Aanmodderen in Congo – Stijn Vercruysse

Eind augustus 2012, in Oost-Congo, aan de grens met het territorium van de M23, de rebellengroep die nu al meer dan een jaar geleden de regio in brand stak. Een plaatselijke journalist, mijn cameraploeg en ik trekken onze kogelvrije vesten aan, zetten onze helmen op.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Voorzorgsmaatregelen die nodig schijnen te zijn om het rebellengebied binnen te trekken, want zowel de militairen van het Congolese regeringsleger als de rebellen zijn onberekenbaar. Hoe later op de dag, hoe gevaarlijker, want dan zijn ze al behoorlijk in de wind, en schieten ze wanneer en op wie ze maar willen, zo horen we.

Maar enkele tientallen kilometer verderop kunnen we alle veiligheidsmateriaal weer opbergen, want de rebellen ontvangen ons met open armen. Hun imago moet nodig worden opgekrikt.

De rebellen zien er net zo uit als de regeringssoldaten. Ze hebben hetzelfde uniform. De meeste van hen zijn dan ook overgelopen militairen. Maar hun motivatie is veel groter. Bij de M23 krijgen ze hun salaris namelijk wel uitbetaald, en dat is goed voor de moraal. De M23 staat stukken sterker dan het regeringsleger.

Goma

Na ons verhelderende bezoek aan de rebellen, terug in Goma, de belangrijkste stad in Oost-Congo, is minister van Buitenlandse Zaken Reynders er net op doorreis, om te bemiddelen. Hij komt van Kinshasa en is op weg naar Kigali, want volgens een VN-rapport steunt de Rwandese president Kagame de rebellen.

Terwijl om die reden een aantal donorlanden beslissen de geldstroom naar Rwanda on hold te zetten, kiest Reynders ervoor met alle actoren te blijven praten. Dat zou meer resultaten opleveren.

Terwijl Reynders blijft praten, nemen de rebellen drie maanden later zonder noemenswaardige tegenstand Goma in.

Tien dagen later, onder druk van de buurlanden, trekken ze zich dan wel terug, maar vandaag zitten ze nog steeds in datzelfde territorium waar wij een jaar geleden de ‘grens’ overstaken. Er wordt ook nog altijd gevochten tussen het Congolese leger en de rebellen. Ook de tienduizenden vluchtelingen zijn er nog steeds. En minister Reynders gaat nog ‘ns naar Congo.

Reynders nog eens naar Congo

“Er is een echte wil om iets te doen nu”, zegt hij. Tja, dat zinnetje heb ik al vaker gehoord.

Maar misschien zijn dat deze keer geen holle woorden. Hoe uitzichtloos de situatie in Oost-Congo ook is, er is wel één en ander veranderd.

Kagame zou zijn steun aan de M23 aanzienlijk verminderd hebben. Of dat het gevolg is van de gesprekken met Reynders is twijfelachtig. De begroting van Rwanda bestaat – alle economische hoera-berichten ten spijt – nog altijd voor het grootste deel uit buitenlandse steun, en als die geldstroom opdroogt, doet dat zondermeer pijn.

De M23 is dus erg verzwakt en het regeringsleger is sterker geworden. Soldaten worden opnieuw betaald, de bevoorrading van de soldaten aan het front functioneert, 120 officieren die parallelle commando’s gaven en eigenlijk in de weg liepen, zijn naar Kinshasa gestuurd voor ‘opleiding’ en de door de Belgen opgeleide bataljons worden beter ingezet. Waar het leger een jaar geleden nog ijlings op de vlucht sloeg voor het minste wapengekletter, boekt het nu opnieuw echte militaire successen.

Nog een lange weg

Er is (sinds februari) een akkoord met elf landen uit de regio over Oost-Congo. De buurlanden beloven zich minder te bemoeien, de Congolezen beloven hervormingen.

Er is net een interventiebrigade ontplooid, die meer mag dan de blauwhelmen (van de Monusco) tot nog toe mochten. Ze moeten de rebellengroepen ontwapenen en neutraliseren.

Er is dus één en ander verbeterd, maar ruim onvoldoende om vrede te brengen in een regio waar al miljoenen doden vielen en waar al tientallen jaren wordt gevochten. De interventiebrigade heeft nog niet veel uitgevoerd, de M23 is niet verjaagd, het Congolese leger is nog niet hervormd. Er is nog een enorme onoverzichtelijke berg werk.

Maar die enkele positieve ontwikkelingen geven wel hoop: het schip is wel degelijk van koers te veranderen. Nu mogen we niet langer aanmodderen, vinden de Congolezen in Noord- en Zuid-Kivu. Zij snakken naar blijvende vrede. Ze willen geen tijdelijke oplossingen meer, zoals de afgelopen decennia, waarna het geweld telkens weer kon opflakkeren. En ze verlangen van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken dat hij duidelijke taal komt spreken. Dat hij hun politieke leiders dwingt hun verantwoordelijkheid op te nemen. Met doorslaggevende argumenten.

(De auteur is buitenlandjournalist en Afrika-expert bij het VRTjournaal)