"Geen protectionistisch Duitsland!"

Op 22 september vinden in Duitsland verkiezingen plaats. Onrechtstreeks zijn de Belgen ook betrokken, want Duitsland is de belangrijkste exportmarkt voor België en kan misschien op sommige gebieden een voorbeeld voor België zijn. Maar België wil in geen geval een protectionistisch Duitsland, vertelt professor Gunther Martens. Hij is Research Professor voor de Duitse Taal en Literatuur op de Universiteit van Gent en heeft ook in het verleden als gastwetenschapper in Duitsland gewoond. Als Belg en specialist van het land volgt hij de Duitse verkiezingscampagne van nabij.

Hoe zou u de relatie tussen België en Duitsland sinds de Merkel-jaren beschrijven en wat zijn de verwachtingen van België tegenover Duitsland in verband met de Duitse verkiezingen?

Merkel ambieert een derde ambtstermijn, daarmee treedt ze in de voetstappen van haar voormalige mentor Helmut Kohl. Het is opvallend dat Merkel door haar nogal saaie, nuchtere imago precies in tijden van crisis weet te scoren. Tijdens een reportage in "Terzake" (22 augustus 2013) werd ze treffend de "Herman Van Rompuy van Duitsland" genoemd.

De relatie tussen België en Duitsland is de afgelopen jaren weinig veranderd: Duitsland is nog steeds met afstand de grootste handelspartner van België, alle berichten over het toenemende belang van de BRIC-landen ten spijt. Net als in vele andere landen ter wereld is het imago van Duitsland ook in België fel verbeterd. De aanleiding daartoe is dat Duitsland goede economische resultaten blijft boeken ondanks de wereldwijde kredietcrisis en de eurocrisis.

"Dat het imago van Duitsland verbetert, kan men afleiden uit het feit dat aspecten van de Duitse cultuur meer bekendheid krijgen (alternatieve energie, Atomausstieg, afvalverwerking, ...) of ze worden minder eenzijdig of negatief gepercipieerd. Het technisch en beroepsonderwijs geniet bijvoorbeeld, anders dan bij ons, een heel hoog aanzien en is sterk gericht op ondernemend leren."

Dat het bijvoorbeeld bij de bouw van de nieuwe Berlijnse luchthaven grondig fout loopt, doet sterk denken aan toestanden die in België (door de complexe bevoegdheidsverdeling) niet ongewoon zijn. Bij het debacle komen de Duitsers minder perfect en efficiënt dan tot dusver voor de dag, waardoor ze menselijker en sympathieker ogen.

Aan de schandalen die enkele van Merkels ministers de das omdeden (Karl-Theodor zu Guttenberg, Annette Schavan) is relatief weinig aandacht besteed, wellicht ook omdat er in België nauwelijks ministers met een doctortitel zijn.

Voor het overige belichaamt Merkel de Duitse resistentie tegen de economische crisis, maar ook de strenge austeriteitspolitiek die Merkel en haar minister van Financiën Schäuble tot nader order bepleiten.

Hoe bekijkt België deze verkiezingen ? Wat zijn de "wensen" van België?

De aandacht voor de Duitse verkiezingen is zoals gebruikelijk minder groot dan voor soortgelijke gebeurtenissen in Frankrijk of de UK. Er zijn geen grote thema’s die de aandacht trekken. Het is ook niet meer zo eenvoudig om de campagne te volgen. Nu Belgacom sinds mei 2013 de Duitse openbare televisie uit de ether heeft gehaald, is het nauwelijks nog mogelijk om de verkiezingsdebatten en duidingsprogramma's live te volgen.

Dat de "Veggie Day" tot een van de meest omstreden thema's van de campagne is uitgegroeid, zal hier toch wel enige verbazing oogsten. Het concept "Veggie Day" is door de Vlaamse vereniging EVA vzw gelanceerd. Het idee is vrij goed ingeburgerd en wordt zelfs door de overheid en openbare instanties (o.a. ook door mijn werkgever, de Universiteit Gent) actief ondersteund. De actie wordt vooral als sensibiliserend gezien, en zeker niet als verplichting of als ontoelaatbare inmenging van de overheid in de privésfeer.

Ook België gaat uiteraard verkiezingen tegemoet. Voor sommige politieke partijen in België is het wellicht weinig opportuun om te horen dat men in Duitsland overweegt om de verregaande vorm van federalisme die men op bepaalde terreinen heeft, opnieuw terug te schroeven. Dat geldt met name voor de onderwijspolitiek, die nu volledig tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort, maar door velen als hopeloos versplinterd wordt ervaren - sinds kort ook door Merkel zelf.

Positief is uiteraard dat geen van de partijen plannen heeft om uitgesproken drastisch te besparen op cultuur of fundamenteel onderzoek.

Welk Duitsland in Europa zou België graag zien? Wenst België als klein land meer terughouding van Duitsland in Europa of dat Duitsland de rol van een leider op zich neemt?

De vraag of Duitsland de rol van leider op zich moet nemen, oogt misschien op basis van de economische cijfers plausibel, maar in het licht van de structuur van de Europese Unie erg grotesk. De vertegenwoordiging en besluitvorming binnen de Europese instellingen zijn zo georganiseerd dat de vraag welke natie nu op een specifiek moment de rol van leider kan claimen overbodig wordt gemaakt.

Wanneer zelfs Merkel zegt dat Griekenland nooit tot de eurolanden had mogen behoren, dan ondermijnt zij de stabiliteit van de euro. Een van de aspecten van de Bundestagswahl is daarom de vraag hoe de anti-Europese partij "Alternative für Deutschland" zal scoren. De verwachting is dat die partij toch wel protestkiezers zal aantrekken. Zelfs indien de partij in het parlement geraakt, zal dit toch zijn schaduw werpen op de aanstaande Europese verkiezingen in 2014.

De Oostenrijkse schrijver Robert Menasse heeft onlangs een vurig pleidooi gehouden voor meer Europa. Hij omschrijft de werking van de Europese instellingen niet als geldverslindend, maar als spaarzaam, voorbeeldig en efficiënt. Europese ambtenaren zijn hoog opgeleid en meertalig. Naast meer bevoegdheden en eigen inkomsten voor de EU ziet hij dit model van transnationale samenwerking als een belangwekkende culturele basis op weg naar meer politieke eenheid binnen Europa en een positief Europees verhaal.

Welke rol moet Duitsland in verband met de euro en met de economie spelen? Wat is de vrees van België?

Wat België, als kleine buur van een groot land, zeker verwacht, is meer begrip voor de dynamiek die de Europese eenmaking en specifiek het onevenwicht tussen de economische macht van Duitsland als "Exportmeister" in Europa (tegen wil en dank) en Zuid-Europa veroorzaakt.

Een voorbeeld kan dat illustreren: In het uiterste zuiden van Portugal is tussen Faro en Lagos een hypermoderne autosnelweg aangelegd met de steun van het Europees Regionaal Ontwikkelingsfonds. Omdat de onderhoudskosten erg hoog zijn, heeft de Portugese overheid de autosnelweg uitgerust met een systeem voor rekeningrijden. Het hoogtechnologische systeem voor automatische nummerplaatherkenning is geïmporteerd uit Oostenrijk; het is geavanceerder dan de weinige systemen van trajectcontrole die men in West-Europa kan aantreffen. De kosten voor het rekeningrijden zijn onbetaalbaar voor de modale Portugees. Het gevolg is dat nagenoeg enkel toeristen de autosnelweg gebruiken, de Portugezen gebruiken opnieuw de oververzadigde regionale weg, hetgeen een serieuze rem op de lokale economie is.

Uiteraard is Duitsland niet rechtstreeks verantwoordelijk voor het feit dat Europese investeringen de levensstandaard in Zuid-Europa doen zakken. Maar de Duitse media zijn erg hard voor Zuid-Europa. Wat meer nuancering is zeker geen overbodige zaak, zeker omdat de invoering van rekeningrijden (zij het dan enkel voor toeristen) in Beieren een verkiezingsthema is.

Bij de sluiting van Opel in Antwerpen verhuisde de productie deels naar Bochum. In de aanloop naar de vorige verkiezingen redde Merkel de Opel-fabriek in Bochum met staatssteun. De fabriek in Bochum wordt alsnog (tegen 2016) door GM gesloten.

Dit geval toont aan dat niemand baat heeft bij protectionistische maatregelen en dat het nationale niveau niet het geschikte kader is om de internationale concurrentiepositie van bedrijven te verbeteren.