Justitie en sociale media - Renzo Ottoy

Recent maakte de actualiteit duidelijk wat voor een cruciale rol sociale media in bepaalde zwaarwichtige strafonderzoeken kunnen spelen.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Geweld in Aalst

Enerzijds was er het dossier van de zogenaamde "kopschopper" te Aalst die na intensief speurwerk van ruim 3 maanden niet kon worden geïdentificeerd. Toen justitie (eindelijk) een beroep deed op de ‘wisdom of the crowd’ en er een duidelijk filmpje van de gruwelijke feiten op YouTube werd geplaatst, werd de verdachte reeds na een luttele 3 uur geïdentificeerd!

Dankzij sociale media kwam justitie dus te weten dat het om een 17-jarige jongeman uit Ninove ging, terwijl justitie al 3 maanden verkeerdelijk op zoek was naar een 26-jarige…

Onbekende overleden vrouw in Blankenberge

Ook het raadsel van de overleden vrouw die in de duinen van Blankenberge was gevonden, werd opgelost dankzij sociale media. Ondanks intensief speurwerk door de gespecialiseerde rechercheurs van de Cel Vermiste Personen kon men niet achterhalen om wie het ging, maar reeds enkele uurtjes na het vrijgeven van een foto van de overleden vrouw via Facebook werd er een doorbraak bereikt. Alweer louter en alleen dankzij de kracht van sociale media!

Klassieke versus sociale media recherchetechnieken

In beide gevallen was het heel duidelijk dat de klassieke recherchetechnieken niet tot een doorbraak in het onderzoek konden leiden. Justitie heeft dus terecht gebruik gemaakt van de ongelooflijke opportuniteiten die sociale media te bieden hebben. In deze twee dossiers werd er vrijwel ogenblikkelijk na de verspreiding van zowel de video als van de foto de juiste informatie verkregen die tot identificatie van beide personen kon leiden.

In het eerste geval van Aalst ging het om een verdachte van zware strafrechtelijke feiten. Dankzij de cruciale hulp van sociale media kan hij nu door het gerecht ter verantwoording worden geroepen en vooral kan hij nu als minderjarige de nodige begeleiding op het vlak van agressiebeheersing krijgen, waar hij duidelijk dringend aan toe was.

In Blankenberge heeft men dankzij de identificatie van de overleden vrouw haar familie en nabestaanden in Nederland kunnen inlichten zodat ook deze mensen niet nog jaren in het ongewisse moeten blijven over wat er met hun moeder, partner, zus of vriendin is gebeurd. Zij kunnen nu in alle sereniteit afscheid nemen van hun dierbare overledene.

In beide gevallen kreeg zowel politie als justitie enkele criticasters over zich heen. In het eerste geval plaatsten enkelingen om totaal onbegrijpelijke redenen het recht op privacy van een onbekende maar duidelijk losgeslagen geweldenaar die iemand quasi morsdood had geschopt boven het algemeen belang van het opsporen en vervolgen of begeleiden van deze woesteling. Met betrekking tot de zeer serene foto van het aangezicht van de overleden vrouw in Blankenberge vond men dan weer dat justitie zoiets de bevolking niet mocht aandoen. De belangen van de slachtoffers en nabestaanden, laat staan van de hele samenleving werden daarbij eenvoudigweg ter zijde geschoven.

Proportionaliteit

In beide zaken ging men duidelijk niet over één nacht ijs want er zijn tal van onderzoekshandelingen aan de beslissing tot vrijgave van het beeldmateriaal voorafgegaan. Telkens werden de belangen van de verschillende partijen tegen elkaar afgewogen en in beide zaken werd dus ook de proportionaliteit van het inzetten van sociale media afgewogen tegenover de noodzaak tot het verkrijgen van de cruciale informatie om een maatschappelijk belangrijk onderzoek niet op een sisser te laten aflopen.

Beseffen die criticasters eigenlijk wel ten volle waar zij voor pleiten?

Zijn er in dit land echt redelijke personen die wensen dat verdachten van opzettelijke slagen en verwondingen met blijvende arbeidsongeschiktheid gewoon hun gangetje mogen gaan zonder ook maar enige verantwoording hiervoor te hoeven afleggen?

Is er echt iemand die vindt dat het fantastische speurdersteam van de Cel Vermiste Personen alle onbekende overleden personen eenvoudigweg ergens in een anoniem graf moet begraven zodat de nabestaanden nog vele decennia koortsachtig op zoek zullen gaan naar hun dierbare verdwenen familielid en al die tijd in onzekerheid zullen moeten verder leven?

Nood aan een socialemediastrategie voor justitie

Wat mij de laatste tijd enorm choqueert is niet dat sociale media af en toe worden ingeschakeld in strafonderzoeken, maar wel dat het zo angstwekkend weinig gebeurt en vooral ook dat het vaak zo lang duurt eer men er gebruik van durft te maken.

Het is niet gezond dat de Belgische justitie het zich blijkbaar veroorlooft om een moderne maar evidente recherchetechniek gedurende 3 maanden te negeren, terwijl het van meet af aan duidelijk is of kan zijn dat men er via de louter klassieke technieken niet zal geraken.

Zo hebben politie en justitie, in verband met de feiten te Aalst, met hun aarzelende houding voor iets wat zo evident was, de verdachte nog de volle 3 maanden de tijd gegund om nog eens iemand quasi dood te schoppen.

Het wordt dus echt tijd dat justitie anno 2013 eindelijk aan de slag gaat met het ontwikkelen van een socialemediastrategie en dito opleiding, niet alleen met betrekking tot haar externe communicatie maar ook – en vooral – in relatie tot haar dagelijkse operationele taken in strafonderzoeken.

De auteur is parketmagistraat te Gent en schrijft deze bijdrage louter in persoonlijke naam.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.