"Oorlog zaaide de kiemen van wereldrijken, bureaucratie en godsdienst"

Het ontstaan en het succes van complexe sociale constructies als godsdienst, bureaucratie en heuse wereldrijken in de oudheid en de middeleeuwen vallen grotendeels toe te schrijven aan oorlogsvoering. Dat blijkt uit een studie uitgevoerd aan de universiteit van Connecticut in de VS. Een theoretisch model bleek voor 65% het verloop van de geschiedenis te voorspellen.
Links de simulatie, rechts de staten zoals ze effectief bestonden in 1500.

Wereldrijken en natiestaten zijn vandaag de dag relatief heldere concepten die zich in de loop van de geschiedenis nagenoeg overal ter wereld hebben gevormd en al dan niet zijn blijven voortbestaan.

Maar waarom is de mensheid ooit overgegaan tot het uitbouwen van grote rijken met complexe sociale constructies als dat ontzettend veel tijd en moeite vergt? De bureaucratie van een staat mag dan wel vaak een veelkoppig monster zijn, het waren en zijn mensenhanden die haar hebben opgebouwd tot wat ze is.

"Parallelle wereld"

Aan de universiteit van Connecticut heeft de Amerikaanse wetenschapper Peter Turchin een theoretisch model uitgedokterd dat een interessant antwoord op deze vragen biedt.

Volgens Turchin was, meer nog dan handel of kunsten, oorlog het terrein bij uitstek waarin volkeren en later staten in de loop van de geschiedenis met elkaar in competitie zijn getreden. Om die competitie te kunnen winnen, moesten ze zich intern ontwikkelen en allerlei sociale apparaten uitbouwen.

Turchin vertrok vanuit de geschiedenis van rijken en staten zoals die zich op het Euraziatische en Afrikaanse continent effectief heeft afgespeeld tussen 1500 voor Christus en 1500 na Christus.

Als in een "parallelle wereld" paste hij daarnaast zijn theoretisch model toe op dezelfde gebieden in hetzelfde tijdsvak vertrekkende vanuit dezelfde beginsituatie. Het Euraziatische en Afrikaanse continent deelde hij op in een raster met vakken van 100 bij 100 kilometer. Elk vak werd volgens bepaalde karakteristieken gecatalogeerd. Zo ging hij onder meer na welk landschap de vakken typeerde en op hoeveel meter boven de zeespiegel ze zich bevonden.

Maar vooral de vraag of het vak destijds door een volk dat van landbouw leefde werd bevolkt dan wel door nomaden werd ingenomen, werd duidelijk aangegeven. De eerste naties werden immers door landbouwvolkeren gevormd.

Theorie en realiteit

De volgende stap in de simulatie bestond erin de vakken met landbouwvolkeren geleidelijk te voorzien van de wapens en militaire technologieën zoals die zich in de loop van de geschiedenis effectief hebben ontwikkeld.

Op basis daarvan maakte Turchin berekeningen die voorspelden hoe die volkeren zich theoretisch hadden moeten ontwikkelen, inclusief de mate waarin ze oorlog hadden moeten voeren en sociale instellingen hadden moeten uitbouwen.

Wanneer Turchin de ontwikkeling van de staten zoals die zich in zijn theoretisch model afspeelde naast de ontwikkeling van de staten zoals die zich in realiteit heeft afgespeeld plaatste, bleken beide evoluties voor 65% identiek te zijn verlopen. In een andere simulatie waarbij oorlogsvoering niet werd meegerekend, bleken theorie en realiteit slechts voor 16% met elkaar overeen te komen.

Hoewel Turchin toegeeft dat staten zich altijd al op verschillende domeinen met elkaar hebben gemeten, bewijst dit volgens hem dat oorlog de sleutel is die de competitie tussen volkeren verklaart evenals de reden waarom ze bureaucratieën, godsdiensten en andere instellingen hebben uitgebouwd.

Hier kan u een filmpje bekijken waarin de theoretische simulatie naast de historische ontwikkeling van staten en wereldrijken simultaan wordt afgespeeld.