Een grens die een land doormidden snijdt

De taalgrens in ons land wordt definitief vastgelegd in de periode 1961-1963 en is een eerste poging tot hervorming van de unitaire Belgische staat. Echte communautaire vrede brengt dat echter niet.

De taalgrens deelt het land op in een eentalig Vlaams gebied, een tweetalig hoofdstedelijk gebied, een Franstalig gebied en een Duitstalig gebied.

Bij het vastleggen van de taalgrens was het de bedoeling om de negen Belgische provincies zo veel mogelijk eentalig te maken. Daarom worden een aantal grenzen hertekend en worden sommige gemeenten overgeheveld naar een andere provincie.

Dat heeft onder meer tot gevolg dat Komen, waar een meerderheid van de bevolking Franstalig is, verhuist van West-Vlaanderen naar Henegouwen. Voeren, waar er een Vlaamse meerderheid woont, wordt van Luik naar Limburg overgeheveld.

Desondanks wordt de provincie Brabant doormidden gesneden door de taalgrens, terwijl de Duitstalige Oostkantons deel uitmaken van de Franstalige provincie Luik.

Grenzen liggen vast, maar ...

Het vastleggen van de taalgrens maakt een einde aan het fenomeen van de tienjaarlijkse talentellingen, op basis waarvan het talenregime van een gemeente kan worden gewijzigd. Een en ander kan worden beschouwd als een middel om de Vlaamse taal en cultuur te beschermen tegen de oprukkende francofonie.

Toch is er nog een probleem in een aantal gemeenten met een belangrijke anderstalige minderheid. In die “faciliteitengemeenten” wordt de dienstverlening aan de bevolking ook in de minderheidstaal aangeboden.

In totaal zijn er 30 faciliteitengemeenten in het land, zowel in Vlaanderen, het Franstalige als het Duitstalige gebied.

Toch zijn er vooral problemen in de zes Vlaamse faciliteitengemeenten rond Brussel. Daar is de meerderheid van de bevolking inmiddels Franstalig en veel Franstalige politieke partijen streven dan ook naar een uitbreiding van het Brussels Gewest. Voor de Vlamingen is dit onbespreekbaar.

Ook in Voeren zijn de taalperikelen niet van de baan: de Voerense kwestie was lang een netelige kwestie voor de regering. Vooral José Happart en zijn lijst Retour à Liège speelden lang voor politieke stokebrand. Vandaag lijken de grootste spanningen er weggeëbd, maar toch zijn er nog geregeld speldenprikken, zoals het overschilderen van Franstalige of Nederlandstalige benamingen op tweetalige borden.