Ik zie, ik zie wat jij niet ziet - Bart Van der Leenen

Nooit eerder heeft de mensheid zo snel, massaal en uitgebreid toegang gehad tot informatie. Maar ook: nooit eerder verdween nieuws even snel als het gekomen is en blijft de kritische geest op z’n honger zitten.

Nieuws verspreidt zich tegenwoordig met de snelheid van het licht via TV, radio, internet en iedereen rondom ons die dankzij smartphones en tablets tegelijk journalist en uitgever geworden is. De technologie stelt elke seconde van de dag een continue informatiestroom beschikbaar: meningen, visies, beelden, cijfers en uitspraken die onze kritische geest vervolgens gebruikt om een volwaardig wereldbeeld te vormen.

Staan we nog wel stil bij wat we zien?

Een goede journalist zal steeds trachten het nieuws zo objectief, onafhankelijk en feitelijk mogelijk te brengen. Maar een reportage in het journaal blijft de extractie van urenlang beeldmateriaal, geselecteerd op ogenschijnlijke relevantie. Het resultaat is dat we bij conflicten vooral stenen gooiende jongeren in een vuile straat te zien krijgen, maar zelden de ultramoderne geordendheid aan de andere kant van diezelfde straat. “Het journaal is niet de wereld, maar slechts een ‘versie’ van de werkelijkheid”, zoals de Nederlandse journalist Joris Luyendijk eens verwoordde over de berichtgeving uit het Midden-Oosten. Ik geef hem gelijk.

Maar het is niet de berichtgeving of de makers ervan waar ik me zorgen om maak, maar wel dat hun nieuws steeds vaker ‘gesnackt’ wordt zonder verdere kritische kijk. Met het gevaar dat hun ‘versie’ het éénduidige antwoord wordt op ingewikkelde materies. Of simpel gezegd het ‘het is waar, want ik heb het op TV gezien’ syndroom.

Zelfde ziekte op Facebook

Hetzelfde geldt voor de sociale media als nieuwskanaal. Het bestaan ervan voegt een geheel nieuwe dimensie toe aan onze democratie, onder voorwaarde dat we samen kritisch blijven kijken naar hetgeen ons wordt voorgeschoteld. Steeds vaker worden beelden, tweets of meningen onvoorwaardelijk als waarheid overgenomen - en zelfs als bewijs van gelijk aangehaald - zonder dat iemand de moeite doet om ook andere meningen te aanhoren. Bovendien gaan we steeds vaker gericht op zoek naar meningen die ons gelijk bevestigen, niet die waar we wijzer van worden. Zoekresultaten met alternatieve zienswijzen worden genegeerd omdat ze niet passen in die andere zondvloed aan visies die ons gelijk geven. Al moeten we zoeken tot pagina 21 van Google.

In dagelijkse conversaties is deze trend hard voelbaar. Elke nieuwe impuls wordt waarheid, zonder behoefte aan extra context. Dat uit zich in het feit dat steeds minder mensen lijken te onthouden dat reclame gemanipuleerde informatie is. Ook televisieprogramma’s worden steeds vaker aanzien als werkelijkheid in plaats van bewust gemanipuleerd entertainment. Denk aan de heisa die recent uitbrak toen bleek dat een hoovercraftstunt in Top Gear fake bleek te zijn (neen, echt?). En als we meningen uiten, dan liefst met maximaal 140 karakters of beter zelfs, in drie woorden. Walen zijn luieriken. Topmanagers zijn poenpakkers. Het spuwen van oneliners is de nieuwe conversatienorm. Ik word er zo moe van.

Alles horen en zien

Hoe contradictorisch. De technologie maakt niet alleen de wereld, maar blijkbaar ook onze kritische geest klein. En als we niet oppassen, surfen morgen onze kinderen mee op dezelfde mentaliteit. Onder de vlag ‘mediawijsheid’ hebben de overheden alvast heel wat plannen in de theoriekast, maar ik zorg er alvast voor dat mijn dochter alle meningen, visies en overtuigingen te zien en te horen krijgt. Ook als dit de mijne niet zijn. Want ik hoop van ganser harte dat ‘de wereld als dorp’ geen synoniem wordt van haar wereldbeeld morgen.

(De auteur is zaakvoerder van communicatiebureaus Out of the Crowd en Whizpr.)

lees ook