De Vlaamse overheid is niet transparant

De wet op openbaarheid van bestuur blijft in Vlaanderen vaak dode letter. Elke burger heeft in principe recht op inzage in bestuursdocumenten, maar uit onderzoek blijkt dat veel overheidsinstellingen documenten weigeren publiek te maken. Christoph Meeussen, zelfstandig journalist en correspondent voor Belga, voerde voor VRT Nieuws een onderzoek uit naar de toepassing van de wet op openbaarheid van bestuur. De Vlaamse beroepsinstantie nuanceert.

Uit een lijst van zo'n 230 interne audits die de Vlaamse overheid de laatste vijf jaar uitvoerde bij haar overheidsdiensten werden negen audits uitgekozen om op basis van openbaarheidswetgeving er een kopie van op te vragen bij de doorgelichte dienst of het bevoegde kabinet.

Op die negen vragen kwam er telkens een negatief of geen antwoord. Daarbij werd onder meer aangehaald dat de documenten "intern" zijn of dat de vrijgave ervan de auditwerking zou hypothekeren.

Telkens werd verzet tegen deze weigeringen ingediend bij de Vlaamse beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur, die onder meer nakijkt of de overheid niet illegaal informatie achterhoudt. In 5 van de 9 gevallen stelde de beroepsinstantie de overheid in het ongelijk en moest de informatie vrijgegeven worden. In één geval was er geen uitspraak omdat de informatie intussen werd vrijgegeven.

De audits, die werden uitgevoerd door het interne auditagentschap van de Vlaamse overheid, belichtten onder meer de goede werking van het Vlaams agentschap AGIOn dat scholenbouw subsidieert, of de afdeling Milieu-inspectie van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie.

Het Vlaams decreet openbaarheid van bestuur bepaalt ruwweg dat principieel elk document bij de Vlaamse overheid of in haar archieven opvraagbaar is, tenzij dat bepaalde belangen (zoals onder meer privacy, de openbare orde of gevoelige commerciële informatie) in gevaar brengt.

"Meerderheid verzoeken ingewilligd"

Bruno Asscherickx, de voorzitter van de Vlaamse beroepsinstantie, nuanceert het onderzoek. "Ongeveer 94 procent van de verzoeken bij Vlaamse overheden wordt in eerste aanleg ingewilligd," aldus Asscherickx, "Daarna worden jaarlijks nog zo'n 200 beroepen ingediend. Daarvan wordt de helft van de beroepen ingewilligd, waardoor de openbaarheid wordt toegestaan."

Asscherickx erkent wel de problemen. "Bij de audits, wat een specifieke materie is, was er inderdaad een probleem. Er is daar een foute inschatting geweest bij een aantal besturen. Vrijgave kan niet zolang de audit loopt, maar achteraf dus wel. Dat hebben we als beroepsinstantie dan ook rechtgezet." Volgens de voorzitter werd de instantie sinds de opstart, zo'n negen jaar geleden, nog niet met de auditmaterie geconfronteerd.

Het relaas van Christoph Meeussen

Eind vorig jaar kreeg ik een lijst in handen, met de namen van zo’n 232 auditverslagen, die de afgelopen vijf jaar door de Vlaamse auditinstantie (vroeger IAVA, sinds kort Audit Vlaanderen) zijn opgemaakt. Je kan ze niet allemaal opvragen – dat heet “onredelijk veel werk” – maar ik koos er een negental uit en ik schreef de geauditeerde diensten aan om er een kopie van te krijgen.

Ik verwachtte niet dat alle negen overheidsdiensten me een dag later het document al zouden overmaken. Er zijn immers wettige redenen (staatsveiligheid, privacy, commerciële bedrijfsbelangen, etc.) die vrijgave terecht kunnen tegenhouden. Documenten kunnen ook deels geopenbaard worden, met de beschermde informatie weggevlakt.

Maar het resultaat verbaasde me. Geen enkele van de negen bevraagde overheidsdiensten wenste de gevraagde audit vrij te geven, ook al is men daar volgens de Belgische grondwet en het Vlaams openbaarheidsdecreet toe verplicht. Voor de volledigheid: ik heb nog al federale en Vlaamse audits opgevraagd, en – met wisselende snelheden – gekregen of (nog) niet, maar dat negen overheden hun audits weigerden vrij te geven, maakte ik nog niet mee.

Ik tekende telkens bezwaar aan bij een Vlaamse beroepsinstantie, die nakijkt of de verschillende overheden terecht of onterecht informatie achterhouden – het risico bestaat immer dat bepaalde informatie liever verzwegen wordt. Met een opvallend resultaat: in twee op de drie gevallen was de weigering om vrij te geven onterecht, oordeelde de beroepsinstantie. Telkens kreeg ik niet veel later (al is dat in sommige gevallen enkele maanden later) het document aan. Maar ook vreemd: ik vraag het document steeds per e-mail aan, maar krijg het vaak toch per post. Aangetekend, wel te verstaan, zodat ik intussen al flink wat aangeschoven heb in het lokale postkantoor.

Een aantal weigeringen was terecht, stelde de beroepsinstantie. Zo was er in een audit betreffende de heraanleg van de Zuidelijke Antwerpse Leien blijkbaar heel wat aan de hand met concrete personen, wier concrete beschrijvingen tot herkenning zouden kunnen leiden, waardoor openbaarheid niet mogelijk was zonder dat de identiteit van personen bekend zou raken. De vraag waar je vervolgens telkens mee achterblijft: was er – ook volgens de beroepsinstantie – echt geen enkel deel van het hele rapport dat wel te openbaren viel?

Een van de beslissingen van de beroepsinstantie deed echter de wenkbrauwen fronsen. Een audit over de reclame-aankoopstrategie van de Vlaamse overheid bij het – intussen faillerende – bedrijf BeMedia, werd vanwege "vertrouwelijk" door de Dienst Algemeen Regeringsbeleid aanvankelijk al niet vrijgegeven. Maar ook de beroepsinstantie (die onder dezelfde Dienst Algemeen Regeringsbeleid valt) oordeelde tegen een vrijgave, omdat dat "de commerciële naam van BeMedia zou kunnen aantasten".

Werd hier een correcte beslissing genomen? Het openbaarheidsdecreet spreekt in verband met commerciële bescherming immers over een "legitieme bescherming". Stel dat er sprake is van onregelmatigheden of eventueel zelfs fraude, dan geldt de bescherming logischerwijs niet. Volgens hoogleraar mediarecht Dirk Voorhoof, zou ik – om journalistiek-principiële redenen – naar de Raad van State moeten stappen, om de beslissing van de beroepsinstantie te laten vernietigen. Dan staan we echter al snel anderhalf jaar verder en ben ik als particulier al snel 1.500 euro lichter, een bedrag dat ik wellicht niet als werkingskosten kan inbrengen op mijn belastingbrief.

De inhoud van de audit kennen we dus nog niet rechtstreeks, al vroeg ik aan de Vlaamse regering ook een zogenaamd advies van Inspectie van Financiën op. Het gaat om een advies bij de beslissing van de Vlaamse regering om voor het Brusselse bedrijf Mindshare te kiezen, en niet meer het Antwerpse BeMedia.
Daarin konden we alvast lezen dat "in de audit werd vastgesteld dat de Vlaamse overheid te veel betaalt voor haar mediaplanning en -aankoop door een te lage terugstroom van kortingen, hetgeen het vermoeden van de IF bevestigt dat de media-aankopen van de Vlaamse overheid ook deels fungeerden als indirecte steun aan de media."

Ik weet het nog niet zeker, maar ligt daar de mogelijke aantasting van de commerciële naam van BeMedia? En vooral, valt er desgevallend nog te spreken over een "legitieme bescherming"?

Nog even dit detail: adviezen van Inspectie van Financiën, dat soort documenten krijgen parlementsleden volgens oppositielid en LDD’er Lode Vereeck sinds deze regering niet meer standaard bij de wetgevende stukken.

Recenter viel me nog iets op. Verschillende kranten berichtten over de lamentabele boekhouding bij het IWT. De audit was "uitgelekt", maar het gaat over een opvraagbaar bestuursdocument, waarvan ik dacht dat ik het nu wel snel zou krijgen. Het IWT schermde met termen als "entiteitsgevoelige documenten" en "vertrouwelijk".

Niet veel later leerde ik dat deze termen uit een recent besluit van de Vlaamse regering (7 september 2012) kwamen. Je kan erin lezen dat audits voortaan behoren tot een "auditdossier", dat enkel door "bevoegde personen" geraadpleegd mag worden. De openbaarheid werd door de Vlaamse regering dus verder ingeperkt, ook al staat een in het parlement gestemd openbaarheidsdecreet dat niet toe.

Ook hiervoor tekende ik beroep aan, en ik kreeg gelijk. De beroepsinstantie stelde dat het regeringsbesluit niet van tel was, ook al was het recenter dan het openbaarheidsdecreet . Ook hoogleraar Dirk Voorhoof volgt die beslissing. Volgens hem zou de bepaling door de Raad van State wellicht vernietigd worden.