Bloedige vrijdag eist weer tientallen moslimdoden

Bij aanslagen in Jemen, Afghanistan en Irak zijn vandaag minstens 100 dodelijke slachtoffers gevallen. In Jemen en Afghanistan ging het om aanslagen van moslimfundamentalisten tegen de ordediensten, in Irak werd een aanslag gepleegd tegen een soennitische moskee. De drie landen worden al jaren beheerst door onrust en religieuze tegenstellingen.
Jemenitische soldaten zijn wel vaker een doelwit van terroristen.

In het zuiden van Jemen werden min of meer tegelijkertijd drie aanslagen gepleegd. Twee autobommen ontploften vlak bij een legerkamp in de provincie Shabwa. Bij een andere aanslag in het stadje Maifaa namen gewapende mannen soldaten onder vuur. In totaal vielen er minstens 56 dodelijke slachtoffers. Bij de aanvallers zouden er acht dodelijke slachtoffers zijn gevallen. 

De aanslagen zijn nog niet opgeëist, maar volgens de Jemenitische overheid zijn ze het werk van de terreurgroep Al Qaeda op het Arabisch Schiereiland.

In de Afghaanse provincie zijn minstens 18 politieagenten gedood in een hinderlaag toen ze terugkeerden van een militaire operatie in de provincie Badakhstan. De verantwoordelijkheid voor de aanslag is opgeëist door de fundamentalistische taliban.

In de Iraakse stad Samarra zijn ten minste 18 doden gevallen bij een dubbele bomaanslag tijdens het vrijdaggebed in een soennitische moskee. Twee bommen zaten verstopt in toestellen voor airconditioning. Wellicht zijn die aanslagen het werk van radicale sjiieten.

De relaties tussen soennieten en sjiieten in Irak zijn al jarenlang gespannen. De soennitische minderheid in het land vindt dat ze wordt gediscrimineerd door de sjiieten, die het voor het zeggen hebben in de regering.