Blijft Iran schurkenstaat? - Inge Vrancken

Het wordt allicht een historische week voor Iran. De nieuwe Iraanse president Hassan Rouhani wil "het ware gezicht van Iran" tonen op de Algemene Vergadering van de VN. Het is een test voor de nieuwe koers die hij beloofde, dus ook een test of dit land voor het Westen een schurkenstaat blijft of niet.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Deur op een kier

Hassan Rouhani wil deze week ‘het ware gezicht van Iran’ tonen op de Algemene Vergadering van de VN, de jaarlijkse diplomatieke hoogmis in New York wanneer de leiders aller landen verzamelen en de voltallige vergadering toespreken. Rouhani wil Iraanse openheid tentoonspreiden naar het Westen, praten over samenwerking (over Syrië) en de discussie rond het omstreden Iraanse kernprogramma beëindigen.

Maar Rouhani zal niet door het stof kruipen om ‘aanvaard’ te worden. Als zijn openheid niet erkend en beantwoord wordt, kan de deur - die nu op een kiertje staat - zich snel weer sluiten.
Mogelijk wordt het een historische week voor de Amerikaans-Iraanse relatie, die al 35 jaar lang ijskoud is.

De voorbije dagen kwam de nieuwe Iraanse president verrassend uit de hoek. Nu ja, verrassend, hij had tijdens zijn verkiezingscampagne wel duidelijk gemaakt dat hij in dialoog wil treden met de buitenwereld en met het Westen. Daartoe onderneemt hij nu ook stappen. Vorige week gaf Rouhani al een interview aan de Amerikaanse omroep NBC waarin hij zei dat Iran nooit een kernbom zal maken. Enkele dagen later verscheen een opiniestuk in The Washington Post waarin hij zich rechtstreeks richtte tot de Amerikaanse lezer met de boodschap dat “de mentaliteit van de Koude Oorlog voor niemand goed is” . Hij pleitte ook voor “het einde van het tijdperk van bloedwraak”.

Rouhani slaat een opmerkelijk constructieve toon aan en vindt dat wereldleiders “bedreigingen moeten omzetten in kansen” alsof hij daarmee zegt dat wie dat niét doet, géén wereldleider is. In hun strijd naar meer – eigen – veiligheid mag een land niet ten koste gaan van andermans veiligheid, “een constructieve aanpak betekent niet dat iemand anders zijn rechten moet afstaan”, zegt Rouhani nog. De boodschap aan Obama is duidelijk.

Kernprogramma

Uiteraard spreekt Rouhani vooral over het omstreden Iraanse kernprogramma. Jarenlang al vreest het Westen – met de Verenigde Staten en Israël op kop – dat Iran werkt aan een kernbom. Iran ontkent al jaren en zegt dat z’n kernprogramma bedoeld is voor vreedzame doeleinden zoals medische toepassingen en alternatieven voor energiebevoorrading. Het gebrek aan openheid van vorige regimes in Iran heeft in het Westen veel argwaan gewekt. Die argwaan is omgezet in economische sancties, sancties die streng zijn en sterk voelbaar voor heel veel – ook gewone – Iraniërs.

Rouhani wil het gesprek nu aangaan om die sancties op zijn minst te verlichten, maar met waardigheid en met wederzijds respect. Iran is niét van plan om z’n recht op te geven om een (vreedzaam) kernprogramma te hebben. Ons vreedzaam kernprogramma maakt wie we zijn, zegt de president, “dit is de identiteit van Iran als natie". Die identiteit moet gerespecteerd worden, zo klinkt het.

President Rouhani

Hassan Rouhani werd drie maanden geleden – ietwat verrassend in slechts één verkiezingsronde – verkozen als president. Sinds begin augustus is hij in functie. Rouhani wordt gezien als een open en hervormingsgezinde politicus. Groter kon het verschil niet zijn na de doortocht van de conservatieve, meestal agressieve en destructieve Mahmoud Ahmadinejad, die geen kans voorbij liet gaan om het Westen en in het bijzonder aartsvijand Israël te beledigen en te bedreigen. Hij maakte het zo bont dat zelfs de ayatollahs hem uiteindelijk niet meer steunden.

Rouhani voerde zijn verkiezingscampagne met het platform van ‘hoop en verandering’. Mooie parallel met de eerste verkiezingscampagne van Barack Obama ‘Yes, we can’. Grote vraag is dus of Rouhani die verandering écht in gang kan zetten. Gemakkelijk zal dat niet zijn in een groot bureaucratisch land als Iran, met argwanende ogen vanuit verschillende hoeken, in buiten- én binnenland.

Politieke gevangenen

President Rouhani heeft alvast signalen gegeven, ook in eigen land, die wijzen op een veranderende mentaliteit. Vorige week werden 11 politieke gevangenen vrijgelaten. Onder hen 8 vrouwen, de meest bekende is de mensenrechtenadvocate Nasrin Sotoudeh. Zij zat sinds 2010 in de cel op verdenking van “staatsgevaarlijke activiteiten”.

Maandag werden nog tientallen politieke gevangenen vrijgelaten, in totaal 80. De meesten waren gearresteerd in de nadagen van de gecontesteerde verkiezingen van 2009, toen Mahmoud Ahmadinejad herkozen werd. De belangrijkste oppositieleiders Mir Hoessein Mousavi en Mahdi Karroubi blijven nog onder huisarrest.

Brieven schrijven

Is er in deze tijd van pessimisme, protest, onrust en regelrechte oorlog toch ook plaats voor een optimistische noot uit het Midden-Oosten. Is er dooi mogelijk in de relatie met Washington, dat zou pas echt historisch zijn. Sinds de oprichting van de Islamitische Republiek in Iran door Ayatollah Khomeini in 1979 en het Amerikaanse gijzelingsdrama in de ambassade van Teheran zijn de presidenten van beide landen niet meer ‘on speaking terms’ geweest. Nu blijkt dat de nieuw verkozen president wel ‘on writing terms’ is met zijn Amerikaanse ambtsgenoot. Obama zou de eerste brief gestuurd hebben – volgens The New York Times met het aanbod dat de economische sancties tegen Iran versoepeld kunnen worden als Teheran zich bereid toont om met de internationale gemeenschap mee te werken, z’n beloftes te houden en alle dubbelzinnigheden weg te werken. Het enige wat door Amerikaanse officals werd tegengesproken hierover is dat er een “snelle” verlichting van sancties beloofd is.

Vraag is alleen: als het uiteindelijk tot een onderhoud zou komen, tot gesprekken of wie weet onderhandelingen, of iedereen dan op dezelfde lijn zit, elkaar écht goed begrijpt en of er voldoende vertrouwen is – na 35 jaar ‘Koude Oorlog’ – om te geloven in de oprechtheid van de ander. Of er genoeg vertrouwen is om een toegeving te doen die pas op termijn beloond wordt.

Ayatollahs en Republikeinse Garde

De openheid van Rouhani klinkt velen als muziek in de oren, maar hij is natuurlijk niet de opperste leider van Iran. Elk gesprek en elke toegeving, hoe klein dan ook, is enkel mogelijk met steun van de hoogste geestelijke leider, ayatollah Ali Khamenei. Die lijkt dat - voorlopig - wel te doen. Alleen zal pas in een eventuele latere fase duidelijk worden hoe ver die steun echt gaat.

De echte fundamentalisten in Iran, met de Republikeinse Garde op kop – die nauwe banden onderhoudt met Khamenei – houdt zich in om commentaar te leveren. Ook daaruit blijkt de steun van al-Khamenei. Rouhani wil tonen dat hij een verenigd land achter zich heeft. Maar de neuzen staan nu niet altijd in dezelfde richting. Dat hoeft geen hindernis te zijn, maar kan wel problemen veroorzaken op zijn pad.

Israël

Israël, aartsvijand van Iran en bedreigd door een eventueel kernwapen van dat land, is niet te spreken over een mogelijke Amerikaanse deal met Iran. Netanyahu zal bij de VN waarschuwen dat het Iraanse voorstel mogelijk een ‘val’ is. Wanneer Netanyahu de Algemene Vergadering zal toespreken, pas één week na Obama en Rouhani, zal hij de voorwaarden voorstellen die voor Israël nodig zouden zijn om een deal met Iran te sluiten.

Beter géén deal dan een slechte deal is de redenering van Tel Aviv. Het blijft toch opmerkelijk dat een land dat zich in zijn voortbestaan bedreigd voelt door de mogelijke ontwikkeling van een kernbom door Iran, zo afwijzend staat tegen onderhandelingen daarover. Het zou natuurlijk wel wat zijn als het Iraanse kernprogramma geen bedreiging meer vormt in het Midden-Oosten, terwijl er in Syrië onderhandeld wordt over het verwijderen van chemische wapens. Wat als die discussie overslaat naar kernmacht Israël?

De koord van Obama

De Amerikaanse president Barack Obama zegt intussen dat hij met voorzichtigheid kijkt naar de Iraanse toenadering. Woorden alleen zijn niet voldoende, zegt Obama, hij zal kijken naar Irans daden. Dat moet een geruststelling zijn voor Israël, dat met gefronste wenkbrauwen naar Teheran kijkt. Toch kan het bijna niet anders dan dat Obama bijzonder geïntrigeerd is door de boodschap van Iran. Sinds de Iraanse revolutie is de relatie tussen Iran en de VS ijskoud. Verandering lijkt mogelijk, maar de reactie van Obama zal van gigantisch groot belang zijn.

Hij mag Rouhani niet door het stof laten kruipen, want dat zal het aanzien en de steun die Rouhani nu grotendeels geniet in Iran zwaar aantasten. Dan komt er mogelijk géén onderhandeling over het kernprogramma en blijft Rouhani niet als president. Dat sluit de deur zich mogelijk opnieuw, misschien nog meer gesloten dan voorheen. Tegelijk zal Obama naar zijn eigen publiek toe zijn toon niet te hard willen afzwakken. En zal hij naar zijn bondgenoot Israël harde taal richting Iran willen blijven afvuren om de Israëli's niet nog meer te isoleren in de regio. De koord waarop Obama moet dansen, is slap.

Syrië

Toch zal Obama proberen deze kans met beide handen te grijpen. Rouhani kan niet enkel verandering brengen in de discussie rond het omstreden kernprogramma van Iran. Rouhani biedt ook aan om een dialoog op gang te brengen rond de crisis in Syrië. Voor Teheran is het belangrijk om Syrië te steunen, om president Assad te steunen. Assad is een Alawiet, een minderheid in Syrië. De Alawitische sekte heeft nauwe banden met de sjiitische islam van Irans geestelijke leiders. Zowel de Libanese Hezbollah als de Iraanse Revolutionaire garde strijden aan de zijde van het Syrische regeringsleger. Ondanks die Iraanse inmenging in het Syrische conflict, biedt Rouhani nu aan om gesprekken op gang te brengen tussen de Syrische rebellen en president Bashar al-Assad. Het Amerikaanse militaire aanvalsplan tegen Syrië kan dan misschien helemaal van de tafel weg, richting vuilnisbak.

Een geslaagde diplomatieke missie zou de Amerikaanse president tijdens zijn laatste ambtstermijn alsnog naar de geschiedenisboeken inzake buitenlands beleid kunnen doen schieten. Een ontmoeting tussen Obama en Rouhani is niet gepland in New York, maar diplomaten zijn meesters in toeval en - als ze goed zijn - in op het juiste moment op de juiste plaats zijn. Let the show in New York begin. Het kan uitlopen op een sisser of op een historisch moment.

(De auteur is buitenlandverslaggever bij VRT Nieuws, gespecialiseerd in het Midden-Oosten.)