De grootste concurrent voor de televisie is het internet, waarvan de televisie handig gebruikmaakt voor het transport van beelden. De sociale media zijn qua snelheid onklopbaar, dat bewijzen ze bij elk nieuwsfeit waar ook op aarde. De hele wereldbevolking volgt de gebeurtenissen op de voet via de smartphone. Vertaalmachines zullen het straks mogelijk maken dat we live kunnen praten met Chinezen, Bengali en Saudi’s. Wie met mensen uit andere culturen praat, groeit automatisch naar hen toe en is wellicht iets minder geneigd hen de hersens in te slaan. Dat is vooruitgang. Wat zeg ik, dat is beschaving.

(Jan Becaus was bijna 29 jaar journalist bij het tv-journaal en drie kwart daarvan journaalanker.)