Het VN-rapport tussen de lijnen gelezen – Jens Franssen

Het VN-rapport is ondubbelzinnig. Er zijn dus chemische wapens gebruikt bij de gifgasaanval op 21 augustus in Ghouta, een buitenwijk van de Syrische hoofdstad Damascus. Uit verschillende stalen blijkt dat het zenuwgas sarin is gebruikt. Waar het rapport geen antwoord op mocht geven, is ‘wie’ achter de aanval zit. Toch kan er wel wat worden afgeleid als dit goed gedocumenteerde rapport naast het reeds beschikbare beeld- en fotomateriaal wordt gelegd.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina
© VRT - Nathalie Dolmans

Omdat zowel het Westen als Moskou geen publieke inzage geven in hun ‘bewijslast’ over de verantwoordelijkheid van de gifgasaanval is het onmogelijk om onafhankelijk in te schatten hoe zwaar die weegt. Volgende analyse is dan ook enkel gebaseerd op vrij beschikbare informatie, onder meer uit het 41 pagina’s lange VN-rapport.

Wat leert het rapport over ‘wie’?

Sarin

De gebruikte hoeveelheid zenuwgas is relatief groot. Ze is afgevuurd via zeker vijf raketten. Elk van die raketten kan volgens het rapport tot 50 liter chemische stoffen bevatten. De grote hoeveelheid zenuwgas en de chemisch erg zuivere samenstelling ervan tonen aan dat de daders over een grote stock aan kwaliteitsvolle chemische stoffen bezitten én over de juiste middelen om die veilig (voor zichzelf) te kunnen verspreiden.

Lange tijd zijn er hardnekkige geruchten geweest dat rebellen in Turkije zijn opgepakt met chemische vloeistoffen, maar na onderzoek bleek het om het volstrekt onschadelijke ruitensproeiervloeistof te gaan. Het regime heeft toegegeven dat het over chemische wapens, waaronder sarin, beschikt.

De juiste tijd

Volgens het VN-rapport zijn de wapens op het juiste moment gebruikt; vroeg in de ochtend tussen 02.00u en 05.00u, tijdens een moment van inversie. Door de neerwaartse luchtbeweging verspreidde het gifgas zich dus zeer doeltreffend. Het lijkt erop dat wie het gifgas inzette dus zeer goed de kennis beheerste over wanneer het gifgas zo optimaal mogelijk kon worden ingezet, zonder gevaar voor eigen troepen.

Het regime beschikt over die kennis, maar het valt evenzeer niet uit te sluiten dat er bij de duizenden naar de rebellen overgelopen soldaten ook experts zijn met kennis over (de inzet van) chemische wapens.

Kwalitatieve raketten

Volgens het rapport zijn vijf of zes raketten gebruikt. Het gaat niet altijd om erg gangbare types raketten die zijn gebruikt. Op een aantal van de raketten staan opschriften of serienummers geschilderd of gegraveerd. Soms is dat in het cyrillische schrift. Dit hoeft evenwel niet op betrokkenheid van Moskou te wijzen, aangezien wapens vaker wél dan niet worden doorverkocht door de tijd. Op een aantal van de raketten is een serienummer aangebracht. Onder meer het nummer ‘179’ is te zien. Dat lijkt erop te wijzen dat het om een serieproduct gaat uit een vrij omvangrijke serieproductie. Niet iets dus dat in elkaar geknutseld is door amateurs aan een keukentafel. De kwaliteit van de eigenlijke raketten (onder meer met staartvinnen voor stabilisatie) en de kop waarin chemische agents zitten wijzen duidelijk op een kwaliteitsvolle militaire serieproductie.

Uit het vandaag beschikbare beeldmateriaal blijkt dat het regime over het geschikte militair materieel beschikt om de gebruikte rakettypes afschieten.

Volgens aanhangers van het regime beschikken de rebellen over een soortgelijk mortierkanon dat gebruikt zou kunnen worden om de raketten af te schieten. Na de analyse van dat beeldmateriaal en de analyse van de gebruikte munitie kan die piste vrijwel worden uitgesloten.

Traject

Bij een aantal raketten konden de VN-inspecteurs aan de hand van de inslag vrij goed het traject van de raket bepalen. Volgens het rapport zijn een aantal van de raketten afgeschoten vanuit het noordwesten.

Experts van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch hebben de plek van inslag en de door het VN-rapport aangegeven traject gecombineerd met de reikwijdte van de raketten. Uit hun analyse blijken een aantal raketten uit een zone afgevuurd die in handen is van het regime en waar zich verschillende militaire basissen van het regime bevinden.

Het VN-rapport geeft zelf echter dus niet aan vanwaar de raketten zijn afgevuurd.

Slachtoffers

Het merendeel van de honderden slachtoffers zijn burgers, waaronder heel wat vrouwen en kinderen. Ze woonden in een gebied in handen van de rebellen. Volgens Moskou, een medestander van het regime, is het niet logisch dat bij een aanval met gifgas door het regime geen enkel militair doel van de rebellen zou zijn geraakt. Volgens Moskou moet dus onderzocht worden of de rebellen zelf niet alles hebben opgezet.

Moskou wijst er bovendien ook nog eens op dat de gifgasaanval gebeurde drie dagen nadat het regime de VN-inspecteurs op zijn grondgebied had toegelaten. Bovendien gebeurde de aanval op minder dan 15 km van het hotel waar die inspecteurs verbleven. Volgens Moskou een aanduiding dat het regime, dat over voldoende conventionele wapens beschikt, niet achter de gifgasaanval kan zitten.

Hoe moet het nu verder?

Volgens het akkoord tussen Washington en Moskou moet het regime-Assad nu binnen een paar dagen een volledige inventaris opmaken van zijn stock chemische wapens. Probleem is dat de procedures om lid te worden van de Conventie voor het verbod op chemische wapens zijn opgesteld voor stabiele lidstaten die uit vrije wil hun chemische wapens willen opgeven. In het verleden was het voldoende dat een lidstaat zich wilde aansluiten, waarop onafhankelijke inspecteurs de stocks en productie-installaties kwamen verzegelen waarna een stappenplan werd afgesproken voor de verdere veilige opslag en uiteindelijk vernietiging van de stocks en materieel.

Dat geldt niet voor Syrië. Voor Amerika zijn de voorziene procedures te lang en laten ze te te veel ruimte voor het regime.

Geheim voorraadje?

Op dit ogenblik heeft niemand echt zicht op de opslagplaatsen en hoeveelheid chemische wapens die Syrië juist heeft. Algemeen wordt uitgegaan van 1000 ton, maar niemand zal met zekerheid kunnen vaststellen of Syrië werkelijk alles heeft opgegeven, of het regime toch een strategisch voorraadje achter de hand houdt.

Veilig vernietigen moeilijk

Ook de veilige opslag en gecontroleerde en veilige vernietiging van de chemische wapens lijkt een huzarenklus te worden. Omdat het om een erg gevaarlijk en technisch moeilijke operatie gaat, zal de vernietiging toch enigszins gecentraliseerd moeten worden. Daarbij moeten de chemische wapens uit de bunkers worden gehaald en vervoerd. Dat schept een niet te onderschatten veiligheidsrisico in het volledig gedestabiliseerde Syrië, waar de frontlinie dagelijks verandert.

Internationale experts kunnen en zullen hier hulp moeten bieden, maar het spreekt voor zich dat ook zij moeten werken in oorlogsomstandigheden. Een mogelijke piste is dat Moskou bijvoorbeeld een aantal stocks veilig uit het land haalt (via cargovluchten of via de Russische marinebasis aan de Syrische kust) en de stoffen elders vernietigt.

Te strak plan?

De tijdslijn voor het plan is wel erg strak en experts twijfelen aan de haalbaarheid ervan. Centraal in het proces van opgave is vertrouwen tussen de verschillende partijen (Washington/het Westen – het regime-Assad en Moskou).

Laat net dat vertrouwen er nu helemaal niet zijn.

(De auteur is radiojournalist bij VRT Nieuws en volgt de ontwikkelingen in Syrië op de voet.)