Inlevingsprojecten tegen de jeugdwerkloosheid

Sinds begin dit jaar zijn iets meer dan 400 jonge werklozen in een project van de VDAB gestapt om hen werkervaring te laten opdoen. De VDAB zet zo met Europese steun in tegen de jeugdwerkloosheid die historisch hoog is in Europa.
BELGA/VERGULT

Vandaag is het 12 augustus, de Internationale Dag van de Jeugd die in 1999 werd ingevoerd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. In Europa kan dat niet anders dan in het teken staan van de historisch hoge werkloosheid bij jongeren onder de 25 jaar.

In Vlaanderen valt die al bij al nog mee, maar dat heeft de VDAB er niet van weerhouden om begin dit jaar te starten met zogenoemde werkinlevingsprojecten. Sinds april zijn er al 403 Vlaamse jongeren in een dergelijk traject gestapt en 89 zouden dat binnenkort gaan doen. Het is de bedoeling om in totaal 2.250 jongeren aan te spreken in twee jaar tijd.

Het project wil jongeren zonder diploma begeleiden om toch een plaatsje te vinden op de arbeidsmarkt. Concreet gaat het om stages bij bedrijven of een beroepsopleiding in een onderneming. Consulenten van de VDAB kunnen het traject individueel aanpassen aan de behoeften van de jongere.

Naargelang van de situatie kan een traject een jaar tot 18 maanden duren. Omdat jeugdwerkloosheid vooral een stedelijk fenomeen is, werkt de VDAB daarbij nauw samen met 13 Vlaamse centrumsteden. Het project wordt ondersteund door het Europees Sociaal Fonds.

"Een verloren generatie?"

De werkloosheid bij jongeren onder de 25 jaar is een van de belangrijkste plagen in het Europa van deze tijd. De voorbije jaren is die naar een historisch peil van 23,1% gestegen in de Europese Unie.

Het zal u niet verbazen dat die cijfers in Griekenland (59,2%), Spanje (56,5%) en Portugal (42,1%) dramatisch hoog liggen en daar wordt echt gevreesd voor een "verloren generatie" van jonge mensen die in een groot deel van hun actieve periode geen werkervaring kunnen opdoen en in de marge zullen blijven. Veel jongeren verlaten ook die landen om elders een baan te zoeken.

Toch is dat niet overal zo dramatisch: In Duitsland bedraagt de jeugdwerkloosheid 7,6% en in Nederland 10,6%.

Vlaanderen doet het zo slecht nog niet

België zit met 22,7% midden in het peloton van de jeugdwerkloosheid. Opgesplitst was dat in 2011 12,7% voor Vlaanderen, 25,2% voor Wallonië en 35,3% voor Brussel. Dat laatste cijfer doet akelig Zuid-Europees aan.

Vooral ongeschoolde of laaggeschoolde jongeren geraken niet aan de slag, in totaal behoort 42,9% van de jonge werklozen in Vlaanderen tot die categorie. Ze lopen ook het risico om langdurig werkloos te zijn.

Jongeren van allochtone afkomst maken 17,5% uit van de jonge werklozen. Bij hen zijn laaggeschooldheid en taalachterstand twee grote handicaps, maar dat geldt in veel mindere mate voor de tweede of derde generatie. 

Ten slotte is de jeugdwerkloosheid vooral een probleem in de steden zoals Tongeren, Maasmechelen, Antwerpen, Ronse, Boom, Genk en Gent. Vooral in Antwerpen en Gent is dat vreemd omdat net daar een groot aanbod van banen is, maar dan niet voor laaggeschoolden.