Nauwelijks 3% van bruggepensioneerden vindt werk

Uit cijfers van de VDAB blijkt dat vorig jaar nauwelijks 3% van de ingeschreven bruggepensioneerden een baan heeft gevonden. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) wijt dat zowel aan de werknemers zelf als aan de werkgevers.

Volgens de krant De Tijd hebben vorig jaar 2.994 bruggepensioneerden zich ingeschreven als werkzoekende bij de VDAB. Daarvan vonden er 88 een baan, nauwelijks 3% dus.

De VDAB probeert om werklozen tot hun 58 jaar te begeleiden bij een zoektocht naar werk. Een werkzoekende die niet meewerkt, kan een sanctie krijgen en dat geldt ook voor bruggepensioneerden.

De nieuwe naam voor het brugpensioen -werkloosheid met bedrijfstoeslag- verandert daar niets aan, volgens de VDAB. Concreet wordt het "stempelgeld" betaald door de overheid en de bedrijfstoeslag door de onderneming die de werknemer ontslagen heeft.

De discussie is actueel omdat minister van Werk Monica De Coninck (SP.A) het brugpensioen heeft toegekend aan 1.772 werknemers van Ford Genk die bij de sluiting eind volgend jaar 52 of ouder zullen zijn. Dat geldt ook voor twee toeleveranciers.

De N-VA en de werkgevers hadden daar veel kritiek op omdat de overheid mensen slechts tot hun 52 jaar zouden activieren. Ook Open VLD wil dat de ontslagen Ford-arbeiders zo snel mogelijk aan een nieuwe baan geholpen worden. "52 jaar is te jong", klonk het bij monde van minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD).

Nauwelijks 3% vindt werk

De cijfers zijn echter wat ze zijn en bruggepensioneerden moeten zich tot hun 58 jaar inschrijven bij de VDAB. Vorig jaar waren er dat 2.994 en daarvan vonden er 88 een nieuwe baan; nauwelijks 3% dus.

De VDAB wijst zowel de bruggepensioneerden zelf als de werkgevers met de vinger. Veel bruggepensioneerden gaan ervan uit dat ze niet meer aan de slag moeten, maar de VDAB ontkent dat en kan desnoods sancties opleggen.

Anderzijds staan werkgevers vaak weigerachtig om mensen van boven de 50 jaar aan te werven.