"Blijven niets doen, Obama" - Tom Van de Weghe

Wat aanvankelijk leek op een breed gesteunde snelle militaire actie in Syrië lijkt stilaan uit te draaien op een sisser. Hoe langer gewacht wordt om in te grijpen, hoe groter de tegenstand tegen de plannen. Niet het minst in Amerika zelf.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

De week is nog niet voorbij, maar ze was tot nu zeer bewogen. Maandag leek het nog alle hens aan dek, na de gespierde taal van de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken John Kerry. Amerika had extra bewijzen dat Assad achter de chemische aanval zat, en zou daarmee eerstdaags naar buiten komen. Een militaire aanval leek een kwestie van dagen.

Verschillende Europese regeringsleiders roerden aanvankelijk mee de oorlogstrom. Maar naarmate de harde bewijzen uitbleven nam het verzet toe. Het Britse parlement stemde tegen een Britse deelname aan een interventie, zelfs om humanitaire redenen.

De onverwachte Britse beslissing maakt het voor president Obama niet eenvoudiger. Dit is een klap voor de Brits-Amerikaanse as, een nederlaag voor Cameron, een afstraffing voor wat zijn voorganger Tony Blair heeft uitgespookt in Irak. Het Witte Huis liet in een reactie al verstaan dat het desnoods zonder de Britten wil verder gaan met een militaire actie, maar dat het blijft overleggen.

Amerikanen op rempedaal

Obama beleeft wellicht de moeilijkste dagen van zijn presidentschap. Ook in eigen land heeft hij af te rekenen met aanzwellend protest. Het Amerikaanse volk is tegen een militaire actie, zo blijkt uit verschillende peilingen. Het Amerikaanse leger, dat herstellende is van twee vorige oorlogen, twijfelt over een operatie. Generaal Martin Dempsey waarschuwt al een tijdje voor escalatie. Als stafchef van het leger is Dempsey niet meteen een kleine garnaal te noemen.

En dan is er het Amerikaanse Congres dat steeds meer op het rempedaal begint te staan. Ruim 100 Congresleden over de partijgrenzen heen eisten in een brief aan Obama dat ze mee betrokken worden in het beslissingsproces om ten strijde te trekken, zoals een wet uit 1973 het voorschrijft. Afgelopen nacht werden ze alvast gebrieft door het Witte Huis via een teleconferentie.

Geen rechtstreekse link met Assad

Nieuw is dat Amerikaanse regeringsmedewerkers bevestigen dat Assad niet rechtstreeks gekoppeld kan worden aan de gifgasaanval. Maar er zouden nog voldoende aanwijzingen zijn (lees : afgetapte telefoongesprekken tussen Syrische regeringsmedewerkers) die een beperkte interventie rechtvaardigen, zodat het Syrische regime afgeschrikt wordt om nog chemische wapens te gebruiken.

De vraag is of dit het Amerikaanse Congres kan overtuigen om groen licht te geven, nu steeds luider gepleit wordt voor een stemming. Obama argumenteert dat hij de internationale norm tegen het gebruik van chemische wapens wil beschermen, en dat het gebruik ervan door het Syrische regime een bedreiging vormt voor de belangen van zowel de VS als van bondgenoten in de regio, met name Israël en Turkije.

Posttraumatische stressverschijnselen

De verschillen tussen Irak en Syrië zijn groot uiteraard, maar het wordt stilaan duidelijk dat president Obama met Syrië voor een vergelijkbaar dilemma staat als zijn voorganger George W. Bush tien jaar geleden met Irak. Het vermeende bezit van massavernietigingswapens en de dreiging voor de Amerikaanse nationale veiligheid vormden de directe aanleiding om Irak binnen te vallen. Fout, bleek achteraf.

Maar de vergissing van toen heeft de wereld wel met een collectieve posttraumatisch stressstoornis opgezadeld. Eentje die zich tot vandaag laat voelen. Het verklaart het gebrek aan enthousiasme van veel Europese landen om meteen op de strijdkar te springen. Als zelfs toenmalig minister van Defensie Donald Rumsfeld vandaag laat verstaan dat er geen 'casus belli' is om tegen Syrië op te treden, dan moet er bij Obama wellicht een belletje rinkelen.

"Doe geen kwaad"

Bij een bloemlezing uit de Amerikaanse pers valt op dat zowel liberale als conservatieve krantencommentatoren en analisten niet mals zijn voor Obama. Hun toon verscherpt met de dag. De president zou zich door zijn liefde voor grootspraak en retoriek met de rug tegen de muur hebben gepraat. Dreigen met 'een rode lijn' kan hem duur te staan komen. "Een president moet niet ten oorlog trekken om zijn gezicht te redden," klinkt het in verschillende commentaren. "Als Obama deze lijn doortrekt, moet hij binnenkort ook optreden tegen Iran en Noord-Korea als zij opnieuw gaan provoceren. En wat dan?"

Een unilaterale actie zonder Britse steun of steun van de VN zou Amerika ook kunnen isoleren, wordt gevreesd. Met een onnodige en illegale oorlog zou president Obama goed op weg zijn om in de geschiedenisboekjes te belanden als 'oorlogspresident'. "Je hebt je punt gemaakt, Obama. Gewoon blijven niets doen is de beste optie" klinkt het als advies."Veroordeel Syrië tot het schenden van internationaal humanitair recht. Punt."

Over gezichtsverlies en geloofwaardigheid zou Obama zich geen grote zorgen moeten maken : "een president die al een zwak imago heeft in het Midden-Oosten kan dat niet meteen opborstelen met enkele kruisraketten.' Verschillende commentatoren zijn ervan overtuigd dat een aanval op Syrië nog meer bloed dreigt te vergieten en de rest van het Midden-Oosten in vuur en vlam zal zetten. "'Doe geen kwaad', schreef Hippocrates voor bij de behandeling van een ziekte. Hier dreigt de geplande kuur alles alleen maar erger te maken."

(De auteur is VRT-correspondent in Washington. Twitter @tomvandeweghe.)