Syrische rebellen nemen strategische plaats in

Terwijl in de buurt van de Syrische hoofdstad Damascus een VN-inspectieteam de aantijgingen van de rebellen over een gifgasaanval door het Syrische leger probeert na te gaan, hebben rebellenmilities vandaag in de provincie Aleppo Khanasir ingenomen. Daarbij zijn volgens de hen meer dan 50 proregeringsstrijders omgekomen.
AP2013
Inwoners van Aleppo ruimen puin na nieuwe aanvallen door regeringstroepen.

Khasanir ligt op een belangrijke bevoorradingsroute van het leger die de noordelijke provincie Aleppo met de centrale stad Hama verbindt. Door de inname van het dorp is de bevoorrading vanuit Aleppo afgesneden en de bewegingsvrijheid van de legertroepen tegen tegenaanvallen vanuit het noorden sterk beperkt.

Bij de gevechten om de inname van Khasanir zouden zeker 53 strijders van een paramilitaire groep zijn omgekomen. Het gaat om vrijwilligers die opereren als een reserve-eenheid van het Syrische leger. De militieleden nemen vooral de grondgevechten voor hun rekening zodat de gespecialiseerde troepeneenheden van Assad zich bezig kunnen houden met de lucht- of artillerieaanvallen.

Rebellen in de provincie Homs zouden vandaag ook geprobeerd hebben om een andere strategische stad op vier kilometer van de Libanese grens opnieuw in te nemen. De inname van die stad zou rebellen in het hinterland van Homs de kans geven hun voorraden opnieuw aan te vullen. De regio rond Homs is erg belangrijk voor Assad omdat het de hoofdstad Damascus verbindt met de kustregio. In die laatste regio wonen veel alawieten, een minderheid waartoe ook Assad behoort.

Het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten, dat vanuit Groot-Brittannië opereert zegt intussen ook dat het een foto in handen heeft van de executie van een alawitische geestelijke door fundamentalistische islamitische rebellen. Een belangrijk signaal, zo zegt het Observatorium, dat het conflict in Syrië almaar meer evolueert in de richting van bloedig sektarisch geweld. De soennitische moslimmeerderheid heeft de oorspronkelijke opstand tegen het regime steeds gesteund. Islamistische groepen binnen de rebellen hebben het steeds vaker op de alawieten gemunt als vergelding voor de dood van soennieten.