"Eén op de vier Aziatische mannen heeft ooit een vrouw verkracht"

Bijna een kwart van de Aziatische mannen erkent ooit een vrouw te hebben verkracht. Dat blijkt uit een onderzoek van de Verenigde Naties in Azië en het Stille Oceaangebied. De resultaten zijn vandaag voorgesteld.

Meer dan 10.000 mannen tussen de 18 en 49 jaar werden voor het onderzoek anoniem ondervraagd in Bangladesh, Cambodja, China, Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Sri Lanka.

"Dit onderzoek bevestigt dat het geweld tegen vrouwen een harde realiteit is", zei Roberta Clarke, vertegenwoordiger van de VN bij de voorstelling van het onderzoek in Bangkok.

In het onderzoek werd de mannen niet "op de man af" gevraagd of ze een vrouw hadden verkracht, maar wel "of ze ooit een vrouw die niet hun echtgenote of vriendin was met geweld tot seksuele handelingen hadden gedwongen" en "of ze ooit betrekkingen hadden gehad met een vrouw die te dronken of gedrogeerd was om in te stemmen met de seksuele handeling."

De VN wijst er op dat de verschillen per gebied groot kunnen zijn, gaande van 4,3% in Bangladesh tot 40,7% op een eiland van Papoea-Nieuw-Guinea. Het gemiddelde ligt rond de 11% van mannen die toegeven 1 verkrachting te hebben gepleegd, maar stijgt naar bijna 25% als men ook verkrachting van de levenspartner, echtgenote of vriendin in rekening brengt. Maar ook in dat geval zijn er grote verschillen, van 13% in Bangladesh tot 59% in Papoea-Nieuw-Guinea.

Meer nieuws