"Politieke verontwaardiging lijkt me gespeeld"

Volgens VRT-journalist Yves Borms is de verontwaardiging van de politici over de verschillende hackingschandalen in ons land gespeeld. "Twee jaar geleden werden er al parlementaire vragen over gesteld", zegt hij in "Het Journaal".

Vanmorgen raakte bekend dat het parket een onderzoek heeft geopend naar een inbraak in het computernetwerk van Buitenlandse Zaken. Vorige week bleek ook al dat de computersystemen van Belgacom waren gehackt.

"Dit is spionage op grote schaal en dat verwondert me eigenlijk niet", zegt Yves Borms in "Het Journaal". "Brussel is altijd een spionagenest geweest. Bovendien is België altijd slecht beveiligd geweest en buitenlandse spionagediensten weten dat ook."

Volgens Borms is de verontwaardiging van de politici over de hackingschandalen in ons land gespeeld. "Het is geweten dat dit soort van praktijken gebeurt, maar er wordt niets aan gedaan", zegt hij.

Israëlische apparatuur

"Onze inlichtingendiensten werken met apparatuur die aangekocht wordt door de federale politie", gaat Borms verder. "De politie is die apparatuur gaan kopen bij een bedrijf in Israël. Die bedrijfsleiders zijn eigenlijk ex-Mossad-leden, de Israëlische inlichtingendienst. Zij kunnen op die apparatuur poorten zetten zodat spionage wel erg gemakkelijk wordt."

Volgens Borms werden er twee jaar geleden in het parlement al vragen gesteld over de apparatuur. "Stefaan Van Hecke (Groen) heeft toen gevraagd of we niet in gevaar waren, maar de toenmalige minister van Justitie zei dat er geen enkel probleem was."

"Als je dat nu bekijkt, denk ik dat er toch wel een probleem was en is, en dat je nu niet moet doen alsof je van niets wist", aldus Borms.

"Ook spionage bij militaire inlichtingendienst"

Kristof Clerix van het magazine MO* vertelt in "Het Journaal" dat er afgelopen winter ook al een spionageaanval heeft plaatsgevonden op de militaire inlichtingendiensten.

"In de kerstperiode heeft de militaire inlichtingendienst tijdens een onderhoud van de systemen vastgesteld dat er een programma op stond dat ze zelf niet hadden geïnstalleerd. Het bleek om "malware" te gaan, maar van een heel gesofisticeerd niveau."

"De gevaarlijke software zat zo complex in elkaar, dat men de hulp is gaan inroepen van Amerikaanse collega's van het US Cyber Command, dat gelinkt is aan de NSA", zegt Clerix.

Clerix vraagt zich net als Borms af of op die manier niet de deur wordt opengezet voor de NSA. "Maar ik heb dat gevraagd aan het hoofd van de militaire inlichtingendienst, en die zei dat ze over de schouder van de Amerikanen hebben meegekeken", zegt Clerix.