Een verhaal van bloedbaden, oorlog en macht

De Rwandese geschiedenis wordt ontsierd door etnische slachtpartijen en bloedvergieten. Dat heeft te maken met de tegenstellingen tussen Hutu's en Tutsi's. Sinds de volkenmoord van 1994, waarbij naar schatting 800.000 doden vielen, is het er rustig en stabiel, maar dat is schijn. Kigali mengt zich in de oorlog in buurland Congo, en brengt die in verband met het Rwanda van 1994.
AP1996

Bij de onafhankelijkheid in 1962 heeft de Hutu-partij van Grégoire Kayibanda (foto) het voor het zeggen in Rwanda. Als winnaar van de verkiezingen die door de oud-kolonisator zijn georganiseerd, voelt die zich sterk genoeg om de traditionele Tutsi-koning Kigeri V uit de weg te ruimen.

De Hutu-revolutie van Kayibanda is een slechte zaak voor de traditionele Tutsi-elite, die zo'n 14 procent van de bevolking uitmaakt. Naar schatting 100.000 Rwandese Tutsi's vluchten naar de buurlanden Congo, Burundi en Oeganda, van waar ze op wraak zinnen voor het hen aangedane leed.

In Rwanda zelf worden Tutsi's systematisch gediscrimineerd en worden ze uitgesloten van hoge functies. Als daar nog economische problemen bijkomen, groeit de onrust in het land. Dat leidt tot een militaire coup, waarbij Kayibanda aan de kant wordt geschoven.  

De nieuwe sterke man heet nu Juvénal Habyarimana. Hij neemt een Tutsi op in zijn regering, maar in werkelijkheid is zijn eenheidspartij Mouvement Démocratique Révolutionnaire National pour le Developpement (MNRD) een Hutu-partij.

In de jaren 70 en 80 laat Habyarimana zich geregeld opnieuw kiezen als staatshoofd. Hij wordt gesteund door de katholieke kerk en brengt het land stabiliteit. Onder zijn bewind groeit Rwanda uit tot troetelkind van de internationale gemeenschap, die veel ontwikkelingshulp veil heeft voor het bevriende Rwandese volk.

Rust is schijn

Maar de onrust en het ongenoegen gisten voort. Dat heeft in de eerste plaats te maken met armoede: ruim 60 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Maar er is ook de chronische overbevolking: Rwanda is een van de dichtst bevolkte landen van Afrika, en dat betekent problemen bij de voedselvoorziening in een land dat hoofdzakelijk leeft van de landbouw. Voeg daarbij nog de steeds aanwezige tegenstellingen tussen Hutu's en Tutsi's en je hebt een gevaarlijke cocktail.

Habyarimana weigert te praten over de terugkeer van Tutsi's die in 1960 naar de buurlanden zijn gevlucht. Intussen hebben die Tutsi's zich wel militair georganiseerd, vooral in het Oeganda van Yoweri Museveni.

In 1990 vallen de rebellen van het Rwandees Patriottisch Front het land binnen vanuit Oeganda. De RPF-leiders zijn niet van de minsten: Fred Rwigema, voormalig raadgever van Museveni, en Paul Kagame (foto). Rwigema komt om bij de strijd, maar van Kagame zouden we later nog horen.

Het regime van Habyarimana kan aanvankelijk standhouden met de steun van België en Frankrijk, maar de president ziet zich toch genoodzaakt met het RPF te gaan praten. Dat wordt hem niet in dank afgenomen door zijn radicale Hutu-achterban.

De geest is uit de fles

In 1994 gaat het goed fout als het vliegtuig van Habyarimana wordt neergeschoten. Tot op vandaag blijft het onduidelijk wie hierachter zit, maar in elk geval is de dood van de president de katalysator voor een ware orgie van geweld: binnen de 24 uur beginnen de moordpartijen door Hutu's op Tutsi's en gematigde Hutu's. Ook de Twa's, de oorspronkelijke inwoners van Rwanda (amper 1 procent van de bevolking) moeten eraan geloven.

Bij de volkenmoord of genocide vallen naar schatting 800.000 doden, mogelijk zelfs meer dan een miljoen. Velen worden genadeloos afgemaakt met hakmessen. Ook tien Belgische blauwhelmen worden gedood.

Kagame en zijn RPF schakelen een versnelling hoger en veroveren het land in een sneltempo. Op 4 juli 1994 wordt de hoofdstad Kigali "bevrijd". De "scheve situatie" van 1960 is rechtgezet: Rwanda is weer een land in handen van de Tutsi's.

AP2003

De machtsovername in Kigali ontketent meteen een nieuwe humanitaire crisis. Honderdduizenden doodsbange Rwandezen, vooral Hutu's, vluchten naar buurland Zaïre. Velen komen om door ziekte en ontbering in inderhaast opgerichte vluchtelingenkampen.

Veel overlevenden keren uiteindelijk terug naar Rwanda, maar radicale Hutu-rebellen blijven zich schuilhouden in het regenwoud van waaruit ze aanvallen uitvoeren tegen hun land, dat nu in handen is van de Tutsi's.

Welvaart en oorlog

Paul Kagame vormt zijn RPF om tot een politieke partij. Eerst houdt hij zich nog op de achtergrond als minister van Defensie en krijgen gematigde Hutu's als Pasteur Bizimungu en Faustin Twagiramungu het roer in handen, maar in 2000 schuift hij hen aan de kant en wordt hij zelf staatshoofd.

Racisme bestaat niet in het nieuwe Rwanda, althans niet officieel. Kagame oogst lof omdat hij het land er relatief snel weer bovenop helpt na de catastrofale genocide van 1994. De hoofdstad Kigali heeft een metamorfose ondergaan, met fonkelende kantoorgebouwen en alles erop en eraan.

Het bruto binnenlands product groeit met zo'n 8 procent tussen 2002 en 2009 en in plaats van 78 procent armen in 1995 zijn dat er nu nog maar 57 procent. Rwanda moet het Singapore van Afrika worden, klinkt het.

Maar de nieuwe machthebbers hebben het niet zo begrepen op tegenspraak en onderdrukken elke vorm van oppositie. Daarnaast rijzen er vragen over de oorsprong van de nieuwe rijkdom.

Rwanda is betrokken bij de voortdurende burgeroorlog in het oosten van Congo. De Hutu-rebellen in het Congolese regenwoud vormen het ideale alibi, maar wellicht zijn de enorme bodemrijkdommen in Oost-Congo de echte reden van de Rwandese betrokkenheid.

Volgens rapporten van de VN en Human Rights Watch steunt Kigali rebellenbewegingen in Oost-Congo. In ruil haalt het wellicht financieel voordeel uit de verkoop van goud, coltan of andere mineralen. De Rwandese autoriteiten ontkennen in alle toonaarden, hoewel er bewijzen zijn. Zelfs de bondgenoten in Washington zeggen dat het nu wel welletjes is, maar Kigali lijkt zich daar geen zier van aan te trekken. Het Rwandese leger is dan ook niet van de kleinste in Centraal-Afrika en telt zo'n 70.000 manschappen: erg veel voor een landje met zo'n 12 miljoen inwoners.

Over wie nu het grootste slachtoffer is van de volkenmoord van 20 jaar geleden blijven de meningen tot op vandaag verdeeld. Een illustratie dat de genocide nog verre van vergeten en verteerd is.

AP2005