Britse economie trekt aan, maar is het groei op drijfzand?

Het is volgens sommigen de meest markante wederopstanding sinds Lazarus. De Britse economie, die vijf maanden geleden nog dreigde weg te zakken in een "tripledip-recessie", staat weer rechtovereind. En niet alleen dat, ze groeit sneller dan Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten. Onze correspondente in Londen, Lia van Bekhoven, legt uit hoe dat komt.
AP2012

De drie belangrijkste sectoren, de dienstensector, de maakindustrie en de bouw reppen over verhoogde activiteit. Huizenprijzen stijgen harder dan in drie jaar en de Britse consument doet weer wat hij het beste doet: uitgeven.

Maar er zit ook een andere kant aan de economische wederopstanding, miraculeus of anderszins, van het Verenigd Koninkrijk. Want wat de indicaties ook aangeven, is hoe onevenwichtig de Britse economie nog steeds is. De omvang van de dienstensector blijft buitenproportioneel groot. En het is deze sector die de groei aanzwengelt. Tegelijkertijd presteert de maakindustrie ver beneden haar niveau.

Onroerend goed is een andere verslaving waarmee niet gebroken kan worden. Britse huizen zijn schaars en dus duur. Om het huizentekort te corrigeren, moeten er ieder jaar 230.000 woningen bij gebouwd worden. Vorig jaar werd nog niet de helft opgeleverd. De Britse regering bouwt geen huizen.

Wat ze wel doet, is nieuwe huiseigenaren subsidiëren. Onder een nieuw regeringsinitiatief worden leningen verstrekt van 20% die de eerste vijf jaar rentevrij zijn. Van de kopers wordt een aanbetaling verwacht van 5% en de banken komen met de rest over de brug. Daarnaast heeft de regering van premier Cameron beloofd garant te staan voor € 156 miljard aan nieuwe hypotheken.

Het stimuleren van de huizenmarkt is een riskante strategie. Het IMF gelooft dat het niet zal leiden tot hoger huizenaanbod, maar tot hogere huisprijzen. De eerste aanwijzingen zijn dat het Fonds gelijk heeft. Dure huizen bevoordelen de rijken. Ze trekken de kromme verhoudingen nog krommer (en Groot-Brittannië is al een van meest ongelijke landen ter wereld).

Daarnaast, zeggen critici, stimuleren gesubsidieerde hypotheken de banken tot het nemen van riskante leningen. Ziehier de ingrediënten voor een nieuwe bubble terwijl het puin van de vorige nog niet geruimd is.

Er kan nog veel meer misgaan. De Britse achilleshiel, productiviteit, blijft laag. Het klein- en middelgroot bedrijf, ruggengraat van de economie, kan niet groeien omdat banken weigeren krediet te verstrekken. Het overheidstekort wedijvert, als proportie van het bbp, nog steeds met dat van Griekenland. Inflatie kan omhoogschieten en de eurozone, de grootste Britse afzetmarkt, kan herstel afremmen.

Ondanks de blije krantenkoppen blijft het Verenigd Koninkrijk tobben met lage groei, lage investeringen, lage productiviteit en lage lonen. Maar de sfeer is omgeslagen. Het gevoel dat de eindbestemming van de Britse economie het afvoerputje was, is verdwenen.