"Leiding van NMBS moet prioriteit zijn voor Cornu"

Voor minister van Overheidsbedrijven Jean-Pascal Labille lijdt het geen twijfel dat de nieuwe CEO van de NMBS, Jo Cornu, prioriteit geeft aan de leiding van het spoorbedrijf. Vrijdag keurde het kernkabinet de aanstelling van Cornu goed en besliste het ook dat hij zijn bestuursmandaten bij KBC, Agfa-Gevaert en Belgacom kan behouden.
Jean-Pascal Labille

In een interview met De Morgen en Het Laatste Nieuws zei Cornu dat hij niet van plan is om zijn bestuursmandaten bij Agfa-Gevaert, KBC en Belgacom af te staan. Volgens de topmanager zijn die mandaten, die hem vorig jaar 232.000 euro opleverden, perfect te cumuleren met zijn nieuwe positie als gedelegeerd bestuurder bij de NMBS.

Maar Groen zie dat helemaal anders. Voor Groen-Kamerfractieleider Stefaan Van Hecke is het onbegrijpelijk dat Labille deze cumul goedgekeurd heeft. "Daardoor zal de spoorbaas opnieuw meer verdienen dan de loongrens van de premier van 290.000 euro. De maatregelen van de regering omtrent de verloning van overheidsmanagers zijn een lege doos."

"De meer dan 35.000 NMBS-medewerkers en de duizenden treinreizigers verdienen een fulltime baas", aldus Van Hecke. "Rampzalige stiptheidscijfers, een enorme schuldenberg, een verlieslatende goederensector, een immense structuurhervorming en een nieuw vervoersplan implementeren zijn slechts enkele van de grote en complexe uitdagingen voor de nieuwe NMBS-baas." Groen vraagt dan ook dat de regering opnieuw gaat onderhandelen over het loonpakket van Cornu.

BELGA/WAEM

Bedrijven moeten zelf beslissen

Labille wuift die kritiek weg. "Het kernkabinet, dat vrijdag besliste om Cornu aan te stellen, heeft hem gevraagd om ontslag te nemen als voorzitter van Electrawinds, een arbeidsintensieve betrekking", legt Labille uit bij monde van zijn woordvoerster. "De kern besliste dat hij zijn andere mandaten kan voortzetten, maar ook dat de functie van CEO van de NMBS prioritair is en voorrang op alles heeft. Dat is ook normaal, met de inzet en de tijd die dergelijke functie vraagt."

Dat een topman of -vrouw van een overheidsbedrijf voorrang geeft aan die functie, geldt volgens Labille niet alleen voor de NMBS. Om de beslissing daarover bij de politiek weg te halen, werkte hij een voorstel uit dat zegt dat het de beheerscomités (de raden van bestuur) van de autonome overheidsbedrijven zijn die zich over de mandaten moeten buigen.

"Concreet zullen de nieuwe CEO's hun mandatenlijst aan de beheersorganen moeten voorleggen", zegt Labille. "Die moeten over elk mandaat afzonderlijk beslissen of het verenigbaar is met de topfunctie. Is het antwoord ja, dan wordt ook gekeken naar de verenigbaarheid wat de timing betreft."