Meteoor boven Rusland was "kind" van asteroïde 2011 EO40

Asteroïde 2011 EO40. Dat is de naam van de verzameling rotsen die verantwoordelijk was voor de inslag van een meteoriet in het Oeralgebergte in Rusland begin dit jaar. Volgens nieuw onderzoek was het één van deze rotsen die de cluster verliet en op de aarde te pletter stortte.
AP2013

Op 15 februari 2013 drong een meteoriet de atmosfeer binnen boven het Oeralgebergte in Rusland. Die ontplofte en brokstukken vielen neer op zowat 200 kilometer van de stad Tsjeljabinsk op zo'n 1.500 kilometer van Moskou. Er vielen bijna 1.000 gewonden. Bijna 3.000 gebouwen raakten beschadigd.

Kort na het natuurfenomeen hadden onderzoekers op basis van onder meer videobeelden van de inslag vastgesteld dat de meteoriet afkomstig was van de zogenoemde Apollo-planetoïdenstroom.

Nieuw onderzoek heeft de precieze herkomst van de meteoriet binnen die stroom nu nauwer bepaald. Volgens de broers Carlos en Raul de la Fuente Marcos van de universiteit van Madrid maakte de meteoriet deel uit van de asteroïde 2011 EO40.

"Ouders" en "kinderen"

De broers gebruikten eerst een computersimulatie om hypothetische banen rond de zon te achterhalen die op het moment van de inslag die van de aarde kruisten. Vervolgens gingen ze na welke asteroïden zich op dat moment ook effectief op één van deze banen bevonden. De meest plausibele match was de 2011 EO40.

Die asteroïde is eigenlijk een cluster brokstukken verspreid over zo'n 200 meter. Opmerkelijk: eerder hadden onderzoekers aan de universiteit van Cambridge in Massachusetts als gewaarschuwd dat die cluster mogelijk gevaarlijk is.

Toch is nog verder onderzoek nodig om met zekerheid vast te stellen of de 2011 EO40 de "ouder" is van de meteoriet die boven het Oeralgebergte insloeg. Als dit definitief wordt bevestigd, loont het de moeite de cluster verder in de gaten te houden. Mogelijk zweven nog andere "kinderen" van de EO40 rond in een baan die de baan van de aarde kruist. Eventuele toekomstige inslagen kunnen op die manier beter worden voorspeld.