Doden bij geweld in Centraal-Afrikaanse Republiek

In de buurt van het stadje Bossangoa, zo'n 250 kilometer ten noordwesten van de Centraal-Afrikaanse hoofdstad Bangui, zijn gisteren en vandaag ten minste 60 doden gevallen bij gevechten tussen de strijdkrachten van het nieuwe regime en gewapende aanhangers van de verdreven president François Bozizé. Die is in maart afgezet na een revolte van de zogenoemde Seleka-rebellen.

Bij de gevechten zouden ook een aantal strategische bruggen zijn vernield. Volgens het regime hebben de aanhangers van Bozizé het gemunt op de moslimbevolking.

De locatie van het nieuwe geweld in de Centraal-Afrikaanse Republiek is niet toevallig de regio van Bossangoa, want dat is de geboortestreek van de afgezette president Bozizé. Die was overigens zelf aan de macht gekomen na een militaire coup in 2002.

Sinds hun machtsovername in maart zijn de Seleka-rebellen er nog niet in geslaagd om de rust in de Centraal-Afrikaanse Republiek te laten terugkeren. Het regime van de nieuwe sterke man Michel Djotodia (foto) wordt trouwens ook beschuldigd van wreedheden tegen de burgerbevolking.

In het land wordt momenteel een Afrikaanse vredesmacht van zo'n 750 manschappen ontplooid. In de hoofdstad Bangui is ook een Franse legerbasis gevestigd.

AP2013

Instabiliteit, staatsgrepen en armoede

De Centraal-Afrikaanse Republiek is een voormalige Franse kolonie en werd onafhankelijk in 1960. Sindsdien is het land nooit echt stabiel geweest en waren er geregeld militaire staatsgrepen. Van 1976 tot 1979 heette het land Centraal-Afrikaanse Keizerrijk, onder de dictatuur van Jean-Bédel Bokassa.

Het land telt 4,6 miljoen inwoners. Volgens de Verenigde Naties moet 62,4 procent van de bevolking rondkomen met ongeveer een euro per dag. Zowat een derde van de bevolking is afhankelijk van voedselhulp.