Duitsland en VS zeggen oud spionagepact op

De Verenigde Staten en Duitsland gaan een punt zetten achter een akkoord uit 1968 dat spionage in de Bondsrepubliek toeliet. Ook Groot-Brittannië wil een gelijkaardig akkoord opzeggen.
AP2012

De Duitse staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken Harald Braun en een vertegenwoordiger van de Amerikaanse ambassade in Berlijn hebben nota's uitgewisseld waardoor een oude samenwerking uit 1968 wordt stopgezet.

Het gaat om de G-10-wet of Gesetz 10 van augustus 1968 die uitzonderingen toeliet op het artikel 10 van de Duitse grondwet, die het geheim van brieven, post en telefoonverkeer garandeert.

Met die wet konden de westelijke geallieerden -de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk- de West-Duitse geheime diensten vragen om brieven te openen en telefoonverkeer af te tappen in de Bondsrepubliek, op voorwaarde dat er vermoedens waren dat de veiligheid van de in Duitsland gestationeerde troepen in het gedrang zou komen.

Die wet dateerde uit de Koude Oorlog en werd toegepast tegen spionage, sabotage en andere clandestiene activiteiten van agenten van het voormalige Oostblok of West-Duitse terroristen zoals de Rote Armee Fraktion.

Die wet is de voorbije jaren al fors afgezwakt en in de praktijk zijn er sinds de hereniging van Duitsland in 1990 geen aanvragen tot spionage meer geweest. In het kader van de huidige heisa rond het bespioneren van het internetverkeer door de Amerikaanse dienst NSA lijkt de G-10 ook ver achterhaald. Ook de Britse overheid wil een einde maken aan dat akkoord met Duitsland.