Cyberhaat wordt prioriteit voor het gerecht

De procureurs-generaal en de regering willen werk maken van een strengere aanpak van haatmisdrijven via het internet. De richtlijnen daarvoor zijn omschreven in een omzendbrief.

"Er zal bijzondere aandacht uitgaan naar de criminaliteit die op het internet en de sociale netwerken wordt gepleegd", zo waarschuwt de omzendbrief van het college van procureurs-generaal en de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken.

Daarin staat dat de aanpak van zogenoemde cyberhaat voortaan een prioriteit moet zijn voor het gerecht. De nieuwe richtlijnen moeten vooral het opsporings- en vervolgingsbeleid voor wetten inzake antidiscriminatie, gender- en antiracismewetten uniformiseren. Tot nu toe was die wetgeving in de praktijk niet altijd duidelijk en werd de vervolging daarom niet altijd correct toegepast, geeft de brief toe.

De nieuwe richtlijnen leggen doelstellingen en prioriteiten vast en de samenwerking tussen het parket, arbeidsauditoraat, de politie en de sociale inspectie. De politie wordt ook gevraagd om "de nodige aandacht te besteden aan elke klacht en die niet te banaliseren".

Bij de parketten, de federale en de lokale politie komen er daarom speciale ambtenaren die belast zijn met feiten van discriminatie en haatmisdrijven. Cyberhaat wordt omschreven als haatdragende uitdrukkingen, stalking, pesterijen, beledigingen of discriminerende uitlatingen tegen personen omwille van hun huidskleur, herkomst, geslacht, seksuele geaardheid, filosofische of religieuze overtuigingen, handicap, ziekte of leeftijd.