Rwanda kiest nieuwe volksvertegenwoordigers

In Rwanda worden vandaag parlementsverkiezingen gehouden. De Rwandezen kiezen 53 volksvertegenwoordigers voor het Huis van Afgevaardigden, de Rwandese Kamer van Volksvertegenwoordigers, die in totaal 80 leden telt. Bij gebrek aan oppositie zal het Rwandees Patriottisch Front van president Paul Kagame naar alle waarschijnlijkheid als winnaar uit de bus komen.
Paul Kagame is en blijft de sterke man in het Rwanda van na 1994.

Het Huis van Afgevaardigden bestaat uit 80 leden. 53 van hen worden rechtstreeks verkozen voor een termijn van vijf jaar, 24 vrouwelijke leden worden morgen gekozen door de provincieraden, twee vertegenwoordigers van de jeugd worden morgen aangeduid door de Nationale Jeugdraad en één vertegenwoordiger van de gehandicapten door de Federatie van de Verenigingen voor Gehandicapten. 

Naast het Huis van Afgevaardigden heeft Rwanda ook nog een Senaat, die 26 leden telt. Twaalf van hen worden aangeduid door de provincieraden en de lokale raden, acht door de president, vier door het Forum van Politieke Partijen en twee door de universiteiten. Ook voormalige presidenten kunnen vragen om senator te worden. Dat laatste is tot nader order pure theorie, want alle oud-presidenten van Rwanda zijn overleden of aan de kant geschoven.

De macht van het parlement is beperkt, want in Rwanda ligt de echte macht bij de president, die gekozen wordt voor een termijn van zeven jaar. Sinds 2000 is dat Paul Kagame, de leider van het Rwandees Patriottisch Front (RPF), de voormalige rebellenbeweging die in 1994 een einde maakte aan het Hutu-meerderheidsbewind dat een grote verantwoordelijkheid droeg voor de volkenmoord in datzelfde jaar.

Het nieuwe parlement zal zich wel moeten buigen over een mogelijke grondwetsherziening die het president Kagame mogelijk moet maken zich in 2017 kandidaat te stellen voor een derde ambtstermijn als staatshoofd. Dat zal wellicht geen probleem vormen, want verwacht wordt dat het RPF op zijn zachtst gezegd een ruime zege zal behalen. 

Democratie op papier

In het Rwanda van Paul Kagame is kritisch zijn niet zonder risico. De oppositie is slecht georganiseerd, een dissidente stem laten horen is gevaarlijk en van een kritische pers is geen sprake. Het RPF van Kagame is sinds 1994 onafgebroken aan de macht. Oppositieleiders zijn ofwel naar het buitenland gevlucht - zoals oud-premier Faustin Twagiramungu - ofwel zitten ze in de gevangenis, zoals Victoire Ingabire (foto).

Die afkeer voor afwijkende meningen heeft alles te maken met de geschiedenis van het land en met de etnische tegenstellingen tussen Tutsi's, Hutu's en Twa's. Al sinds de onafhankelijkheid van het voormalige Belgische protectoraat is de etnische factor van doorslaggevend belang voor de machtsverhoudingen in het land. Meer dan eens leidde dat al tot bloedige etnische zuiveringen, zoals bij de volkenmoord in 1994.

Van de onafhankelijkheid in 1962 tot 1994 was de macht in Kigali in handen van de Hutu's, maar sinds de succesvolle strijd van het RPF hebben de Tutsi's het voor het zeggen. De Hutu's vertegenwoordigen zo'n 85 procent van  de bevolking, de Tutsi's zo'n 15 procent. De oorspronkelijke Twa-bevolking speelt geen enkele rol van betekenis in de Rwandese samenleving.

Het regime in Kigali organiseert misschien wel verkiezingen, maar echt belangrijk zijn die niet: hoogstens een democratisch sausje over een soort etnische dictatuur, waarbij de ene bevolkingsgroep de andere systematisch onderdrukt.

AP2011