Graag ook wat debat over Europa - Wim Vermeersch

Dinsdag, 10 september, lanceert het Europees Parlement zijn voorlichtingscampagne, met als slogan ACTIE-REACTIE-IMPACT, die mensen bewust wil maken van de omvang van de invloed van het Europees Parlement. Daarmee wordt hopelijk het startschot gegeven van een inhoudelijke campagne voor de Europese verkiezingen van 2014. Politici en media, neem de handschoen op!
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Navelstaren

Sinds de politieke reprise eind augustus zijn een aantal typische Wetstraat-dossiers in alle hevigheid terug aan de oppervlakte gekomen, om waarschijnlijk niet meer te verdwijnen in de lange aanloop naar de federale, Vlaamse en Europese verkiezingen van 2014. Overal lezen we voorbeschouwingen op deze belangrijke stembusgang. Het frame lijkt daarbij gezet: het is N-VA tegen de rest; alles wordt in een communautaire tegenstelling gegoten. Strategie, niet inhoud, lijkt daarbij van doorslaggevend belang: heeft N-VA de bocht ingezet?; moet N-VA een centrumkoers volgen en haar rechterflank openlaten voor het VB, om zo voor de Vlaamse regering incontournable te worden?; enzovoort; enzovoort. Ook de slag om het confederalisme zal niet zozeer met inhoudelijke argumenten maar met beeldvorming gevoerd worden.

Hoezeer de obstakels van de splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV en de afwikkeling van de financieringswet ons ook weten te beroeren (ahum), toch mogen we de volgende maanden de kans niet laten liggen om de campagne voor de Europese verkiezingen inhoudelijk in te vullen. Want de echte politieke keuzes worden steeds meer op dat niveau gemaakt.

Moeilijke verkiezingen

Maar ook in het Europees Parlement belooft het er niet eenvoudiger op te worden na 2014. De economische crisis heeft het geloof in Europa fel aangetast. De recente Gallup poll “EU Elections 2014 countdown: One year to go” voorspelt een historisch lage opkomst en een sterke groei van radicaal nationalistische, populistische en anti-Europese partijen. De Europese Volkspartij en de Socialisten&Democraten, de twee grootste fracties en traditioneel de motor van het Europees Parlement, verliezen zetels. In de plaats komt een bonte mix europarlementsleden die verschillende ideeën aanhangen en wier enige objectief het is om een verscheurd, en dus niet daadkrachtig, Europa van naties te bekomen.

Het is bergop rijden voor partijen die het goed voor hebben met Europa. Er bestaat duidelijk de valse idee dat alleen de anonieme macht in Brussel de bezuinigingspolitiek heeft verordonneerd en afgedwongen, dat het Europese beleid geen politieke keuze is. Terwijl de Europese Raad een verzameling nationale leiders is die vaak enkel de eigen belangen verdedigen en de Commissie aangesteld werd door diezelfde leiders.

Het is dus zaak om de Europese Unie politieker te maken. Velen wijzen met een beschuldigende vinger naar haar complexe instellingen, naar haar gebrek aan transparantie en democratie. Die kritiek is terecht. De EU heeft een systeem op poten gezet waar links-rechts tegenstellingen moeilijk naar de oppervlakte komen. Maar een deel van de verantwoordelijkheid ligt ook bij onze partijen (breng uw europarlementsleden meer op de voorgrond) én de media (bericht er dan ook over).

Rechts en links

In Vlaanderen zijn de partijen de voorbije jaren steeds meer op elkaar gaan lijken, en dat is onrechtstreeks ook voor de Europese constructie problematisch. De politieke keuze wordt steeds minder die tussen links en rechts, maar tussen establishment en uitdager. Geloofwaardigheid is daarbij de eerste benchmark. Electorale verschuivingen zeggen vaak meer over de aantrekkingskracht van leiders, dan over grote veranderingen in politieke voorkeur. In de mediademocratie van vandaag is dat een gevaarlijke evolutie. Het langetermijnprogramma wordt vervangen door het ene luidruchtige ideetje na het andere. Door onderlinge inwisselbaarheid krijgen we onvoorspelbaar kiezersgedrag.

Toch lijkt in Europa het electorale antwoord op de financiële crisis min of meer dezelfde: zetelende regeringen betalen het gelag voor de onzekere economische situatie. Ook opvallend: rechtse partijen worden minder aansprakelijk gesteld dan de linkse partijen en krijgen meer het vertrouwen om het puin van de crisis op te ruimen. Fiscale voorzichtigheid slaat meer aan dan de retoriek van economische stimuli door meer te ontlenen. (Als links het debat ‘austeriteit versus groei’ naar zich toe wil trekken, moet het beseffen dat het vertrouwen in de overheid misschien wel even laag is als het vertrouwen in de markt. Maar dit terzijde).

Ideologie versus pragmatisme

In tijden van crisis geven burgers het vertrouwen aan probleemoplossers, aan pragmatici, eerder dan aan ideologen. Op korte termijn is dat geen probleem, ze leiden ons door woelig water.

Op lange termijn is de echte uitdaging voor onze democratie: hoe terug de ideologische breuklijn op de politieke agenda krijgen? Eenvoudig zal dat niet zijn. De manoeuvreerruimte wordt steeds kleiner, het keurslijf van ‘Europa’ (bemerk de haakjes) steeds strakker. Kiezers merken al te vaak weinig van een wissel van de politieke macht. Het zorgt voor cynisme. De SP.A trekt stembus na stembus naar de kiezers met de slogan ‘meer sociaal Europa’. Een lovenswaardige boodschap, maar op een manier ook contraproductief. Als er op dat vlak geen noemenswaardige stappen worden gezet, mag men ook niet verwonderd zijn dat de kiezer afhaakt.

Kleur bekennen

De Vlaamse federale meerderheidspartijen lijken te hebben ingezien dat hun onderlinge inwisselbaarheid nergens toe leidt. Zowel SP.A, Open VLD als CD&V kwamen de voorbije maanden naar buiten met ideologische vernieuwingsoperaties. Of het voldoende is, zal moeten blijken, je wint geen verkiezingen met programma’s (die geloofwaardigheid, weet je wel). Maar positief is het alleszins, ook voor Europa. Als er op nationaal vlak opnieuw duidelijke ideologische keuzes worden gemaakt, kan dat ook op Europees niveau aan het wateroppervlak komen.

Inzake Europa bestond er in ons land lange tijd relatieve politieke consensus over (meer) Europa; alleen over de snelheid waarmee dat moest gebeuren, was wel eens discussie (remember Dehaene tegen Verhofstadt in 2009). De economische crisis is de ideale kapstok voor een inhoudelijke campagne; het noopt de partijen tot profilering inzake Europa. We zien dat de meeste partijen stilaan stelling nemen.

Alleen voor de uitdager van het systeem en de door de media en politieke commentatoren verklaarde inzet van de verkiezingen, N-VA, blijkt dat niet nodig. Hoe de Vlaams-nationalisten zich in de Europadebatten gaan profileren, weet niemand. De voorbije jaren was Frieda Brepoels het Europagezicht van de N-VA. Zij maakte in het Europees Parlement deel uit van de politieke fractie waartoe ook de Europese groenen behoren. Tegenwoordig laat de partij zich meer zien in het gezelschap van de Britse conservatieven, notoire tegenstanders van Europa. Ook hier is het wachten op marsorders uit Antwerpen.

Niet wachten

Laten we daar niet op wachten en de discussie nu al inhoudelijk voeren: Hoe solidair willen we zijn met de zuiderse landen? Willen we een Europees minimumloon, bijvoorbeeld 60% van het mediaaninkomen van elk land, om oneerlijke concurrentie tegen te gaan? Hoe pakken we de fiscale harmonisatie aan? Wat met de aanpak van de jeugdwerkloosheid? Hoe ontwikkelen we nieuwe vormen van democratische legitimiteit voor de EU? Wie moet de Commissie-voorzitter worden? Thema’s te over waar ideologische verschillen in de media ten volle kunnen spelen. Het zal de interesse voor en de legitimiteit van de Europese Unie alleen maar ten goede komen.

(De auteur is hoofdredacteur Samenleving en politiek (Sampol) en verbonden aan Metis Instituut.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.