"Ze hebben me vandaag een tweede keer begraven"

Het openbaar ministerie in Chili heeft onvoldoende bewijzen gevonden om een klacht in te dienen tegen de eigenaars van de mijn van Copiapo, waar 33 mijnwerkers na een instorting meer dan twee maanden levend werden begraven.

In 2010 is in de Chileense stad Copiapo de wand van een mijnschacht ingestort. Hierdoor kwamen zo'n 33 kompels vast te zitten op een diepte van bijna 700 meter onder de grond. De reddingsactie kreeg wereldwijde aandacht. De mijnwerkers hebben het er na ruim twee maanden allemaal levend vanaf gebracht.

Sindsdien gaat het met het merendeel van hen niet zo goed. Bijna drie jaar na hun redding heeft de roem veelal plaatsgemaakt voor stress en armoede. Nu volgt er een nieuwe domper. Er komt geen rechtszaak tegen de uitbaters van de mijn. Het openbaar ministerie heeft naar eigen zeggen onvoldoende bewijs gevonden.

De kompels reageren woedend. "Ze hebben me vandaag een tweede keer levend begraven", klinkt het. "Dit is een schande voor de Chileense justitie." De klacht, ingediend door de families van de mijnwerkers, ging gepaard met een eis tot schadevergoeding van verscheidene miljoenen dollars.

Intussen loopt er nog een andere klacht. Een jaar na de feiten dienden de mijnwerkers ook een klacht in tegen de overheid wegens nalatigheid.