Circus Bracke - Van Dievel Consulting

‘Kameraad Lowie,’ sprak Siegfried Bracke, ‘ik heb toch mijn twijfels bij de gepastheid van deze euh vestimentaire uitrusting, zal ik maar zeggen.’ Mijn vriend en voormalige hiërarchische meerdere wees met zijn zweepje op de outfit die hij met behulp van de vaardige vingers van Dinska Bronska had aangetrokken: een hoge hoed, een pitteleer over een wit hemd met plastron, een body, zwarte netkousen en stilettohakken. ‘Het zijn niet de schuinsmarcheerders en perverten van Open VLD die ik moet overtuigen, het zijn de eenvoudige en godvruchtige lieden die voor de N-VA stemmen of zullen stemmen die ik naar mijn circustent wil lokken.’

Een hoge hoed en netkousen

‘Patron,’ sprak Brabançonne mij toe, ‘meneer Bracke heeft een punt. De sfeer die gecreëerd wordt is naar mijn gevoel een tikje te extravagant en het leidt de aandacht af van de boodschap die meneer Bracke wil verkondigen.’

‘De stand van het land,’ voegde Siegfried Bracke er met opgeheven wijsvinger aan toe, ‘de ware en penibele toestand waarin dit kunstmatige land zich bevindt, met cijfers en feiten die niet per se van de N-VA komen.’

Ondertussen stond Dinska Bronska met haar smartphone stiekem foto’s van Bracke als circusdirecteur te maken, om deze later te publiceren op de FB-pagina van Van Dievel Consulting, handelaar in gebakken lucht sedert 2007.

Zenuwzieke dwergpoedels

Ik keek eens wrevelig opzij naar mijn dobermannvriend en junior partner. Ik word niet graag tegengesproken, zeker niet als de klant er bij staat en anders ook niet.
‘We waren het er allemaal over eens dat een circus de beste manier is om de boodschap van onze geëerde opdrachtgever over te brengen,’ zei ik met een vleugje ongeduld in de stem, ‘en dan zeggen de wetten van de implementatie van de communicatie, de consultatie, de framing en de spinning unisono dat ge dat idee in al zijn consequenties door moet trekken.’

‘In theorie hebt ge gelijk, kameraad Lowie,’ haastte het lid en de ondervoorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers zich te zeggen, ‘maar ik voel mij niet op mijn gemak in deze vermomming. Ze is niet naturel. En ik voel mij nog veel minder op mijn gemak met die beesten in mijn rug.

En hij wees op de bejaarde en zich aldoor krabbende leeuw, het koppel moppentappende struisvogels, de zingende woudezel, de hongerige koningspython, de fietsende tapir, de zenuwzieke dwergpoedels, de kwijlende zeehond, de oversekste hyena, het nest nijvere termieten en de suffe olifant die wij voor een habbekrats hadden kunnen verwerven, nu échte circussen niet meer met échte wilde dieren mogen werken.
‘Ik stel voor, vriend Siegfried,’ zei ik met nauwelijks verholen irritatie, ‘dat we deze formule eerst gelijk afgesproken uitproberen op een levend testpubliek.'

Iets te veel marginalen

Om het publiek waarop mijn opdrachtgever mikt met zijn Circus Bracke zo dicht mogelijk te benaderen, had ik een rondje gedaan langs en rondjes gegeven in de Kalmthoutse drankgelegenheden teneinde een representatief publiek te werven. Misschien hadden zich net iets te veel marginalen als vrijwilliger gemeld, met gratis drank en vermaak in het verschiet. Maar wie applaus wil krijgen met de bewering dat wij kreunen onder een Franstalige belastingregering mag de lat niet te hoog leggen.

Afijn, de circustent die wij eveneens voor een prikje op de kop hadden kunnen tikken bij Stijn Meuris, zat afgeladen vol voor de try-out , wijl Being for the benefit of mister Kite van The Beatles uit de luidsprekers schalde. Dinska Bronska ging rond met snoep, Brabançonne deelde met gulle hand sterke drank uit.
De sfeer zat er goed in, laat dat duidelijk zijn. Backstage stond circusdirecteur Bracke te zweten en te daveren van de zenuwen. ‘Kameraad Lowie,’ bekende hij, ‘ik heb mij nog nooit in mijn leven zo zenuwachtig gevoeld.’

‘Komaan Siegfried, ge kunt het!’ moedigde ik hem aan, ‘de toekomst van de N-VA en in het verlengde daarvan van Vlaanderen hangt van u af!’
Die laatste toevoeging deed mijn vriend en voormalige hiërarchische meerdere evenwel nog meer shaken, sidderen en beven.

Met rollende r'en

‘Dames en heren! Kerels en vrouwkes!’ Met veel rollende r’en zweepte ik het publiek op.
‘Hier is de wonderbaarlijke, de radicale, de rondborstige, de raak formulerende, de ruwaard, de redder van Vlaanderen, de enige echte Siegfrrrrrried Brrrrrracke!’

Waarna ik Siegfried een ferme zet in de rug gaf zodat hij half vallend, half struikelend de piste van Circus Bracke betrad. Ogenblikkelijk was luid en enthousiast gejoel zijn deel. In Kalmthout hebben de mensen weinig ervaring met travesties, dat speelde wel mee in de opwinding. Brabançonne roffelde op de trom, Dinska Bronska liet de cimbalen zinderen.

Een betreurenswaardige black out

Siegfried Bracke zweeg. Hij knipperde met van paniek vervulde ogen in het verblindende licht van de schijnwerpers. Het gejoel verstomde. Godverdomme, dacht ik, toch wel enigszins verontrust, mijn vriend heeft een ferme black out te pakken.

Wijl Bracke naar een aanknopingspunt van zijn opruiende speech zocht, liet de leeuw geweldig onwelriekende veesten, poogde de hyena seksuele betrekkingen aan te knopen met de kwijlende zeehond en daarna met de zingende woudezel, hadden de termieten zich rond de centrale mast van de circustent verzameld en had de koningspython alreeds twee van de vier zenuwzieke dwergpoedels gewurgd en naar binnen geworgd en gleed ze vervolgens nieuwsgierig naar de eerste rijen van het publiek.

‘Vlaamse onafhankelijkheid!’ fluisterde ik in de micro.
Er ging Siegfried een lichtje op.
‘Ik krijg geen stijve van Vlaamse onafhankelijkheid!’ riep hij, daarmede de ietwat vulgaire woorden herhalend die hij in de deftige krant De Tijd had gebezigd.
Wat er uit het publiek terug werd geroepen, is niet voor herhaling vatbaar, en zeker niet op deze site.
‘Het land gaat naar de kloten!’ riep Bracke uit.
Wederom was de repliek die vanuit het publiek weerklonk niet voor kinderoren bestemd.
‘Met ons zal alles beter gaan!’ vervolgde de volksvertegenwoordiger.
Maar toen hem om details werd gevraagd, had hij slechts dit als antwoord:
‘Dat vertellen we u pas volgend jaar!'

Door het oorverdovende boe-geroep dat op die spontane bekentenis volgde, viel de fietsende tapir van zijn fiets, vergaten de moppentappende struisvogels de pointe van hun melige van Geert Hoste gepikte grappen en, vooral, werd de suffe olifant wakker – wakker én boos moet ik volledigheidshalve zeggen, die met zijn slurf de grootste lawaaimakers uit het publiek  haalde om ze vervolgens als trapezisten zonder veiligheidsnet de lucht in te slingeren. Toen de circustent – ondermijnd als zij was door het geknaag der termieten – met veel geraas en gedruis instortte, viel er slechts een tiental zwaar gewonden.

Wervelende show

Uren later zat de met pleisters en mercurochroom versierde en in een dekentje gehulde Siegfried Bracke nog altijd te klappertanden bij de weldoende warmte van de open haard.
‘Wat een wervelende show!’ prees de van opwinding blozende Dinska Bronska hem uit de grond van haar hart.
‘Ge gaat volk moeten weigeren!’ kreet Brabançonne overenthousiast.
Maar Siegfried Bracke huiverde slechts.
En ik schudde het hoofd.

‘Vrienden,’ zei ik, ‘al doende leert men. Iets zegt mij dat we met het concept Circus Bracke wat te hoog mikken. De Vlaming houdt niet van avant-garde, de Vlaming wil horen bevestigen wat hij zelf van horen zeggen heeft en hij wil zijn pint. ’

En zo is daar ter plekke het idee ‘Café bij Bracke en vrienden’ geboren. Voorspelbaar en saai, jawel, maar vooral bedrijfszeker.
En zonder dieren.
 

(De auteur is senior writer bij VRT Nieuws en auteur.)

lees ook