De waarde van het nieuws - Wouter Verschelden

Hoeveel is het nieuws ons eigenlijk waard? Want nieuws en bij uitbreiding de hele mediasector herleiden tot gelijk welke andere economische activiteit is niet verstandig, in het digitale tijdperk.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

De verkoop van de Washington Post aan Amazon-baas Jeff Bezos kwam voor alle betrokkenen, analisten en geïnteresseerden als een schok. Wat volgde, waren hele analyses over wat Bezos zou drijven, waarom de aankoop goed of slecht is voor de krant, waarom het tekenend is voor de mediasector en welke lessen we eruit kunnen/moeten trekken.

Opvallend, ook bij ons schreven onder meer Koen Vidal (De Morgen) en Isabel Albers (De Tijd) standpunten over de verkoop. Allebei bepleitten ze de nood om niet stil te blijven staan, om dringend de digitale innovatie te omarmen. Als signaal aan hun uitgever respectievelijk co-eigenaar, De Persgroep, kan dat tellen.

De vraag die daarbij steeds beantwoord moet - ‘Hoe snel innoveren we ons mediabedrijf en wanneer zetten we de stap naar het digitale’- is nochtans niet de enige die zich opdringt bij de verkoop van de Post. ‘Wat is ons nieuws waard?’ verdient een veel gefundeerder en moeilijker debat. Want de digitale revolutie dwingt ons daartoe.

Is journalistiek een roeping?

Journalistiek is voor veel beoefenaars, professioneel of burger, namelijk in de eerste plaats helemaal geen economische activiteit, maar een maatschappelijke opdracht, een noodzaak, een uiting van burgerzin. Hoe anders leg je de rol van een openbare omroep uit? ‘Het is één van de aller enige sectoren die ik ken waar de overheid nog zo een dominante rol speelt’, stelde Van Thillo tijdens ons interview. Eigenaars van mediabedrijven zien het misschien niet meteen zo, maar professionele journalisten spreken zelf vaak van een roeping, als was de journalistiek iets quasireligieus. Ik moet u eerlijk bekennen, bij momenten durf ik het zo ook benoemen.

Gedurende decennia had ons vak een bijna ‘goddelijke’ manier van werken. Niet in positieve zin, alsof journalistiek onfeilbaar of almachtig zou zijn geweest, wel omdat het een quasi-eenrichtingsverkeer was. De krant legt de lezer iets uit, vertelt hem iets, en zegt: ‘vertrouw mij, ik zeg u de waarheid’. Wij, de journalisten, hoofdredacteurs en uitgevers, beslisten wat goed was voor onze lezers, en wat die wilden lezen. En enkel wie genoeg geld had voor drukpersen, vrachtwagens en redacties, kon en mocht voor God spelen. Ja, op lange termijn spraken lezers zich natuurlijk wel uit. Ze kwamen als ze het smaakten, ze vertrokken als ze niet geboeid werden. Maar het bleef uiteindelijk ook daar gissen naar de juiste beweegredenen van aankomst of vertrek.

Verwachtingen van de lezer worden niet meer ingevuld

De digitale revolutie heeft dat ‘goddelijke’ uit onze sector gestampt. Niet enkel aan de aanbodzijde, waar iedereen die zich journalist wilt noemen kan dat nu, maar ook aan de kant van de lezer. Die kiest met zijn clicks of met haar creditkaart, en geeft instant-feedback met zijn of haar consumptie. Data-analyse staat tegenwoordig zo ver dat je perfect kan weten of lezers een stuk blijven lezen of afhaken omwille van de titel, de foto of bij welke paragraaf van het stuk ze niet meer geboeid zijn.

Jeff Bezos betaalde voor de Washington Post geen 250 miljoen omdat de krant dat zal terugverdienen met toekomstige winst, want die maakt ze vandaag niet. Hij betaalde dat eerder laag bedrag voor het merk, voor de uitstraling, voor wat je boekhoudkundig de ‘goodwill’ noemt.

En in die zin is het een reflectie van wat de Washington Post is vandaag. Alle stukken over de krant vermelden het roemruchte Watergate schandaal als hoogste scalp aan haar journalistieke gordel. Een scalp waar, met permissie, toch wat schimmel aan hangt. Vandaag zijn Politico, Huffington Post of zelfs Buzzfeed nieuwsmerken in de VS die sneller, agressiever zijn en wat mij betreft ook gewoon betere verslaggeving brengen over de Amerikaanse politiek. Bob Woodward, het icoon van het schandaal, schrijft vandaag dikke boeken over de macht maar kroop daarvoor wel erg dicht op de schoot van verschillende presidenten, om George W. Bush en zijn entourage niet te noemen. Een daling van 830.000 abonnees naar 474.000 sinds 1993 vertelt dat de verwachtingen van de lezer niet ingevuld zijn. Mij waren ze al kwijt.

De maatschappelijke waarde van het nieuws

Het klinkt een pak professionals uit de mediasector vast wat ongemakkelijk in de oren, die verwijzing naar waarden, onze opdracht, de maatschappelijke en niet de financiële waarde van het nieuws. En toch is net dat element vreemd genoeg een constante in onze zoektocht naar ‘de toekomst van het nieuws’ voor Panorama. In gesprekken, bij bezoeken aan redacties, telkens kwamen we toch weer terug op dat antwoord. ‘Great content’ of ‘original reporting’, noemden ze het in New York, ‘une bataille qui est au cœur des enjeux de la démocratie’ in iets zwieriger Frans, ‘journalistiek verder gaat dan de bewandelde paden’, stelden ze in Amsterdam.

Vaak hing het ook aan de muren, bij de ingang, of in een bronzen plaque, zoals de woorden van Joseph Pulitzer : ‘Our republic and its press will rise or fall together’. Nu is een verklaring aan de muur niet genoeg, het gaat om wat journalisten al jaren doen en niet doen in hun vak, in hun dagelijks werk.

De digitale revolutie herleiden tot een ‘technologische uitdaging’ voor de eigenaars, uitgevers en hoofdredacteurs, is een complete miskenning van de emancipatorische kracht van het internet. De lezer heeft nu een stem, en geeft voortaan instant-feedback met uw aankoop- én leesgedrag. En hij kiest heus niet enkel voor simplistische of ranzige en voyeuristische stukken. Voor kwaliteit, voor goede journalistiek, zijn mensen wel degelijk bereid te betalen. Ons vak, de journalistiek wordt van haar financiële en intellectuele sokkel geblazen. Maar eerlijk gezegd is dat alleen maar goed nieuws.

Digitalisering dwingt ons tot uitzuivering, tot teruggaan naar die kernopdracht die ons vak heeft : het publiek informeren. Opnieuw die vertrouwensband tussen lezer en journalist herstellen. En dat mag bij alle analyses over de Washington Post ook wel even gezegd.

Op 5 september brengt Panorama “Stop de persen”, een verhaal van Wouter Verschelden over de evolutie van de journalistiek sinds het online-tijdperk.

(De auteur – voormalig hoofdredacteur van De Morgen en eerder politiek journalist bij De Standaard - zal dit onderwerp in meerdere bijdragen voor deredactie.be belichten. Hij houdt ook een eigen blog bij.)