Terugblik op het onderwijs - Mieke Van Hecke

Reflecteren op de evoluties in onderwijs was de opdracht. Vanuit welk referentiekader? Als leerling/student/cursist? Toch wel meer dan een halve eeuw geleden. Als ouder? Iets minder lang geleden. Vanuit de huidige opdracht in dit werkveld? Logischerwijze zal één en ander wel meespelen in de ‘mijmeringen’. De tweede vraag heeft te maken met de aspecten waarover kan gereflecteerd worden: fundamentele, zelfs existentiële vragen, dan wel zeer concrete alledaagse thema’s. Ook hier een mengvorm. Eén zaak is zeker: het domein onderwijs is zo breed, zo divers, soms ook zo complex dat het een persoonlijk, onvolledig en onvolkomen overzicht zal en moet worden.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

"Learning to be" versus "nuttig" onderwijs

Toch maar eerst het meest existentiële: de fundamentele opdracht van onderwijs, zoals in 1996 gedefinieerd door Jacques Delors in zijn Unesco-rapport ‘Education of the 21e Century’: learning to learn, learning to do, learning to live together en learning to be.

Vanuit een stijgend markteconomisch denken over onderwijs, gericht op een nut beogende, resultaatgerichte output, zijn vooral de laatste twee opdrachten onder druk komen te staan. Uitlatingen als: het onderwijs moet ‘jongeren opleiden in functie van de onmiddellijk en optimale inzetbaarheid op de arbeidsmarkt’ en het leerplichtonderwijs moet ‘maximale slaagkansen garanderen aan jongeren die verder willen studeren in het hoger onderwijs’ zijn uitspraken die deze mentaliteitswijziging onderstrepen.

De totale persoonsvorming, waarover Jacques Delors het had, dreigt als opdracht van onderwijs aan de kant te worden gezet. Het gaat dan om het begeleiden van jongeren tot verantwoordelijke burgers in het realiseren van een betere samenleving. Het gaat om het uitdagen van jongeren om zin te vinden in hun leven: wie ben ik, van waar kom ik en waar gaat ik naartoe met mijn leven. De discussie is actueel bij het nadenken over wat in een toekomstvisie op secundair onderwijs (m.m. basisonderwijs en hoger onderwijs) als algemene vorming moet worden aangeboden.

De school moet doen wat de ouders niet (meer) doen

Het meest verwonderlijk is het feit dat deze merkbare evolutie naar een nuttigheid denken over onderwijs haaks staat op de opvoedkundige opdrachten, die vanuit de samenleving (ouders) aan onderwijs worden toevertrouwd, of moet men eerder zeggen ‘worden doorgeschoven’.

Kinderen kampen met eetstoornissen en andere gezondheidsproblemen. In de scholen wordt gezonde voeding gepromoot en worden bijv. suikerrijke dranken verbannen (terwijl in de auto van mama of papa bij het afhalen van de kinderen op school de tussendoortjes en blikjes cola klaar liggen). Veilig en hoffelijk bewegen in het verkeer om het aantal verkeersongevallen, waarvan kinderen als zwakke weggebruiker te veel het slachtoffer zijn, wordt opgenomen in de ‘verkeerseducatie’ (terwijl mama of papa de middenvinger uitsteekt naar een minder snelle autobestuurder op de autosnelweg). Zorg dragen voor de omgeving (duurzaamheid) om enkel te verbruiken wat nodig is en als een milieubewuste aardbewoner het goed in een betere staat door te geven aan de volgende generatie (daar waar we met zijn allen in deze periode van het jaar ons verbruikerspotentieel van natuur en omgeving voor het ganse kalenderjaar reeds hebben opgesoupeerd).

En dan hebben we het nog niet over het geven van meer uren informatica, talen (o.a. Chinees), wetenschappen, alsook de financiële educatie (kennis van aandelen, enz.), het behalen van het rijbewijs, EHBO, enz … De lijst van opvoedkundige verwachtingen is eindeloos. Ouders én de samenleving moeten beseffen dat de mogelijkheden om dit alles in scholen aan te bieden beperkt zijn. Het uurrooster heeft zijn limieten. Daarenboven is het weinig duurzaam als het niet samen spoort met wat kinderen en jongeren in hun andere leefomgevingen (vrije tijd en thuis) worden meegegeven en voorgeleefd.

De overheid als schoonmoeder

Van dit zeer principiële naar een tweetal meer concrete evoluties, die vragen kunnen en zelfs moeten oproepen: het stijgende dirigisme van de overheid enerzijds en het groeiende juridiseren in de verhoudingen tussen de actoren binnen onderwijs anderzijds.
Door de stijgende financiële inspanningen, die door de overheid voor onderwijs worden geleverd vraagt diezelfde overheid het recht op controle bij de besteding van deze middelen en een return van een kwaliteitsvol onderwijsaanbod.

Beide vragen naar verantwoording zijn terecht. Deze controle gebeurt vandaag al via o.a. de doorlichting van de school. De resultaten kunnen door iedereen op de betreffende website worden geraadpleegd.

De spanningen treden op wanneer de overheid in zijn zorg voor een degelijk onderwijs, van oordeel is dat ze zelf tot op het pedagogische vlak meent te moeten invullen hoe deze kwaliteit moet worden gerealiseerd. Niet alleen komt deze opstelling in conflict met de essentie van de grondwettelijke vrijheid van onderwijs, daarenboven getuigt het van een ontkennen van de professionaliteit en deskundigheid van het onderwijzend personeel. Het fnuikt de creativiteit van onze leraars om op een enthousiaste manier zelf, innovatief en dynamisch invulling te geven aan hun lesopdracht. Het is de taak van de overheid om op een terughoudende wijze de onderwijsopdracht in zijn verscheidenheid en complexiteit mogelijk te maken en te faciliteren, en niet om als schoonmoeder op te treden.
 

Niet tevreden? Naar de rechtbank...

De signalen, die ons bereiken van onze schoolbesturen en directies over het groeiend juridiseren van de intermenselijke verhoudingen binnen onderwijs is zorgwekkend, zonder het probleem te willen overschatten. Het gaat dan om betwistingen inzake deliberaties, uitsluitingen e.a. Niettegenstaande de mogelijkheden om in gesprek, overleg en dialoog te gaan met de schooldirectie, opteren ouders soms onmiddellijk voor een advocaat… of voor de media.

Eén en ander heeft uiteraard te maken met de algemeen maatschappelijke gezagscrisis. En laat het duidelijk zijn gezag zonder verantwoording eindigt in zuivere macht met een niet te onderschatten risico van ge- en misbruik ervan. Het ‘Waarom?’ versus ‘Daarom!’ –verhaal is gelukkig passé! Een erkennen van gezag betekent dat een redelijke verantwoording ook van een negatieve beslissing wordt aanvaard zelfs wanneer geen juridisch waterdichte en sluitende gedetailleerde motivering wordt verstrekt.

Geen moedeloosheid

Zijn deze reflecties uitingen van defaitisme, geenszins. Het zijn aandachtspunten, die in de openbaarheid tot discussies en bijsturingen moeten bijdragen. Maar wat meer is, één vaststelling staat voorop: de ongewijzigde, rotsvaste overtuiging dat de persoon van de leraar de sleutel is voor al het prachtige dat onderwijs te bieden heeft. De bewogen, geëngageerde, geïnspireerde en inspirerende mens. Zij blijven in onze herinnering uit onze eigen schooltijd, we hebben ze mogen ontmoeten als ouder en ik kom ze dagelijks tegen in mijn contacten aan de basis. Ik wil hen allen danken voor hun inzet en hen de beste wensen overmaken voor een boeiend en professioneel vreugdevol nieuw schooljaar.

 

 

(Mieke Van Hecke is afscheidnemend Directeur-generaal van het VSKO.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.