Europa kiest voor geavanceerde biobrandstoffen

Het Europees Parlement heeft een richtlijn goedgekeurd die het aandeel van biobrandstoffen ten koste van voedselproductie en milieu beperkt tot 6 procent. Er komen ook stimuli voor het gebruik van geavanceerde biobrandstoffen, op basis van bijvoorbeeld algen of afval.

Biobrandstoffen werden tot voor kort beschouwd als hét alternatief voor fossiele brandstoffen. Europa streeft er al jaren naar om het aandeel van biobrandstoffen in de transportsector op te trekken tot 10 procent.

Intussen zwol de kritiek aan op de averechtse effecten van de productie van klassieke biobrandstoffen. De teelt van gewassen als koolzaad en palmolie voor de productie van deze biobrandstoffen leidt tot ontbossing en stijgende voedselprijzen, en dat is niet zo'n goede zaak.

Daarom zet Europa nu in op geavanceerde biobrandstoffen. Tegen 2020 moeten ze ten minste 2,5 procent van het totale verbruik in de transportsector vertegenwoordigen.

Volgens Europees parlementslid Ivo Belet (CD&V) slaat Europa "met deze grondige bijsturing definitief het pad in van de geavanceerde biobrandstoffen". "De tekst is niet perfect, maar wel een flinke stap vooruit", vindt hij.

Bart Staes (Groen) merkt op dat het aandeel van de klassieke biobrandstoffen nog altijd met twintig procent mag stijgen in vergelijking met de huidige stand van zaken. "Dat is nog te veel, maar het was het meest haalbare op dit moment."