Hoe wettig is een interventie in Syrië?

Aangezien de landen die een interventie in Syrië willen uitvoeren, niet de steun krijgen van de Verenigde Naties, krijgen ze die interventie moeilijk uitgelegd in termen van het internationale recht. "Responsability to protect" klinkt bovendien wrang na 2,5 jaar van conflict.

Als de inspecteurs van de Verenigde Naties voldoende bewijzen vinden van een aanval met chemische wapens, dan is de VN in principe verplicht om in te grijpen. Maar dat kan enkel met het akkoord van de VN-Veiligheidsraad, waarin de vijf permanente leden (VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, China en Rusland) een vetorecht hebben.

China en Rusland weigeren in de Veiligheidsraad een resolutie goed te keuren die het geweld in Syrië veroordeelt, laat staan dat ze groen licht willen geven voor een interventie. Als andere mogendheden willen ingrijpen, dan kan dat dus niet via de VN. In termen van het internationale recht is het daarom erg moeilijk uit te leggen dat een interventie volledig legitiem is.

Een aanval met chemische wapens geldt als een misdaad tegen de mensheid, maar daarvoor is het Internationaal Strafhof in Den Haag bevoegd. Maar daarbij is Syrië niet betrokken. Bovendien is het opnieuw de VN die moet beslissen over een doorverwijzing naar het Strafhof.

De "coalition of the willing", met de VS, Frankrijk en (tot eergisteren) Groot-Brittannië als voortrekkers, kan zich ook niet beroepen op de Conventie Chemische Wapens uit 1993. Syrië is immers een van de weinige landen ter wereld die die conventie weigert te ondertekenen (naast onder meer Egypte en Israël).

R2P

Internationaal recht is voortdurend in ontwikkeling, en een relatief recent kader voor interventies gaat uit van het principe "responsability to protect" (R2P), de "verantwoordelijkheid om te beschermen".

Het concept R2P is in de jaren 90 ontstaan na de humanitaire rampen in Rwanda en Kosovo. Het gaat ervan uit dat de internationale gemeenschap (militair) kan ingrijpen als een staat de eigen burgers niet kan of wil beschermen tegen wreedheden. In september 2005 is R2P als doctrine voor een humanitaire interventie opgenomen door de Verenigde Naties.

Maar een "coalition of the willing", waar de VS nu naar op zoek is, kan zich ook beroepen op R2P buiten de VN om. Daarvoor zijn er enkele voorwaarden: er moet overtuigend bewijs zijn van de wreedheden, alle diplomatieke middelen moeten uitgeput zijn en de interventie moet er specifiek op gericht zijn om de wreedheden te doen ophouden en de burgers te beschermen.

Dat laatste zou dus in lijn zijn met het opzet van deze interventie, want de internationale coalitie zou zich specifiek richten op het vernietigen van chemische installaties en vliegvelden.

Toch blijft het hachelijk om R2P buiten de VN om in te roepen als de rechtsbasis voor de interventie. Zelfs ethisch is het wrang, want de coalitie grijpt pas in na 2,5 jaar van conflict en 100.000 doden.

AP2013

De geest van Irak en Libië

Als het aankomt op een wettige basis voor een interventie, zonder steun van de VN, is de geest van Irak nooit ver weg. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië besloten in 2003 om Irak binnen te vallen, zonder steun van de VN, wat in de hele wereld forse kritiek opleverde. Daarom vindt de VS het nu belangrijk om aan een zo breed mogelijke coalitie te werken.

Toch was Irak niet de enige militaire ingreep in de voorbije decennia waar de VN geen steun voor gaf. Zo wordt nu vaak verwezen naar de ingreep in Kosovo eind jaren 90, waar onder de NAVO-vlag beperkte bombardementen uitgevoerd werden in de hoop de burgers te beschermen. Volgens veel waarnemers zijn er parallellen tussen de interventie in Kosovo en de interventie die nu in Syrië gepland wordt.

De interventie in Libië in 2011 kwam er overigens wél na een resolutie van de Verenigde Naties, dus ook Rusland schaarde zich erachter dat er een no-flyzone kon komen. Maar voor Rusland zijn de westerse deelnemers aan de interventie toen veel te ver gegaan met de bombardementen. De vrees dat het opnieuw die richting zou uitgaan bij bondgenoot Syrië, is volgens veel waarnemers een van de belangrijkste redenen waarom Moskou dwars blijft liggen in de VN.

Eerder legitiem dan legaal

De Verenigde Staten proberen in hun verantwoording voor een interventie vooral te wijzen naar ethische motieven: we kunnen de Syrische burgers niet aan hun lot overlaten als er chemische wapens in het spel zijn. Dat maakt de interventie legitiem, maar daarom dus niet helemaal legaal.

Dat de Arabische Liga zich uitspreekt voor ingrijpen en dat de "coalition of the willing" de steun krijgt van onder meer Qatar, Saudi-Arabië en Turkije, belangrijke spelers in de regio, sterkt de westerse grootmachten wel in hun motivering voor de interventie. De steun ervoor is breed en komt niet alleen uit het Westen.

Legitiem dus, en met steun uit verschillende hoeken van de wereld, maar met een smalle rechtsbasis.