Aantal burgerslachtoffers in Afghanistan met kwart gestegen

Het aantal burgers dat door het geweld in Afghanistan om het leven is gekomen of gewond is geraakt, is tijdens de eerste zes maanden van dit jaar met 23 procent gestegen. Dat blijkt uit een rapport van de VN-missie in Afghanistan (Unama).
Harde cijfers in het VN-rapport: in 6 maanden vielen meer dan 1.300 doden.

De internationale NAVO-interventie in Afghanistan mag dan officieel voorbij zijn, dat betekent niet dat het geweld in Afghanistan achter de rug is. Unama, de VN-missie in het land, zette de harde cijfers zwart op wit:

  • In de eerste zes maanden van 2013 vielen 1.319 doden, een stijging met 14 procent.
  • In dezelfde periode raakten 2.522 mensen gewond, een stijging met 28 procent.
  • In totaal is het aantal burgerslachtoffers (doden en gewonden) in die zes maanden met 23 procent gestegen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

Vooral de bermbommen maakten veel slachtoffers. Daarnaast was de "toename van het aantal grondgevechten tussen het Afghaanse leger en antiregeringstroepen" de grootste oorzaak van burgerslachtoffers. Volgens de Verenigde Naties vormen die grondgevechten een "groeiende bedreiging voor de Afghaanse burgers".

Meer vrouwen en kinderen getroffen

De VN stelt ook vast dat er steeds meer vrouwen en kinderen worden getroffen door het geweld:

  • In de eerste zes maanden van dit jaar kwamen 106 vrouwen om en raakten 241 vrouwen gewond, een stijging met 61 procent in vergelijking met 2012.
  • Ook 231 kinderen vonden de dood, 529 kinderen raakten gewond. Hier gaat het om een toename met 30 procent.

De VN stelt in haar rapport de Afghaanse regering in gebreke, omdat ze "nog geen tastbare maatregelen heeft uitgevoerd om het aantal burgerslachtoffers te beperken en ervoor te zorgen dat het Afghaanse leger alle nodige maatregelen neemt om de burgers te beschermen".

Vrede aan het einde van de tunnel?

De veiligheid in Afghanistan is sinds 18 juni 2013 officieel volledig in handen van de Afghaanse ordetroepen. Sinds de val van de taliban in 2001 stonden de NAVO-troepen van de Isaf-missie in voor de veiligheid.

Het transitieproces begon in juli 2011. Tegen eind 2014 moet het overgrote deel van de 100.000 NAVO-soldaten in Afghanistan het land verlaten hebben.

Heel wat waarnemers vrezen echter dat de Afghaanse troepen niet in staat zijn om voor de nationale veiligheid in te staan en het geweld van de taliban tegen te gaan. Sinds enkele jaren boeken de talibanrebellen opnieuw terreinwinst.

Op 18 juni, de dag van de overdracht, raakte ook bekend dat de Verenigde Staten directe gesprekken met de taliban zouden voeren over een politieke regeling in het land. Die gesprekken zullen in Qatar plaatsvinden.

De Afghaanse president Hamid Karzai reageerde misnoegd op die bilaterale gesprekken en schortte meteen de onderhandelingen met de VS over een bilateraal veiligheidspact op.

Intussen gaat het geweld in Afghanistan gewoon door. Vrede tussen de Afghaanse overheid en de talibanrebellen lijkt nog ver weg.