De dood van een vorst - Lucas Vanclooster

Het was een overgang van juli naar augustus om nooit te vergeten. Collega Steven Dierckx had nachtdienst op het radionieuws. Halfweg het bulletin van middernacht kwam de infosecretaresse opgewonden de uitzendstudio ingelopen. Spaans correspondent Robert Bosschart had haar gebeld met het nieuws dat diplomaten het overlijden meldden van de koning. De journalisten dachten eerst dat het om Juan Carlos ging.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Steven Dierckx ontvouwde een koortsachtige activiteit, belde naar politici en vertrouwelingen van het paleis, en lichtte hoofdredacteur Jos Bouveroux in, die meteen ook zijn connecties aansprak. Het duurde tot 24 over 1 voor de weinige wakkere Belgen in en extra-nieuwsuitzending vernamen dat hun vorst was overleden.

Op dat ogenblik hing ik ergens tussen Delhi en Londen in de lucht. Op de Sabena-Avro op Heathrow vroeg de gezagvoerder een minuut stilte. Ik was te moe en te jetlaggerig om in het geroezemoes te horen waarom de passagiers de stilte moesten behouden.

"Een politiek feit"

De dagen daarna was er een nooit geziene media-ontplooiing. Het leek wel of half België hulde wilde brengen aan het opgebaarde lichaam van Boudewijn, de al bij leven betreurde vorst, zoals auteur Erwin Mortier hem later noemde. Op de radio vertelden Johan Janssens en Jef Lambrecht dat sommigen 18 uren of langer in de rij stonden en dreigden te bezwijmen toen ze uiteindelijk het paleis binnen mochten. Zo moet het, poneerde Tom Lanoye, dat offer behoort tot het ritueel. Siegfried Bracke noemde het massale Belgicisme een politiek feit.

De enige "wanklank" kwam van wijlen Knack-directeur Frans Verleyen. Die vond het nodig tijdens een van de heel erg vele extra-praat-uitzendingen op TV om de kroon te ontbloten en de inhoud van een gesprek met Boudewijn te verklappen. En verdraaid, de vorst had Sus toch wel gelijk gegeven zeker in zijn sombere raadgevingen voor de Belgische politieke kaste!

Verwarde kindertijd

Bepalend voor de bijna tastbare tristesse die Boudewijn uitstraalde was uiteraard zijn ongelukkige en verwarde kindertijd. Wees op zijn vijfde na dat bizarre verkeersongeluk in Kussnacht, Zwitserand, waarbij Leopold III zijn Packard V8 convertible het meer in reed, terwijl de chauffeur, tegen zijn zin misschien, op de achterbank zat. Koningin Astrid, de prachtige bloem uit het hoge noorden, werd uit de wagen gekatapulteerd. Volgde een periode met gouvernantes en kindermeisjes, en vanaf 1940 een eindeloze reeks verhuizingen naar Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland…Toch even aanstippen dat de foto’s waarop de koninklijke familie achter een soort Bekaert-draad staat, getrukeerd zijn, om medelijden te wekken hij de Belgische bevolking.

De koningskwestie

De chaos duurde tot 1950. Wegens de koningskwestie was oom Karel prins-regent, hij hield het land bij elkaar en redde de familie, kortom, hij was de beste Coburger in de geschiedenis, maar hij heeft daar weinig begrip of dank voor gekregen. De crisis leidde naar een referendum waar de Leopoldisten het haalden. Het is niet zo dat Vlaanderen ja stemde, en Brussel en Wallonië neen. Leopold zag zich geconfronteerd met een vijandig stedelijk en industrieel gebied, maar genoot het vertrouwen in de landelijke en agrarische streken. Ook Gent en Antwerpen gaven Leopold III geen 50 procent, terwijl Luxemburg overweldigend pro bleek.

Op de valreep aanvaardde Leopold III met grote tegenzin het compromis van Gaston Eyskens en Achilles van Acker: hij trad af en zijn oudste zoon volgde hem op. Op 17 juli 1951 legde een schuchtere stramme jongeling van 20 de eed af. De communist die naast partijvoorzitter Julien Lahaut zat in het parlement riep: vive la république!  Een paar weken later schoten Belgicisten uit Halle Lahaut dood voor zijn woning in Seraing. Bijna 40 jaar later verkeerde Jean-Pierre Van Rossem in de waan dat ook hij geschiedenis schreef door die kreet te herhalen.

Bwana Kitoko

Ondanks de niet-aflatende ijver van Le Patriotte Illustré en gelijkaardige bladen, bleef Boudewijn, zeker in Vlaanderen, een nobele onbekende. De cinema-bezoeker leerde hem in 1955 kennen, toen hij een triomfantelijke reis naar Congo maakte. Tijdens die tocht gaven de Congolezen hem de naam Bwana Kitoko, mooie blanke man. Een enthousiaste zwarte man ging er met de sabel van de koloniale heerser vandoor.

Toch betekende die schijnbaar probleemloze reis het begin van het Congolees nationalisme. Na een ronde tafel-conferentie met alle betrokkenen kreeg Congo in 1960 de onafhankelijkheid. Tegen de afspraken in stak Boudewijn tijdens de onafhankelijkheidsplechtigheid de loftrompet van Leopold de tweede, en van het Belgisch kolonialisme in het algemeen.

De Belgische adviseur van premier Lumumba vond dat niet kunnen en fluisterde de net verkozen eerste minister in om zijn brave dankzegging te laten vallen, en forser uit te halen. Wat Patrice Lumumba enthouisiast deed. Enkele maanden later was hij dood, vermoord in Katanga. Een tijdlang was België de paria van de wereld, want dat Brussel iets met de moord te maken had, stond en staat buiten kijf. In Burundi onderging de ook verkozen en al even zelfbewuste premier Rwagasore Louis  even later hetzelfde lot...

Bij zuster Michaela

Boudewijn werd maar echt op het netvlies van de Belgen geëtst door de opening van Expo 58, en zijn huwelijk met Fabiola in december 1960. Die gebeurtenissen kwamen urenlang rechtstreeks op televisie. Het NIR-INR brak er mee door en leerde de stiel.

Toen Boudewijn en Fabiola trouwden zat ik in het derde kleuterklasje bij zuster Michaelal, en wij hadden thuis nog geen televisie. Alle anderen blijkbaar wel want de hele dag ging verloren aan commentaar op het koninklijk huwelijk. Mijn vriendje Franky van Hoorne en ikzelve probeerden de hele tijd de aandacht te vestigen op een kerststal die net op die dag in de klas geplaatst was, maar niemand vond dat interessant.

Twee jaar later zag ik Boudewijn en Fabiola in het echt, tijdens hun intrede in Roeselare. We gingen er met de klas heen, stonden met een vlaggetje te zwaaien en roepen, na een teken: leve de koning, leve de koningin. Er ging iets erg futloos van uit. Opeens zwenkte de Lincoln Continental de straat naar het stadhuis op. Die auto heeft het koningshuis nog altijd, evenals hun iets jongere Mercedes 600. Daarna kochten ze alleen maar saaie wagens.

Ondanks enkele aankondigingen van een zwangerschap bleef het huwelijk van de vorsten kinderloos. Uiteraard was dat een persoonlijk drama. Misschien verklaart het mede dat Boudewijn toch tot in de jaren 70, bij links, en bij de jongeren, een soort schertsfiguur bleef. Hij verving zijn hoornen bril door contactlenzen, en schakelde dan weer over op een bril, een metaal omrande nu. Tot daar leven en werk van Boudewijn...

De abortuswet

Het is door de snel voortschrijdende federalisering van ons land dat Boudewijn, paradoxaal, aan prestige won. Opeens was hij de behoeder van de eenheid, het verbindende symbool, een baken van continuïteit. Die rol speelde de best geïnformeerde man van het land perfect. Elke Belg hem wel ergens gezien, onder meer slachtoffers van rampspoed en onheil. Boudewijn maakte echt tijd om te praten met nabestaanden van verongelukte mensen, met landgenoten die in een overstroming alles waren kwijt geraakt, met gehandicapten en zieken.

Wellicht zou de truc van “onmogelijkheid om te regeren” die Boudewijn in samenspraak met Wilfried Martens in 1990 uithaalde tijdens de parlementaire goedkeuring van de abortuswet een decennium eerder niet goed afgelopen zijn. Nu kreeg de koning het aureool van principieel man, een burger die toch ook een mening had en die mocht uitdragen. Hoewel Boudewijn na 2 dagen opnieuw regeerde, vonden veel landgenoten dat hij een offer had gebracht. De affaire leidde niet tot een nieuwe koningskwestie.

Slachtoffers van mensenhandel

Op late leeftijd ging Boudewijn nog naar de hoeren, grapte dichter Herman De Coninck. Hij verwees naar de groeiende bekommernis van de koning voor de minsten in onze maatschappij, Filipijnse prostituees, slachtoffers van mensenhandel. Maar Boudewijn trok ook naar de Marollen en andere achtergestelde buurten en drukte onomwonden zijn bezorgdheid uit.

In 1993 onderging hij in Parijs een zware hart-operatie. Op het defilé op 21 juli 1993 ziet hij er slecht uit, moe, met ingevallen wangen onder zijn schijnbaar te grote kepie. Na een lange periode van politieke emoties en stress, uitmondend in de definitieve aanvaarding van de Sint-Michiels-akkoorden, en een hartstochtelijke 21 juli-toespraak, reisde Boudewijn naar Motril. In zijn buitenverblijf gooide hij alle druk van zich af. De laatste foto’s tonen een relaxte man die geniet van zeilen en wandelen. Maar augustus 93 heeft hij net niet gehaald.

(Lucas Vanclooster is radiojournalist bij VRT Nieuws.)