Waar is die komkommertijd? - William Van Laeken

Komkommertijd, vreemd woord is dat. Volgens de website van het genootschap Onze Taal dook het al op bij Multatuli, in de betekenis van ‘rustige zomer waarin weinig nieuws en weinig handel is’. We zouden het woord hebben overgenomen uit het Engels of het Duits.

Maar ‘cucumber time’ staat niet in mijn Webster’s Dictionary, een boek dat normaal op al mijn vragen het Engels betreffend een antwoord heeft. Het is in die taal in onbruik geraakt. Dan maar het Duitse ‘Sauregurkenzeit’. Volgens mijn Duden, een boek waarmee je een volwassen ruiter van zijn paard kunt slaan, werd het voor het eerst gebruikt door kleermakers in Berlijn. In de maand dat de augurken werden geoogst was er voor hen weinig te rapen, de klandizie, de burgerij, was immers de stad uit, op vakantie. Die ‘Sauregurken’ doen me denken aan mijn eerste vakantiejob als student. In een tuinbouwveiling zat ik met andere jongens aan een lopende band waarop augurken voorbijschoven. We moesten ze triëren naar grootte, een uur of zeven per dag. We kregen ongeveer dertig frank per uur betaald, dus zo’n 75 eurocent. Voor mij was het toen wel heel letterlijk komkommertijd, als ik ervan mag uitgaan dat de augurk aan de komkommer verwant is.

Nieuwsluwte

Vandaag is komkommertijd een hol woord geworden. ‘Rustige zomer met weinig nieuws’, hebt u daar iets van gemerkt? Hoe kan er in een wereld van zeven miljard mensen, met legio conflicten, oorlogen en crises zoiets als nieuwsluwte zijn? Er is toch niet minder nieuws omdat ons tandeloze parlement en een handvol ministers een paar weken met vakantie zijn? Syrië alleen was en is goed voor een halve krant per dag, tenminste als je enkel op nieuwswaarde zou afgaan en niet op publiekssmaak. En dan waren er nog - een vlugge greep - militairen die op hun volk schoten in Egypte, klokkenluider Snowdon, graaiende CEO’s en de eerste gekweekte hamburger. Zomerluwte?

Ik blijf in de zomer graag thuis en probeer me ook op warme dagen zo normaal mogelijk te gedragen. Dan verwacht je van je krant, mijn dagelijkse portie troost in dit ondermaanse, dat ze jou in dat nobele streven steunt. Niks daarvan, ze slooft zich uit in het bedenken van formats die haar moeten helpen om die veronderstelde zomerslapte te overbruggen, ze bedenkt daarvoor de beruchte vakantierubrieken en ‘zomerreeksen’. Mijn twee kwaliteitskranten wilden niet achterblijven. De ene laat bijvoorbeeld Bekende Vlamingen een brief schrijven aan zichzelf toen ze nog jong waren, ‘aan mijn 16-jarige zelf’. De andere stuurt een reporter en een fotograaf op pad op zoek naar sanseveria’s op vensterbanken en vooral naar ‘de mensen achter de sanseveria’s’. Toegegeven, soms is er ook een aardig idee in mijn brievenbus gevallen, maar meestal deden deze zomerreeksen me vooral verlangen naar de herfst. En zoals elk jaar was er ook nu weer de prangende vraag die aan weer andere Bekende Vlamingen werd gesteld (we hebben er een onuitputtelijke voorraad van): welke boeken neemt u mee op reis? Omslaan die pagina’s.

Festivalitis

Misschien moet je de reden waarom kranten zich in de zomer zo vreemd gedragen niet ver zoeken: hun journalisten hebben zoals iedereen recht op vakantie, de personeelsbezetting is fors uitgedund, de productiegaten worden dan maar opgevuld met (van te voren klaargemaakte?) zomerreeksen. En natuurlijk met het jaarlijks terugkerende godsgeschenk, de hete siroccowind van de festivalitis. Bijna driehonderd muziekfestivals in Vlaanderen! Je wordt er een zomer lang mee om de oren geslagen, met vele pagina’s tegelijk. Als je totaal niets hebt met die bizarre massakermissen van Summerfestival, Werchter of Pukkelpop, als je als ouwerwetse krantenlezer vooral op zoek bent naar nieuwsfeiten en hun achtergrond, ga je je zowaar wat eenzaam voelen. Is dit wel mijn planeet, denk ik soms. Heb ik iets gemist, had ik misschien toch even de deur moeten uitgaan?

Er zit alvast één goede kant aan het zomerse zelfbedrog van de komkommertijd: de herhalingen op televisie! Ik keek op Canvas opnieuw naar The Killing. Wat een ongelooflijk knappe serie. Was er de laatste jaren eigenlijk iets beters op televisie? Zagen we al iets dat even gelaagd, even donker was? Werden met Theis en Pernille ooit zo onthutsend de ontreddering vertolkt van mensen die een kind hebben verloren? De komkommertijd had dus ook zijn momenten van vertroosting.

(De auteur is oud-journalist bij de VRT Nieuwsdienst.)

lees ook