“We willen de leefbaarheid in de stad verbeteren”

De autoloze zondag in tal van steden is niet alleen een leuke dag voor wie eens wil genieten van een stad zonder auto’s, maar moet mensen ook bewustmaken dat overal met de auto rijden niet meer vanzelfsprekend is. Het paars-groene stadsbestuur in Gent kijkt verder dan vandaag en de middenstand kijkt kritisch toe.

“Met de autoloze zondag willen we aantonen dat de leefbaarheid in de stad nog beter kan”, zegt schepen van Mobiliteit Filip Watteeuw (Groen). “Dat kan door fietsers, voetgangers en openbaar vervoer op één dag meer mogelijkheden te geven. Maar we doen nog meer en plaatsen ook andere initiatieven in de kijker: onder meer autodelen, couchsurfen en cohousing.”

“Duurzame mobiliteit. Dat is de basisinstelling van het nieuwe stadsbestuur.” Volgens Watteeuw staan veel Gentenaars positief tegenover de autoloze zondag. “Veel mensen komen hier fietsen met de kinderen of picknicken met vrienden. Het is een van de succesvolle evenementen die onze stad organiseert.” Hij begrijpt dat niet iedereen even enthousiast is. “Natuurlijk is het even aanpassen als je je auto moet laten staan.”

Volgens Watteeuw gebruiken te veel mensen nog de auto om kleine afstanden af te leggen. “Zo’n 54 procent van alle verplaatsingen in de stad gebeurt met de auto. Dat is wel veel en dat moet je kunnen terugdringen.” Hij is er zich van bewust dat één autoloze zondag dat niet meteen zal veranderen. “Het vraagt een aanpassing in denken en gewoontes.”

“Mensen veranderen niet graag”

Vandaag heeft Gent een van de grootste autoluwe stadscentra van het land, met een voetgangerszone van 35 hectare. “Er komt veel volk naar de stad en het is er absoluut gezellig”, geeft Wim Geirnaerdt van middenstandsorganisatie Unizo toe. Nochtans was de Gentse middenstand op zijn zachtst gezegd niet enthousiast toen het stadscentrum autoluw werd gemaakt. “Teruggaan naar het verleden is geen optie”, zegt Unizo vandaag. “Mensen veranderen niet graag en zijn bang voor de economische gevolgen.”

Die economische gevolgen blijken bijzonder goed mee te vallen, geeft Geirnaerdt toe, maar hij luistert ook naar zijn doelgroep en heeft enkele bedenkingen. Hij ziet enkele problemen voor mensen die vandaag met de auto in de stad moeten zijn. “Ik denk dan aan dringende leveringen voor handelaars of aan mensen die diensten moeten leveren, ruitenwassers bijvoorbeeld. Het probleem is niet dat ze de stad niet in zouden kunnen, maar wel een gebrek aan bovengrondse parkeerplaatsen. Voor het gemak, maar ook voor de veiligheid.” Geirnaerdt geeft wel toe dat het hier gaat om punten van aandacht, en dat hij daarover zeker niet dagelijks klachten ontvangt.

“Handel, winkels en cafés zijn belangrijk voor een stad”, weet schepen Watteeuw. “We moeten daar absoluut rekening mee houden.” Maar hij heeft ook bedenkingen. “Moet een handelaar op elk moment van de dag beleverd kunnen worden?” Hij ziet wel iets in een zogenoemd stadsdistributiecentrum, zoals dat al bestaat in Hasselt. “De handelaars daar zijn tevreden. Waarom zouden wij dat niet kunnen?”

Dus vrachtwagens op de grote assen in de stad, een stadsdistributiecentrum en kleine elektrische bestelwagens of fietskoeriers in de stadskern: is dat de toekomst? “We moeten dat goed organiseren en met de handelaars gaan praten”, zegt de schepen. “Het is niet zo dat we nu zomaar slagbomen aan de invalswegen zullen zetten.”

Unizo noemt een stadsdistributiecentrum “niet evident”. “Niet alle goederen kunnen op dezelfde manier worden behandeld”, zegt Wim Geirnaerdt. “Het is iets complexer dan gewoon stockeren in een magazijn.” Hij vraagt zich af of zo’n stedelijk distributiesysteem niet zal leiden tot hogere kosten. “En wie zal dat betalen?”

De voordelen van gezelligheid

Maar de middenstand zegt niet nee. “Alles is te onderzoeken”, luidt de boodschap. Wim Geirnaerdt ziet ook wel iets in een andere manier van huisvuilophaling. “Nu ontstaan de grootste files in de stad als de afvalintercommunale het huisvuil ophaalt. Kan dat bijvoorbeeld niet via de waterwegen in de stad gebeuren? Ik leg de uitdaging bij de stad.”

Die moet volgens hem ook denken aan de minder mobiele mens. “Zo is een “kiss and ride-zone” in het stadscentrum een interessante gedachte. Onze bevolking veroudert en minder mobiel cliënteel ondervindt soms wel moeilijkheden om bijvoorbeeld in een taverne te raken.” “Als we één uur met enkele mensen samenzitten, zullen we ongetwijfeld een 100-tal problemen vinden”, luidt het antwoord van Filip Watteeuw. “We moeten vooral oplossingen vinden. Denk bijvoorbeeld aan de Minder Mobielen Centrale, aan taxi's, fietstaxi's of openbaar vervoer.”

Duurzame mobiliteit in de stad: het stadsbestuur wil er de komende twee à drie jaar aan werken. De middenstand ziet wel de economische voordelen van een gezellige stad, maar blijft een koele minnaar. “Hebben we eigenlijk een groot probleem”, vraagt Wim Geirnaerdt zich af. “Méér is voor ons geen must.”