Onvoldoende controle op subsidiegebruik bij AGIOn

Een van de opvallendste audits werd uitgevoerd bij AGIOn (18 juli 2012), het Vlaams agentschap dat de aankoop, de bouw en de verbouwing van schoolgebouwen voor het leerplichtonderwijs en de hogescholen subsidieert en financiert.

In 2011 keerde AGIOn voor 248 miljoen euro aan betalingen uit. Het agentschap moet opereren in een krappe budgettaire ruimte, waardoor er historisch een lange wachtlijst is ontstaan voor scholenbouw. De audit, met het label "strikt vertrouwelijk", concludeert dat het agentschap "de nodige maatregelen heeft uitgewerkt om haar kerntaken inzake het subsidiëren te beheersen en kwaliteitsvol uit te voeren", maar er komen ook "een aantal belangrijke knelpunten" naar voor.

Onvoldoende controle

Zo is er binnen het Vlaamse beleidsdomein Onderwijs en Vorming geen specifieke actor die de beleidsvoorbereidende en -evaluerende taken met betrekking tot onderwijsinfrastructuur opneemt. Daardoor ontstaat volgens de auditors het risico dat de uitgangspunten van het beleid inzake onderwijsinfrastructuur en de eruit voortvloeiende regelgeving niet zijn afgestemd op of niet meer geldig zijn voor de reële maatschappelijke noden.

"Tevens ontbreken een langetermijnstrategie inzake de subsidiëring [...] en een prioriteitenanalyse ter onderbouwing van de subsidiestrategie. Ook een voldoende kwalitatieve methodiek voor de bepaling van de toekomstige noodzakelijke subsidies moet verder ontwikkeld worden", klinkt het.

AGIOn keert jaarlijks een substantieel bedrag aan subsidies uit, maar het ontbreekt volgens de auditors daarbij aan controle. "De toegekende subsidies m.b.t. schoolinfrastructuur zijn niet onderworpen aan een via de regelgeving voorzien toezicht", klinkt het vooreerst. "Verder vult AGIOn de controle van de verantwoordingsstukken ontoereikend aan met controles ter plaatse om zo te verifiëren of de subsidies zijn aangewend voor de werken die het gesubsidieerde heeft opgegeven."

In het verslag wordt gesteld dat in het kader van het efficiënte en effectieve gebruik van middelen en het voorkomen van fraude, de toezichtsmogelijkheden en -bevoegdheden uitgewerkt moeten worden. Er wordt ook gewag gemaakt van risico’s waaronder "dubbele input, inconsistentie van gegevens of inefficiënte rapporteringswijzen". Daarbij is het advies om tot één dossieropvolgingssysteem te komen.

Reactie van AGIOn

In een reactie meldt het management van AGIOn dat er al projecten en activiteiten lopende zijn en verdergezet worden. Over de beleidsvoorbereidende en -evaluerende taken stelt het dat AGIOn steeds klaar stond en staat voor het geven van input en nauw overleg met het kabinet, en dat het bij verschillende projecten een ondersteunende rol heeft gespeeld.

 

Over de correcte aanwending van de subsidies wordt gezegd dat er "wel degelijk een sterke administratieve beheersing is en dat het nog meer op pad sturen van controleurs niet evident is gezien het huidige kader en het meer-met-minderbeleid. Maar dat we verder de mogelijkheden voor verdere optimalisering zullen bekijken". Over het dossieropvolginssysteem wordt onder meer gemeld dat er "druk aan gewerkt wordt, maar dit is duur en nooit af".

Wat betreft de evaluatie en monitoring van het beleid merkt AGIOn op dat er "wel elementen opgenomen zijn m.b.t. schoolinfrastructuur" en dat ze "ook daadwerkelijk opgenomen [worden] in de taken en de beheersovereenkomst".

In het kader van de jarenlange wachtlijstproblematiek klinkt een kanttekening dat het niet evident is zomaar "juiste accenten" te leggen. "Er is reeds een beleid dat enerzijds een principe van chronologie van de wachtlijst hanteert en anderzijds ook uitzonderingen hierop omwille van dringende investeringen." Volgens AGIOn zijn er verwachtingen van de klanten, de inrichtende machten. "Dit zomaar en onbesuisd omgooien in het kader van om het even welk alternatief prioriteitenbeleid is momenteel o.i. niet mogelijk."

Over de afwezigheid van een beroepsprocedure wordt onder andere gesteld dat bij subsidieweigering inrichtende machten “vrij gebruik kunnen maken van alle bestaande en juridische verweermiddelen” . Het agentschap verkondigt dat het “regelmatig intensieve contacten, via mail, telefoon maar ook met vergadermomenten” heeft.