Steinbrück blijft geloven in kansen van de SPD

Als we de peilingen mogen geloven, dan maken de Duitse sociaaldemocraten van de SPD en hun kandidaat-kanselier Peer Steinbrück geen kans bij de parlementsverkiezingen. Of toch? De kloof met de CDU/CSU neemt wat af en bovendien is het ver van zeker of de liberale FDP boven de kiesdrempel van 5 procent geraakt.

In de zomervakantie leek het er nog op dat Steinbrück met enkele ongelukkige uitspraken de SPD totaal in de vernieling aan het rijden was, maar na het tv-debat tussen Merkel en Steinbrück doet de SPD het in de peilingen weer wat beter, al blijft de afstand tussen christendemocraten (40%) en sociaaldemocraten (28%) behoorlijk groot en zit een rood-groene coalitie er niet in.

Om het tij te keren zetten de SPD en Steinbrück volop in op sociaaleconomische thema's. De partij profileert zich met concrete beloftes, in tegenstelling tot de soms vage uitspraken van kanselier Merkel, die het achterste van haar tong niet laat zien.

Sociale rechtvaardigheid

Zo'n duidelijke belofte is een algemeen geldend minimumloon van 8,5 euro per uur en het inperken van het aantal mini-jobs en interimbanen. "Goed werk moet beloond worden met een goed loon",  zo wordt het verwoord in het partijprogramma. Merkel wil niet verder gaan dan een minimumloon dat sectoraal onderhandeld moet worden en blijft vasthouden aan een erg flexibele arbeidsmarkt.

De SPD wil de belastingen voor de topinkomens verhogen. Voor wie meer dan 100.000 euro verdient, moet de aanslagvoet van 42% tot 49% opgetrokken worden. De partij is ook voorstander van een vermogensbelasting, al mag die geen negatieve weerslag hebben op de ondernemingen. De meerinkomsten moet de overheid gebruiken om de staatsschuld te verminderen en investeringen in het onderwijs te doen.

Ook in de gezondheidszorg wil de SPD een heel andere koers, met een eenvormige ziekteverzekering voor iedereen, voor de helft betaald door de werknemers en voor de andere helft door de bedrijven. Mensen die nu privaat verzekerd zijn kunnen dat blijven of omschakelen op het nieuwe systeem.

De SPD staat achter de "Energiewende" en wil 40% tot 45% van de elektriciteit uit hernieuwbare energie halen tegen 2020. De belasting op elektriciteit moet omlaag en er moeten investeringen gedaan worden om de opslag en het transport van hernieuwbare energie beter te regelen.

Een strijdlustige kopman

De 66-jarige Peer Steinbrück is een oudgediende in de Duitse politiek. Na zijn studie economie aan de universiteit van Kiel werkte Steinbrück in de kabinetten van Helmut Schmidt en Johannes Rau. In 1993 werd hij minister van Financiën in de deelstaat Sleeswijk-Holstein.

Nadien verhuisde hij naar Noordrijn-Westfalen, waar hij minister van Infrastructuur en later van Financiën werd. Nationale bekendheid kreeg hij toen hij er in 2002 minister-president werd, een baan die hij moest opgeven na een zware verkiezingsnederlaag in 2005.

Steinbrück verhuisde nog hetzelfde jaar naar Berlijn, waar hij minister van Financiën werd in de grote coalitie tussen CDU/CSU onder leiding van de nieuwe kanselier Angela Merkel. Samen met Merkel moest hij in 2008 de bankencrisis aanpakken. De samenwerking destijds maakt het nu moeilijk om Merkel hard aan te pakken en kost hem een gedeelte van zijn geloofwaardigheid.

Toen de SPD vorig jaar op zoek ging naar een kandidaat-kanselier viel de keuze enigszins verrassend op Steinbrück, een belezen intellectueel die gespecialiseerd is in financiën, maar niet meteen aanslaat bij de aanhang van de sociaaldemocraten.

Voor de gemiddelde Duitser is Steinbrück te snel van tong en vooral te zelfverzekerd. Hij neemt geen blad voor de mond, is heilig overtuigd van zijn eigen gelijk en komt daardoor vaak als arrogant over, al probeert hij de laatste maanden dat beeld wat af te zwakken.

Vóór Steinbrück spreekt dan weer zijn strijdvaardigheid. Al ging zijn campagne slecht van start en is zijn achterstand tegenover Merkel in de peilingen groot, Steinbrück geeft het niet op. Hij deed het goed in het tv-debat met Merkel, waarna zijn persoonlijke appreciatie in de peilingen merkbaar steeg.

Na de verkiezingen in Beieren en het verlies van de liberalen daar blijft hij rotsvast geloven in een rood-groene coalitie. En misschien heeft hij wel gelijk. De geschiedenis laat zien dat veel Duitse kiezers pas de laatste dagen voor de stembusslag hun definitieve keuze maken en zo de peilingen het nakijken geven.