Amerika is dik, maar komt niet meer bij

Voor het eerst in 30 jaar is het aantal Amerikanen dat lijdt aan obesitas, niet toegenomen. Toch blijft 36 procent van de Amerikanen veel te zwaar. De overheid moet blijven inzetten op projecten die gezonde eetgewoontes en beweging promoten, luidt het in een rapport van twee gezondheidsorganisaties.
AP2012

Elk jaar brengen de Robert Wood Johnson Foundation en de Trust for America's Health in het rapport "F as in fat" een stand van zaken over obesitas in de Verenigde Staten. Uit het rapport voor 2012, dat gisteren gepubliceerd werd, blijkt dat voor het eerst in 30 jaar het totale aantal Amerikanen dat lijdt aan obesitas, niet is toegenomen. Arkansas was vorig jaar de enige staat waar het aantal mensen met obesitas is gestegen.

Het aantal Amerikanen met obesitas (een bmi van 30 of meer, nvr) lijkt dus te stabiliseren. Goed nieuws dus, al moet daarbij gezegd worden dat volgens het rapport gemiddeld 36 procent van de volwassen bevolking in de Verenigde Staten obees is, een historisch hoog cijfer.

Staten in het zuiden en het midwesten van de VS hebben meer obese inwoners dan staten in het noordoosten en het westen. In elke staat is wel minstens 20 procent van de inwoners obees. 41 staten hebben een obesitaspercentage van minstens 25 procent, 13 staten zelfs van 30 procent en meer. De "dikste" staat is Louisiana, met 34,7 procent obese inwoners, de "slankste" is Colorado, met 20,5 procent.

"F as in fat" laat ook duidelijk zien dat het aantal extreem obese Amerikanen (met een bmi van 40 en meer) de laatste 30 jaar is gestegen van 1,4 procent aan het einde van de jaren 70 tot 6,3 procent in 2009-2010. Dat is een stijging met 350 procent. Ongeveer 5 procent van de kinderen en tieners zijn ook extreem obees. Het rapport noemt die ontwikkeling "dramatisch" en "verontrustend".

AP2013

"Inspanningen blijven voortzetten"

"Na decennia van slecht nieuws zien we nu eindelijk tekenen van vooruitgang", schrijven onderzoekers in het rapport. De voortdurende inspanningen van de overheid om gezondere eetgewoonten en meer sport te promoten, lijken dus hun vruchten af te werpen. "Maar zolang we zo'n sterke toename van extreme obesitas zien, moeten we ons zorgen maken."

De onderzoekers vragen dat de overheid blijft inzetten op gezondheidsprogramma's. Ze willen ook dat mobiliteitsprojecten wandelen en fietsen moeten aanmoedigen en dat iedereen in staat moet zijn om gezond en goedkoop voedsel dicht bij huis te  kopen. Voedsel- en drankproducenten zouden bij kinderen ook alleen maar reclame mogen maken voor hun gezondste producten.

De Amerikaanse first lady Michelle Obama zet zich al jaren in om vooral kinderen meer gezond te doen eten en meer te laten bewegen.

Bmi en meer

Zwaarlijvigheid wordt doorgaans afgemeten aan de body mass index (bmi), die de lichaamslengte afzet tegen het gewicht. Een bmi tussen 18,5 en 25 wordt door de Wereldgezondheidorganisatie beschouwd als gezond. Een bmi tussen 25 en 30 staat voor overgewicht, een bmi tussen 30 en 40 voor obesitas, en een bmi van meer dan 40 voor extreme (morbide) obesitas.

Bmi alleen zegt niet alles. Om een gezonde diagnose te maken over lichaamsgewicht, moet ook rekening worden gehouden met onder meer de vetverdeling binnen het lichaam en met de buikomtrek.

Bron: http://fasinfat.org