Goochelen met cijfers - Chris Serroyen

België trappelt ter plaatse. Althans, zo werd het laatste competitiviteitsrapport van het World Economic Forum onmiddellijk geframed door Voka. Slaafs nagevolgd door de klassieke media. En dat omdat België net als vorig jaar slechts op een 17de plaats staat in de hitparade.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Stand van het land

Als er al zoveel misbaar is over een status quo, wat moet dat dan zijn in Nederland, dat op één jaar drie plaatsen wegzakte, of in Frankrijk, met twee plaatsen terugval? Christophe Callewaert van De Wereld Morgen merkte overigens fijntjes op dat de Belgische score voor een belangrijk deel gebaseerd is op de enquêteresultaten bij ocharm 86 ondernemers. Wellicht zegt de Belgische score dus meer over de (tegenwoordig bijzonder hoge) verzuringsgraad bij de Belgische ondernemers, dan over de “stand van het land”. Oeps, ook vergeten te vermelden: een lustrum geleden, dus net voor het omvallen van Lehman Brothers, stond België nog op een 20ste plaats. Drie plaatsen winst in bijzonder moeilijke omstandigheden, verschrikkelijk, niet?

Monocultuur

Moeten we ons dan geen zorgen maken over onze competitiviteit? Dat nu ook weer niet. Een debat over de versteviging van de competitiviteit is belangrijk. Maar dan liefst met enig nuchter oordeelsvermogen en nuance. We kunnen er niet omheen dat we marktaandelen verliezen. Op zich niet verwonderlijk door het gestegen aandeel van de groeilanden. Alleen verliezen we meer marktaandelen dan goed is. En dat baart zorgen. Al moeten we eerst zorgvuldig peilen naar de (veelvuldige) oorzaken. Om van daaruit een doelmatige, veelzijdige oplossingsstrategie te ontwikkelen. Hetgeen iets anders is dan de mentale monocultuur waarin men de werknemers en uitkeringsgerechtigden weeral wil dringen.

Waarbij, met steun van de Europese en internationale instellingen, het gehele debat weerom wordt versmald tot de hervorming van de arbeidsmarkt. Om nog maar eens het hakmes te kunnen zetten in de werkloosheidsverzekering, de automatische indexering op te doeken, de loonvorming af te knellen en de arbeidsrechtelijke bescherming van de werknemers af te zwakken.

Je kijkt er nog nauwelijks van op. Het nieuwe politieke jaar is nog niet echt uit de startblokken, maar intussen hebben de verzamelde werkgevers en politici en opiniemakers ter rechterzijde er wel voor gezorgd dat weer alle kapot gespeelde grammofoonplaatsen opnieuw op de draaitafel liggen: indexsprong, afschaffing van de automatische indexering, beteugeling van de vrije loononderhandelingen, verlaging van de vennootschapsbelasting, flexijobs naar Duits model , “modernisering” van het arbeidsrecht en verarming van de werklozen.

Met daartussen toch wel een paar opvallende nieuwigheden. Zoals UNIZO dat niet meer alleen de werklozen schoffeert, maar nu ook de invaliden is beginnen stigmatiseren als sociaal profitariaat.

Histoire d’O.

In al dat politieke opbod om in het gevlei te komen van de werkgevers is niet altijd duidelijk wat bedoeld is als pre-electoraal populisme en wat serieus bedoeld is als voorstellen voor de federale begrotingsopmaak volgende maand. Vaststelling is in elk geval dat de verzamelde druk groot is om nog in allerijl een pakket lastenverlagingen richting bedrijven door te voeren, te financieren door aanvullende ingrepen in de sociale zekerheid, ten koste vooral van gerechtigden op sociale uitkeringen. Te versterken door een aanvullende aantasting van de indexering en een verdere omknelling van de loononderhandelingen, middels een aanpassing van de Wet van 1996 op het concurrentievermogen en de werkgelegenheid.

Zonder enig oog voor de andere factoren die essentieel zijn voor ons concurrentievermogen. Dan gaat het over de histoire d’O van opleiding, onderwijs, onderzoek, ontwikkeling en overheidsdiensten. Over onze economische infrastructuur. Over de kwaliteit van het management misschien ook. Als Voka zo zwaar tilt aan onze 17de plaats voor globale competitiviteit, wat hebben ze dan te zeggen over onze schamele plaats 20 inzake de kwaliteit van ons senior management.

Tax shift

En we zeggen dat niet om de uitdaging van de beheersing van de loonkost onder de mat te vegen. Ook op dat vlak moet inderdaad iets gebeuren. We kampen met een loonkosthandicap. En zelfs wie dat betwist moet erkennen dat onze voorsprong op de buurlanden jaar na jaar afkalft. Trouwe lezers van de ACV-opiniestukken op De Redactie weten dat we dat debat nooit uit de weg zijn gegaan. Die zijn vertrouwd met onze ideeën over de tax shift: minder lasten op loon, tot daling van de loonkost; meer lasten op kapitaal. Niet enkel om redenen van rechtvaardigheid. Maar ook omdat zo’n operatie bijzonder bevorderlijk is voor de werkgelegenheid. En nog meer als de lastenverlaging op arbeid niet lineair wordt uitgesmeerd, maar selectief wordt gericht. We gaan dat alles niet herhalen. De hand naar de werkgevers werd al herhaaldelijk uitgestoken. Maar vooralsnog met enkel afweerreacties. Als de loonkost zo’n zwaar probleem is voor de werkgevers, dan zou je hunnerzijds toch iets meer enthousiasme mogen verwachten.

Dus zal ook voor dit dossier het initiatief van de federale regering moeten komen, in het kader van het competitiviteitspact dat werd aangekondigd voor het zomerreces, op instigatie van Kris Peeters. Hetgeen overigens het perspectief moet openen voor een samenwerking met de Gewesten en het gecoördineerd benutten van de regionale hefbomen. Ik corrigeer: zou moeten openen. Want je moet al in een bijzonder hoog niveau van naïef voluntarisme hebben bereikt om zonder enige reserve te durven veronderstellen dat dit met de verkiezingen van mei 2014 in zicht überhaupt iets kan worden. Met in de Vlaamse regering een partij die alleen maar wil bewijzen dat federaal niks meer lukt. En in de federale regering twee partijen die de regionale regeringen liever jennen dan er mee samen te werken. Maar bon, laat ons niet wanhopen. Niet in het minst omdat het creatief inschakelen van de regionale fiscale autonomie een puzzelstuk kan zijn in die tax shift.

Broddelwerk

Wat zijn de andere puzzelstukken? Eerst en vooral het ijken van de loonkosthandicap. Want inmiddels wordt breed erkend wat de vakbonden al jaar en dag aanklagen: dat in de huidige vergelijking met de buurlanden de handicap wordt overroepen omdat tal van Belgische loonkostsubsidies niet worden meegeteld. Zelfs de werkgevers hebben dat inmiddels schoorvoetend erkend. Al leidde dit onmiddellijk tot een dubbele vraag: welke loonkostsubsidies mogen dan worden afgetrokken voor België? En in welke mate hebben de buurlanden ook zo geen subsidies ingevoerd, die vandaag niet in de berekeningen zitten? Eind 2012 richtte de federale regering daartoe een expertencommissie op om daarover een wijs oordeel te vellen, ook omwille van de onenigheid onder sociale partners én regeringspartijen. Net voor het zomerreces maakte die commissie een lijvig rapport over aan de regering. Met als conclusie dat ze het ook niet weten. En dus zadelden ze de regering op met een veelheid van scenario’s, van een minimalistisch scenario om de loonkosthandicap (door de CRB voor 2011 vastgesteld op 4.6%) te corrigeren naar 4.1%, tot een maximalistisch scenario waarbij nog amper 0.55% zou overblijven.

De werkgevers hadden trouwens zware druk gezet op de experts. Al vóór hun eerste bijeenkomst lag een zware aanmaning van de werkgevers op hun bureau om slechts mondjesmaat correcties aan te brengen. En die druk voel je ook doorheen het rapport. Wat bijvoorbeeld leidde tot het bijzonder vreemde scenario waarin geen rekening wordt gehouden met de loonkostsubsidie via de activering van de uitkeringen, met als argument dat die binnenkort worden geregionaliseerd. Alsof die loonkostsubsidie dan samen met de staatshervorming ineens verdampt.

Al sprong in de begeleidende commentaar van de experts naar de regering wel volgend zinnetje in het oog: “globaal en rekening houdend met de subsidies, lijkt de toename van de loonkost per uur niet excessief”.

Absolute handicap

Nu, de werkgevers zagen de bui al hangen. En dus hebben ze al een tijd het geweer van schouder veranderd: je moet niet enkel naar de toename kijken, je moet ook kijken naar de historische handicap. Het absolute loonkostverschil, in het jargon. Waarbij politiek en publieke opinie al een tijd lang worden bewerkt met cijfers in een vork van 15 tot 20% loonkosthandicap. Dan hebben ze het over de loonkost per uur. Zonder rekening te houden met onze hogere productiviteit, noch met de loonkostsubsidies. Op dat vlak brengt het expertenrapport wel nuttige nuance aan. Een globaal cijfer van het loonkostverschil gecorrigeerd voor productiviteit en subsidies krijg je niet. Dat zat kennelijk niet in de opdracht van de regering. Maar wel analyses voor sectorengroepen.

Met onder meer de opvallende vaststelling dat de zwaarste klagers, geconcentreerd in de verwerkende nijverheid, op het vlak van loonkostverschil minst reden tot klagen lijken te hebben. De verwerkende nijverheid heeft nog altijd een voorsprong van 1.1% op het gemiddelde van de buurlanden. Niet dat er geen reden is tot bezorgdheid. Want onze productiviteitsvoorsprong kalft jaar na jaar af. En dus moet je ook voor de industrie het debat blijven voeren over een beheersing van de loonkost , samen met technieken om de productiviteit te verhogen, door onder meer innovatie en opleiding.

Goocheltrucs

Wat het laatste betreft was het expertenrapport al evenmin van grote hulp. Want ook over onze opleidingshandicap, het gebrek van investering van de Belgische bedrijven in de opleiding van hun werknemers, was er ook al jaren onenigheid. En dus kregen de experts eveneens als opdracht mee dat debat wat vooruit te helpen. Ook die karwei schoven ze echter terug naar de regering. Al permitteerden ze zich, anders dan voor de loonkosthandicap, by the way toch een concreet cijfer te droppen. Na een ganse reeks bijzonder betwistbare goocheltrucs komen ze uit op een investering ten belope van 2.21% van de loonmassa, ruim boven de beleidsdoelstelling van 1.9%. Waarmee ze de pap in de mond gaven van de werkgevers om het huidige sanctiemechanisme voor sectoren op te doeken en een streep te trekken door de beleidsdoelstelling in het federale regeerakkoord om dat mechanisme te verstrengen.

De ruimte en wellicht ook uw leesgoesting voor de technische details ontbreken, maar naarmate er meer duidelijkheid komt over de kunstgrepen die de experts hebben gebruikt om de cijfers op te blazen, verliest dit deel van het expertenrapport elke geloofwaardigheid. In het beste geval is het een uitnodiging om het jarenlange en uitzichtloze getwist over de collectieve financiële plichten van de werkgevers inzake opleiding in te ruilen voor een open debat over het individuele recht op opleiding voor elk werknemer. Het VBO heeft trouwens het voorbeeld gegeven in de opleidings-cao’s van het aanvullend paritair comité voor de bedienden.

Schoktherapie

Waarin de experts niet slaagden, het herijken van de loon- en opleidingshandicap, zal dus van de regering moeten komen. Aan te vullen met een prognose over te verwachten loonkosthandicap voor 2014. Rekening houdend met de lagere inflatie, de inhaalbeweging in Duitsland, de aanvullende lastenverlaging en de recente indexmanipulatie. Als daarover een akkoord bereikt is, kan je van daaruit bekijken hoeveel correctie nodig is om de loonkosthandicap weg te werken door lagere sociale bijdragen. En hoeveel alternatieve financiering nodig is voor de sociale zekerheid om dit te compenseren, in het bijzonder vanuit kapitaalsinkomsten. Daarvoor is geen schoktherapie nodig, in de orde van 5, 15 of 20%, zoals de werkgevers voorhouden. Met een goed gerichte jobtherapie van 2 à 3% zouden we al aardig opschieten

(Chris Serroyen is hoofd ACV-studiedienst.)
 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.