“To Russia with Love” - Jan Balliauw

Vorige vrijdag stonden enkele honderden holebi's ostentatief elkaar te zoenen voor het Russische consulaat in Antwerpen. Ze wilden Rusland een duidelijke boodschap sturen: de recente Russische wet die homopropaganda strafbaar stelt, waaronder ook elkaar kussen in het openbaar kan vallen, is voor hen een stap te ver. Rusland lijkt op het eerste gezicht een wat vreemd doelwit voor homoprotesten. Homoseksualiteit is er sinds 1993 legaal, in tegenstelling tot vele andere landen waar homo's actief vervolgd worden en soms zelfs de doodstraf kunnen krijgen (zoals bijvoorbeeld in Iran en Saudi-Arabië).
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Toch staan de betogers in Antwerpen niet alleen. De bekende Britse mediafiguur (en homo) Stephen Fry riep op de Olympische Winterspelen in Sotjsi in februari 2014 te boycotten. Met enige zin voor dramatiek en overdrijving vergeleek hij de situatie van de homo's in Rusland zelfs met die van de Joden onder Hitler.

Een actiegroep, All Out, overhandigde een petitie met meer dan 340.000 handtekeningen aan het Internationaal Olympisch Comité met de eis dat de antihomopropagandawet wordt ingetrokken. IOC-baas Jacques Rogge, toevallig in Moskou voor de WK atletiek, wou zich nog niet definitief uitspreken over de wet omdat hij nog wacht op verduidelijkingen van de Russische overheid. Maar hij zei wel duidelijk dat volgens het Olympisch charter sport een mensenrecht is en toegankelijk moet zijn voor iedereen ongeacht ras, geslacht of seksuele geaardheid.

Verdedigen van homo’s niet populair in Rusland

De problemen begonnen toen enkele Russische regio’s wetgeving invoerden die zogenaamde propaganda voor homoseksualiteit aan banden wou leggen. Pas toen Sint-Petersburg in 2012 die wetgeving overnam, werd er aandacht aan geschonken. De stad stond, net als Moskou, tot dan toe bekend als relatief tolerant voor holebi’s. Je kon er als homo niet echt hand in hand over straat lopen, maar je vond er wel verschillende homobars en nachtclubs.

In het voorjaar werden die lokale wetten overgenomen in een federale wet. In de Doema stemde niemand tegen. Je maakt je niet populair in Rusland met het verdedigen van homo’s. Homoseksualiteit is immers voor twee derde van de Russen nog altijd immoreel en verwerpelijk, een derde beschouwt het als een ziekte.

Daar ligt meteen ook een groot verschil met het Westen. In Rusland gaat men er vaak nog van uit dat homoseksualiteit een afwijkende geaardheid is die je moet behandelen. Het is voldoende om jongeren voldoende af te schermen om te beletten dat ze ooit homo worden. Vandaar dat de wet zich richt op bestraffing van propaganda voor homoseksualiteit in het bijzijn van minderjarigen.

Poetin zoekt een nieuwe machtsbasis

Voor de Russische president Poetin kadert de homowetgeving in zijn strategie om zijn machtsbasis te verankeren in nationalisme en patriottisme in plaats van de economie. De spectaculaire economische groei van zijn eerste twee ambtstermijnen bezorgde Poetin een ongekende populariteit, maar veel Russen beginnen zich vragen te stellen bij de houdbaarheid van de Poetin-economie. Die draait vooral op grondstoffen maar de Russen beseffen ook dat het sprookje ooit voorbij zal zijn. Rusland onder Poetin bereidt die toekomst niet voor. De Russische economie staat momenteel zelfs aan de rand van een recessie.

Het staatsapparaat is bovendien inefficiënt door de welig tierende corruptie. Begin 2012 kwamen tienduizenden op straat om hun onvrede te uiten. Maar Poetin schildert ze nu af als niet-vaderlandslievende Russen die met geld van het Westen de Russische eigenheid willen bestrijden. Kritische ngo’s met westerse financiering moeten zich laten registreren als “buitenlandse agenten”, waardoor ze gebrandmerkt worden als potentieel vijandige elementen.

Poetin zocht en kreeg in zijn zoektocht naar een nieuwe machtsbasis de steun van de orthodoxe kerk. Patriarch Kirill noemde Poetin tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen vorig jaar een mirakel van God en schilderde de opposanten van Poetin af als handlangers van de duivel. In ruil kreeg de kerk een strenge veroordeling van de meisjes van Pussy Riot, na hun optreden in de kathedraal van Moskou. De orthodoxe kerk staat ook voor traditionele familiewaarden en heeft het dus bijzonder moeilijk met homoseksualiteit. Voor de patriarch zijn homohuwelijken het begin van de Apocalyps.

Zelfs buitenlanders zijn niet immuun

Holebi’s in Rusland voelen dat de grond onder hun voeten heter wordt. De wet op homopropaganda omschrijft niet duidelijk wat er allemaal onder valt. Dat geeft aan de ordehandhavers een vrijbrief om iemand te arresteren en zodra je in handen van de politiediensten komt, heb je in het huidige Rusland niet veel verweer meer, zeker niet met een zo onduidelijke wet. Zelfs buitenlanders zijn niet immuun. Vorige maand werden op basis van de wet in Moermansk 4 Nederlanders opgepakt die een film maakten over homorechten in Rusland. Conservatieven in Rusland zouden de wet wel eens kunnen interpreteren als een extra aansporing om homo’s in elkaar te slaan.

Poetin zelf ontkent dat de wet bedoeld is om holebi’s te discrimineren. Hij zei in juni nog dat de wet niets afdoet aan de rechten van seksuele minderheden en dat die volwaardige leden van de Russische samenleving zijn. De wet moet volgens Poetin alleen de jongeren beschermen. Alles wat homo’s doen in de privésfeer, blijft buiten het toepassingsgebied van de wet.

Net als 1980: oproep voor een boycot

Het Westen probeert nu Rusland onder druk te zetten om de wet te wijzigen of af te schaffen. In de eerste plaats worden nu de Olympische Winterspelen in Sotsji in februari 2014 uitgespeeld. Voor Rusland zijn die Spelen van groot belang. Er is enorm veel geld in geïnvesteerd (het worden de duurste Spelen ooit) en Poetin heeft zich persoonlijk ingezet om de Spelen naar Sotsji te halen.

Het is van de Olympische Spelen in 1980 geleden dat Rusland nog zo'n groot sportevenement mocht organiseren. Net als toen wordt nu opgeroepen voor een boycot. In 1980 bleven een zestigtal landen weg, geleid door de VS, vanwege de Sovjetinvasie in Afghanistan. De Sovjettroepen werden daardoor evenwel niet teruggetrokken.

Een boycot is misschien goed om het eigen geweten gerust te stellen, maar de Russische holebi’s lijken niet echt vragende partij. Sommige homoactivisten in Rusland vrezen zelfs dat daardoor hun situatie nog zal verslechteren omdat zij de schuld zullen krijgen voor het mislukken van de Winterspelen. Ze pleiten ervoor om de vrijheden voorzien in het olympisch charter te gebruiken om de situatie van de homo’s in Rusland aan te klagen.

Europa moet ook beter leren omgaan met een grote buur die niet altijd, en in toenemende mate, de Europese waarden en normen volgt. Roepen om boycots en sancties is eenvoudig, maar de relatie met Rusland is complexer. De ontwikkelingen in Rusland zijn van een direct belang voor Europa. Moskou ligt op drie uur vliegen van Brussel. Een belangrijk deel van de Europese industrie draait op Russisch gas. Europa kan zich niet zomaar spiegelen aan wat de VS doet. Voor Washington is Rusland meer en meer een land in de periferie, niet voor Brussel. Europa moet zeker niet alles slikken wat Rusland doet, maar bij een politiek van permanente confrontatie heeft niemand iets te winnen. Hoe samen te leven op het Europese continent met een Rusland dat zich meer en meer in zichzelf keert, wordt een van de grote uitdagingen voor de Europese buitenlandse politiek voor de komende jaren.

(De auteur is diplomatiek redacteur en Ruslandkenner VRT Nieuwsdienst)