Vijf jaar na de financiële tsunami

Precies vijf jaar geleden ging Lehman Brothers, een van de grootste Amerikaanse zakenbanken, ten onder aan de gevolgen van de vastgoedcrisis in de VS. Vanuit Wall Street verspreidde een schokgolf zich over de hele wereld, tot in ons land toe.
AP2011

Op zondagavond 14 september 2008 zat ik op de redactie naar mijn computer te turen met slechts een vraag: "wie gaat de bijna failliete zakenbank Lehman Brothers overnemen en redden?". Van die vraag hing af of de kredietcrisis zich over de wereld zou verspreiden of niet.

De weken tevoren was de beurskoers van Lehman gekelderd omdat bleek dat de 158 jaar oude bank -net als vele anderen- verstrikt was geraakt in de vastgoedcrisis in de VS en klanten haalden massaal hun geld weg. De enige uitweg leek een nationalisering door de overheid of overname door een concurrent, zoals die van Bear Stearns door JP Morgan Chase enkele maanden eerder.

Er waren twee kandidaten: Bank of America en het Britse Barclays Capital en in New York zat die avond de top van de grote banken van Wall Street en de centrale bank Federal Reserve bijeen voor een allesbeslissende crisismeeting die een oplossing moest vinden voor de beurzen maandagochtend zouden openen. 

Om iets voor middernacht kwam het antwoord: Barclays liep weg van de gesprekken en Bank of America kondigde de overname aan van het eveneens kwakkelende Merrill Lynch, de derde zakenbank van Wall Street. De Amerikaanse overheid nationaliseerde daarop AIG, 's werelds grootste verzekeraar. 

"En Lehman dan?" Op die vraag kwam maandagochtend een antwoord toen Lehman Brothers de handdoek in de ring gooide. Het faillissement leidde niet enkel tot een zelden geziene beurscrash, maar wereldwijd ook tot een kettingreactie van banken en instellingen die producten van of gegarandeerd door Lehman hadden gekocht en doorverkocht. Het wereldwijde financiële systeem waarop de economie rustte, leek te ontploffen.

Wat vooraf ging: de cowboys van Wall Street

Sinds de jaren 80 en 90 was de financiële sector in de VS fors gedereguleerd. Daardoor ontstonden grote bank-verzekeraars die de markt beheersten en via stevige lobby's zowel de Republikeinse als Democratische partij konden beïnvloeden. In '99 werd onder president Bill Clinton het laatste restant van de Glass-Steagall-wet opgeheven. Daarmee vervielen de in 1933 ingevoerde schotten tussen gewone spaarbanken en risicovolle zakenbanken zoals Goldman Sachs, Morgan Stanley, Merrill Lynch, Lehman en Bear Stearns.

De poorten voor grote risicovolle, maar potentieel erg winstgevende activiteiten zwaaiden steeds verder open. Een daarvan was het toekennen van torenhoge hypotheken aan mensen die zich dat niet of nauwelijks konden veroorloven: de beruchte "subprime mortgages", ook bekend als rommelkredieten.

De woningprijzen in de VS stegen zo tot ongekende hoogten en de risico's werden verzekerd en doorgeschoven naar de zakenbanken die de rommelkredieten wereldwijd herverpakten en doorverkochten tot afgeleide beleggingsproducten. Die werden alsmaar complexer en ondoorzichtiger, maar kregen toch hoge ratings van de kredietbeoordelaars Moody's, S&P en Fitch. Zo werden globaal ketens van wankele dominostenen gebouwd. Tenslotte gingen sommige zakenbanken zoals Goldman Sachs dan nog eens speculeren tegen die producten die ze hun eigen klanten hadden aangesmeerd. 

Zoiets is niet vol te houden en in de zomer van 2007 was de onrust groot genoeg om de beurskoersen op Wall Street fors te laten dalen.  De vastgoedprijzen kelderden en eerst de kleine, dan middelgrote banken, kwamen in de problemen. De crisis bereikte ook Europa met banken als de Britse Northern Rock en Hypo Real en WestLB in Duitsland. Bij ons deelden Fortis, Dexia en KBC in de klappen.

Financiële crisis werd industriële crisis

Tijdens de paniek van eind 2008 vielen steeds meer banken en verzekeraars in de VS omver en in allerijl werd door het Congres in de VS een reddingsplan van 700 miljard dollar goedgekeurd om bedreigde banken te ondersteunen. Ook grote namen zoals Citigroup en Goldman Sachs passeerden langs die hulpkas met belastinggeld.

De crisis sloeg intussen ook toe in de rest van de economie nu de consumptie en de investeringen terugvielen en de banken de kredietkraan naar de bedrijven en elkaar dichtdraaien.

Autogiganten General Motors en Chrysler moesten in allerijl door de overheid gered worden en dat gold ook voor grote namen in de luchtvaartsector zoals American en United Airlines. Miljoenen banen gingen verloren en honderdduizenden Amerikanen werden uit hun huis gezet. De schuldenlast van de VS steeg tot ongekende hoogten.

Pas vanaf 2009 nam de orkaan in hevigheid af en kende de VS opnieuw groei, onder meer dankzij een stimulansplan van 780 miljard dollar van de nieuwe president Barack Obama en maatregelen van de Fed. Vandaag zijn de beurzen intussen opnieuw boven het peil van voor de crash gestegen, maar de risico's blijven.

En wat hebben wij nu geleerd?

De crisis van 2007 en 2008 was de zwaarste sinds de Depressie van de jaren 30 en had gelijkaardige oorzaken. De banken kregen strengere liquiditeitseisen opgelegd. Toch blijft het wachten op een nieuwe en echte regularisering van de financiële sector om een herhaling van de crisis te voorkomen. Wall Street, maar ook andere hoofdrolspelers, verzetten zich met hand en tand tegen plannen in Amerika en Europa om spaarbanken en zakenbanken opnieuw te scheiden. 

Vijf jaar later lijkt veel intussen opnieuw "business as usual". De intrede van de zakenbank Goldman Sachs -die veel boter op het hoofd heeft- in de Dow Jones-index van de beurs van New York is tekenend. De kans op een nieuwe zeepbel -mogelijk dit keer in China- lijkt dan ook erg groot.