Meer dan 100.000 Polen betogen tegen regering

In de Poolse hoofdstad Warschau hebben meer dan 100.000 vakbondslui betoogd tegen het sociaal-economisch beleid van de liberale regering Tusk. Volgens de manifestanten is die de grote verantwoordelijke voor hun benarde situatie. De betogers eisen dat de regering de pensioenleeftijd opnieuw verlaagt naar 65 en dat ze het minimumloon verhoogt.

De betoging, een initiatief van de drie grootste Poolse vakbonden, was de grootste in jaren in de Poolse hoofdstad. Ze vormde het hoogtepunt van een vierdaagse actie. Onder de betogers waren onder meer mijnwerkers en metaalarbeiders uit de zuidelijke regio Silesië en havenarbeiders uit de noordelijke stad Gdansk.

Kop van Jut was de rechtse regering van de liberaal Donald Tusk. De vakbonden willen dat de regering de pensioenleeftijd opnieuw verlaagt naar 65, van 67 nu en dat ze een verhoging van het minimumloon doorvoert. Ze zijn niet te spreken over een recente wet die flexibeler werk mogelijk maakt en zijn woedend dat de regering geen oren heeft naar hun grieven.

"We worden slaven in ons eigen land. We zijn het misprijzen van de macht tegenover de arbeidersklasse beu", zei Pjotr Duda, leider van de vakbond Solidarnosc. Jan Gutz, leider van de andere grote vakbond OPZZ sprong hem bij. "We aanvaarden niet langer een beleid dat enkel naar ellende en armoede leidt. We zullen deze regering die niet in het belang van de werknemers handelt vervolgen." De vakbonden dreigen nu met een grote nationale staking.