De New York Times en Het Laatste Nieuws - Wouter Verschelden

Zijn ‘uitgeversfamilies’ zoals de Sulzbergers maar ook de Van Thillo’s of De Nolfs nog van deze tijd? In Amerika verdwijnt de een na de ander.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Ooit controleerden een paar puissant rijke families de kroonjuwelen van de Amerikaanse krantenmarkt. De Bancrofts hadden The Wall Street Journal, de Chandlers controleerden The Los Angeles Times, de Grahams hielden stevig de touwtjes in handen bij The Washington Post en de Sulzbergers bij The New York Times. Vandaag blijven enkel die laatsten over.

'Wij verkopen niet. Punt.'

De afgelopen dagen zinderden in de Verenigde Staten de naschokken van de verkoop van The Washington Post door de familie Graham aan Jeff Bezos na tot aan 8th Avenue in New York, waar de Grijze Dame van de Amerikaanse journalistiek kantoor houdt. ‘Wij verkopen niet. Punt.’ De familie Sulzberger liet aan iedereen die dat wenste weten dat ze niet van plan is hun New York Times te verkopen. Arthur Sulzberger jr., uitgever van de krant, schreef zelfs een mail naar al het personeel om de niet-verkoop te benadrukken.

Onlogisch is de vraag nochtans niet. En daarbij gaat het er niet zozeer om of de Sulzbergers het financieel wel kunnen volhouden (The New York Times maakte vorig jaar 77,8 miljoen dollar winst, The Washington Post verloor 53,7 miljoen dollar), dan wel of ze best geplaatst zijn om een mediabedrijf te leiden in de 21ste eeuw.

Dat Bezos de Post overneemt, creëert hoop en verwachtingen bij mediawatchers en vooral bij journalisten zelf. Met zijn Amazon heeft Bezos een miljardenbedrijf uit de grond gestampt dat in het digitale tijdperk inhoudelijke content (boeken) en distributie perfect combineert. Dus moet hij zeker in staat zijn om met de 800 journalisten van The Washington Post een soortgelijke oefening te doen, is de redenering.

Het palmares van de Sulzbergers

Nu beschikken de Sulzbergers over een meer dan behoorlijk palmares. Uitgerekend in The New York Times schreef James Stewart, professor Journalistiek aan de Columbia School of Journalism, een artikel waarin hij stelt dat families zoals de Sulzbergers nodig zijn, want ‘goede journalistiek vergt moed, vergt verantwoordelijkheidsgevoel, onafhankelijkheid, tijd en misschien meest van al, het vergt geld’. En The New York Times heeft de afgelopen jaren aangetoond dat het dat allemaal combineert, zegt Stewart. Voor de volledigheid dient geweten dat de Sulzbergers gulle donoren zijn van de Columbia School of Journalism. Helemaal zonder eigenbelang is Stewarts analyse dus niet.

Betalen voor digitaal nieuws

Tot op zekere hoogte heeft Stewart een punt: The New York Times heeft de laatste jaren in de krantensector voor een stille revolutie gezorgd. Toen de krant enkele jaren geleden hun paywall introduceerden, verklaarden mediagoeroes en collega’s hem ‘dood en begraven’. ‘De gebruiker van het internet is gewend aan gratis nieuws’, en ‘mensen zullen nooit bereid zijn te gaan betalen’, luidde steevast de kritiek.

Maar het heeft wonderwel gewerkt. Van de 40 miljoen individuele bezoekers per maand op de gratis site, bleek eerst twee en later tot vier à vijf procent bereid zich aan te melden voor een digitaal abonnement. Dat lijkt weinig, maar zo had The New York Times er wel in één klap 800 duizend betalende lezers bij.

Hét lichtende pad?

Ondertussen is dit model hét voorbeeld van heel de krantensector. Ook in Vlaanderen zijn alle kranten aan het terugkomen op het ‘gratis’ verspreiden van nieuws. De Standaard heeft zijn paywall veel scherper gezet, en ook bij de Persgroep staan ze klaar voor de grote omslag.

Tegelijkertijd valt er wat op te merken over de leiding van de Grijze Dame. Nate Silver, de man achter de razendpopulaire blog FiveThirtyEight op de website van The New York Times waarin hij haast perfect de Amerikaanse verkiezingen voorspelde, gaf afgelopen weekend scherpe kritiek. In een interview noemde hij The New York Times ‘beperkt in zijn business-strategie’. ‘Met al de bezoekers die de Times nu heeft, zou ze veel meer moeten verdienen. Ik denk niet dat we de reden moeten zoeken bij externe omstandigheden, misschien zijn de sales-mensen gewoon niet goed genoeg’, zei Silver. Hijzelf verkaste onlangs naar de sportzender ESPN, ook al een teken aan de wand voor de Times, die veel moeite deed om zijn wünderkind te behouden.

Persoonlijk vind ik ook dat de krant in vormgeving en stijl is blijven stilstaan. Lees The New York Times en The Financial Times eens na elkaar, en proef het verschil: de ene met langdradige, breedsprakerige stukken, de ander met goed geschreven, to-the-point-journalistiek. De ene met een erg Amerikaanse visie op de wereld, de ander die zich manifesteert als een globaal merk.

Toetsen aan Vlaanderen

Dat gezegd zijnde, is het interessant professor Stewarts stelling te toetsen aan Vlaanderen: zijn (steenrijke) families goede eigenaars van een nieuwsmerk? Qua starpower zijn de familie Leysen bij Corelio (De Standaard, Het Nieuwsblad), Van Thillo (Het Laatste Nieuws, De Morgen, De Tijd), De Nolf (Knack) en Baert (tot voor kort Het Belang van Limburg, Gazet Van Antwerpen) in niets te vergelijken met de Sulzbergers, Bancrofts of Grahams. Amerika heeft altijd al mateloos opgekeken naar zijn industriële elite, misschien bij gebrek aan royalty of aristocratie, en daarin vormden de ‘krantenfamilies’ een graag gezien subgroep.

Eerste vaststelling is dat wij die lange Amerikaanse traditie niet kennen. De Leysens kregen De Standaard en Het Nieuwsblad pas in 1976 in handen, nadat die kranten eerst failliet waren gegaan. Christian Van Thillo verwierf Het Laatste Nieuws pas in 1987 en De Morgen volgde nog later. Van Thillo en ook de familie De Nolf zijn overigens eigenaar én tegelijk ook zakelijk leiders van hun mediabedrijf, net als de Sulzbergers. De familie Leysen laat de leiding van Corelio aan anderen.

Harde saneringen

Sinds de intrede van de Vlaamse families is er financiële stabiliteit in de markt, geen enkele krant ging over de kop in Vlaanderen en dat is op zich een prestatie. Daarmee gingen wel harde beslissingen gepaard: de sector heeft vele saneringen gekend de laatste 15 jaar, met als blikvanger het opdoeken van Het Volk bij Corelio.

Nu kun je de Leysens alvast geen overdreven winstbejag verwijten; bij Van Thillo’s De Persgroep sprak men altijd wat schamper over ‘de VZW Corelio’ - omdat de grote concurrent tevreden leek met zulke lage winstcijfers. In Kobbegem, waar Van Thillo en schoonbroer Christophe Convent de plak zwaaien, is de hang naar winst veel groter. Merken als Dag Allemaal en Het Laatste Nieuws rendeerden tot vorig jaar jaarlijks elk 20 miljoen euro.

Dergelijke publicaties hebben natuurlijk weinig op met het soort journalistiek waarover Stewart het heeft als hij de Sulzbergers looft. Alleen zorgden dergelijke marges wel voor stabiel aandeelhouderschap.
 

Gezonde scepsis

Terug naar de kernvraag: brengen de families iets zoals mogelijk Jeff Bezos zal doen aan de tafel? Zijn ze innoverend geweest? Zijn ze klaar om hun titels moed, verantwoordelijkheidsgevoel, onafhankelijkheid, tijd en vooral geld te gunnen?

Gezonde scepsis is hier op zijn plaats. De gezamenlijke palmares oogt sterk als het erop aankomt om een ineenstorting van de papieren krantenmarkt te vermijden. Dat is gelukt, wat niet het geval is in de ons omringende krantenmarkten.

Een testcase

Maar het staat vast dat dit niet genoeg zal zijn om in de 21ste eeuw mediamerken succesvol te leiden. De fusie van Corelio en Concentra zal een testcase worden voor de mediasector in Vlaanderen. Formuleert het gloednieuwe ‘Mediahuis’ een passend antwoord op de digitale revolutie en haalt het De Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg uit de negatieve spiraal?

Want als de Leysens, De Nolfs, Baerts en Van Thillo’s enkel opnieuw saneringen en ‘zoektochten naar synergie’ en ‘schaalvergroting’ in hun koker hebben zitten, wacht hen hetzelfde lot als de Bancrofts, Grahams en Chandlers. En in alle eerlijkheid, (semi-)aristocratie, was dat niet eerder een 19de-eeuws fenomeen?

(Wouter Verschelden is oud-redacteur van De Standaard en ex-hoofdredacteur van De Morgen. Voor Panorama maakt hij een reportage over de toekomst van pers & journalistiek onder de titel "Stop de persen". In de marge daarvan schrijft hij een reeks analyses over de thema's die daarin aan bod komen.)